1. Wiens volgeling ben jij?
Ik ben een volgeling van de dierbare Heilige Profeet Mohammed ﷺ.

2. Kun je iets vertellen over het leven van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ?

De Heilige Profeet Mohammed ﷺ is geboren in Mekka. Zijn vader was Hazrat Abdullah (raḍiyAllāhu ʿanhu), zijn grootvader Hazrat Abdoel Moetalieb, en zijn moeder Hazrat Amina Gatoen (raḍiyAllāhu ʿanhā). Hazrat Halima was zijn zoogmoeder. Zijn vader overleed vóór zijn geboorte, en zijn moeder toen hij zes jaar oud was. Daarna woonde hij bij zijn grootvader, die overleed toen de Profeet ﷺ acht jaar, twee maanden en tien dagen oud was.

3. Op welke leeftijd werd Profeet Mohammed ﷺ belast met het Profeetschap?

De Profeet Mohammed ﷺ was door Allāh al vóór de schepping van de andere profeten gekozen als Zijn Boodschapper. Allāh schiep hem als eerste uit Noer (Licht). Op aarde werd hij op 40‑jarige leeftijd door Allāh bevolen zich bekend te maken als de laatste Boodschapper.

4. Hoe heeft onze Profeet ﷺ de islam verkondigd?

In een tijd van grote onrust in Arabië begon Profeet Mohammed ﷺ de islam eerst binnen zijn naaste familie te verkondigen. Vroege moslims verrichtten hun gebeden in het geheim — zelfs vaders en zonen wisten het niet van elkaar. Drie jaar later kreeg de Profeet ﷺ van Allāh de opdracht om de islam openlijk te verkondigen. De boodschap verspreidde zich snel, en mensen uit andere dorpen en steden kwamen naar Mekka om zich te bekeren.

Wie werd als eerste moslim?

  • Van de mannen: Hazrat Abu Bakr Siddiq (raḍiyAllāhu Taʿālā ʿanhu).
  • Van de vrouwen: Hazrat Khadīja al-Kubrā (raḍiyAllāhu ʿanha).
  • Van de kinderen: Hazrat Ali (raḍiyAllāhu ‘anhu).
  • Van de dienaren: Hazrat Zaid bin Hāritha (raḍiyAllāhu ʿanhu).

5. Waar verbleef de Profeet ﷺ gedurende zijn leven?

Tien jaar lang verkondigde hij de islam in Mekka. Daarna werd de boodschap ook in Medina verspreid. Na de migratie (Hidjra) verbleef de Profeet ﷺ permanent in Medina, waar hij op 63‑jarige leeftijd overleed. Zijn heilige tombe bevindt zich daar. Hoewel hij fysiek is overleden, leeft hij spiritueel voort — zoals ook andere profeten (ʿalayhim as‑salām).

6. Welke bijzonderheid bereikte de Profeet ﷺ in Mekka?

In het vijfde jaar van zijn profeetschap maakte de Profeet ﷺ de Miʿrāj Sharīf (hemelreis). Hij vertrok van Masjid al‑Ḥarām in Mekka naar Masjid al‑Aqsa, en reisde vervolgens door de zeven hemelen. Hij bezocht de ʿArsh en de Kursī, wandelde in het Paradijs, zag de Hel, aanschouwde het Noer (Licht) van Allāh en sprak met Hem. Tijdens deze reis ontving hij de verplichting tot het verrichten van namāz. Diezelfde nacht keerde hij terug naar Mekka.

7. Zijn er na de Profeet Mohammed ﷺ nog andere profeten geweest?

Nee, met de komst van Profeet Mohammed ﷺ heeft Allāh de Zegel der Profeten gestuurd. Hij is de laatste Profeet. Wie na hem een ander als profeet erkent, wordt als kāfir (ongelovige) beschouwd.

8. Is Profeet Mohammed ﷺ hoger in aanzien dan andere profeten?

Ja, van alle profeten heeft Profeet Mohammed ﷺ het hoogste aanzien. Hij bezit wonderbaarlijke krachten die andere profeten afzonderlijk bezaten, en hij heeft unieke eigenschappen die geen andere profeet heeft gekregen.

9. Wat als iemand de Profeet ﷺ met zichzelf vergelijkt?

Wie zichzelf vergelijkt met Profeet Mohammed ﷺ of hem als een broer beschouwt, dwaalt af van het rechte pad en wordt niet als moslim beschouwd, en is dus een kāfir. In de Heilige Qur’ān wordt gewaarschuwd tegen deze houding en gedachte, die ook bij eerdere volkeren tot misleiding leidde.

10. Wat betekent het om Profeet Mohammed ﷺ te aanvaarden?

Het betekent dat je hem erkent als de laatste Profeet, alles wat hij heeft verkondigd als waarheid accepteert, hem boven alles en iedereen liefhebt, en hem als voorbeeld neemt in al je handelingen. Imān begint met liefde voor de Profeet ﷺ en zijn boodschap.

Hoe herken je liefde voor de Profeet ﷺ?

  • Je spreekt vaak over hem.
  • Je zegt Daroed Sharīf en ﷺ bij het noemen van zijn naam.
  • Je luistert met respect en liefde naar verhalen over hem.
  • Je bemint zijn familie, metgezellen en vrienden.
  • Je beschouwt zijn vijanden als jouw vijanden.
  • Je gebruikt eerbiedige aanspreekvormen zoals Yā Nabīy Allāh of Yā Rasūl Allāh ﷺ.
  • Je stelt vragen over zijn leven en soennah, en past deze toe in je eigen leven.
  • Je draagt Milād Sharīf (Naaʿt) voor en reciteert eerbiedig Salāt-us-Salām.