1. Wat is Azān?
Azān is de eerste oproep tot het gebed, zodat moslims weten dat het tijd is voor namāz. Zij kunnen zich dan voorbereiden op deelname aan het gezamenlijke gebed (bāʾ jamāʿat).

2. Zijn er vaste woorden voor de Azān?
Ja, de Azān bestaat uit vaste uitspraken die met luide stem worden uitgesproken. De oproep luidt als volgt:

 

  • Allāhu Akbar, Allāhu Akbar 
  • Allāhu Akbar, Allāhu Akbar 

→ Allāh is Groot

  • Ash-hadu an lā ilāha illAllāh 
  • Ash-hadu an lā ilāha illAllāh 

→ Ik getuig dat er geen god bestaat dan Allāh

  • Ash-hadu anna Mohammed-ar-Rasūlullāh 
  • Ash-hadu anna Mohammed-ar-Rasūlullāh 

→ Ik getuig dat Mohammed ﷺ de Boodschapper van Allāh is

Hayya ʿalaṣ-Ṣalāh, Hayya ʿalaṣ-Ṣalāh 

→ Kom tot het gebed 

(Het gezicht wordt bij elke voordracht naar rechts gedraaid)

Hayya ʿalal-Falāḥ, Hayya ʿalal-Falāḥ 

→ Kom tot voorspoed 

(Het gezicht wordt bij elke voordracht naar links gedraaid)

Allāhu Akbar, Allāhu Akbar 

→ Allāh is Groot

Lā ilāha illAllāh 

→ Er is geen god dan Allāh

3. Wordt dezelfde oproep gedaan voor elk gebed?
Bij de ochtendoproep (Fajr) wordt na Hayya ʿalal-Falāḥ tweemaal toegevoegd:
As-Ṣalātu khayrun minan-nawm
→ Het gebed is beter dan slaap

4. Moet de Azān in staat van reinheid worden verricht?
Ja, de Azān wordt verricht in staat van reinheid (woedūʾ) en met het gezicht in de richting van de Ka’aba. De oproeper staat vaak buiten de moskee op een verhoogde plaats, steekt zijn wijsvingers in de oren en begint met de oproep.

5. Hoe wordt de oproeper tot het gebed genoemd?
Hij wordt Muʾazzin genoemd.

6. Wat moeten degenen doen die de Azān horen?
Zodra men de Azān hoort, dient men te stoppen met praten en werken. Zelfs de recitatie van de Heilige Qur’ān moet worden onderbroken. Wie doorgaat met wereldse gesprekken kan op het Hof van Allāh streng worden beoordeeld.

7. Wat is het antwoord op de Azān?
De toehoorder herhaalt zachtjes de woorden van de Muʾazzin, behalve bij Hayya ʿalal-Falāḥ. Dan zegt men: Lā ḥawla wa lā quwwata illā billāh
→ Er is geen kracht en macht dan bij Allāh

8. Wat moet je doen wanneer de naam van de Profeet Mohammed ﷺ wordt genoemd tijdens de Azān?
Bij het horen van Ash-hadu anna Mohammed-ar-Rasūlullāh:

  • Zeg Daroed Sharīf
  • Kus de toppen van je duimen en raak je oogleden aan
  • Zeg: Qurratu ʿaynī bika yā RasūlAllāh
    → O Profeet! De rust en koelte van mijn ogen is met Uw naam verbonden
  • Zeg daarna: Allāhumma mattiʿnī bis-samʿi wal-baṣar
    → O Allāh, schenk mij voordeel in mijn gehoor en zicht

9. Wat zeg je na As-Ṣalātu khayrun minan-nawm?
Zeg: Ḥadaqta wa barakta wa bil-ḥaqqi naṭaqta
→ U hebt juist gesproken, gezegend en met waarheid gesproken

10. Welke duʿāʾ (smeekbede) wordt na de Azān opgezegd?
Na het opzeggen van Daroed Sharīf, reciteer je:

 

  • Allāhumma Rabba hādhihi-d-daʿwatit-tāmmah 
  • wa-ṣ-ṣalāti-l-qāʾimah 
  • āti Sayyidinā Mohammedan al-wasīlata wal-faḍīlata 
  • wa-d-darajata-r-rafīʿah 
  • wa-bʿath-hu maqāman maḥmūdan alladhī waʿadtahu 
  • wajʿalnā fī shafāʿatihi yawma-l-qiyāmah 
  • innaka lā tukhliful-mīʿād

→ O Allāh! Heer van deze volmaakte oproep en het opgerichte gebed, schenk onze Profeet Mohammed ﷺ de bemiddeling, de voortreffelijkheid en de verheven rang. Verleen hem de geprezen positie die U hem heeft beloofd, en laat ons op de Dag des Oordeels profiteren van zijn voorspraak. Waarlijk, U komt Uw beloften na.