1 Definitie en juridische basis van tafwī al‑alāq

Het toevertrouwen van het recht op ṭalāq staat bekend als tafwī al‑alāq. Dit houdt in dat de man het recht om de scheiding uit te spreken overdraagt aan de vrouw, zodat zij zichzelf kan scheiden wanneer zij dat wenst. In deze situatie wordt ṭalāq niet door de man uitgesproken, maar door de vrouw, op basis van een bevoegdheid die hij haar heeft verleend.

In de fiqh wordt deze vorm van scheiding beschouwd als een rechtsgeldige overdracht van bevoegdheid. De man blijft de oorspronkelijke eigenaar van het recht op ṭalāq, maar hij machtigt de vrouw om dit recht namens hem uit te oefenen. Wanneer de vrouw vervolgens zegt: “Ik geef mezelf ṭalāq”, en de man heeft haar dit recht toegekend, dan is de ṭalāq onmiddellijk geldig en uitgevoerd. (al‑Qudūrī)

2 Tafwī als volmacht en delegatie

In de klassieke literatuur wordt deze vorm van overdracht behandeld onder de regels van wakālah (volmacht) en tafwī (delegatie). De gebruikte terminologie in bronnen zoals Qanoon‑e‑Sharīʿat benadrukt dat het hier gaat om een rechtsgeldige machtiging die de vrouw in staat stelt om de scheiding zelf uit te spreken, zonder dat de man op dat moment nog een uitspraak hoeft te doen. (Fatāwā Razviyya)

3 Tafwī beperkt tot één bijeenkomst

Wanneer de man tegen zijn vrouw zegt: “Je hebt het recht”, “Je hebt de autoriteit”, of “Jouw zaak ligt in jouw hand”, en zijn bedoeling hiermee is om haar het recht op ṭalāq te geven, dan mag de vrouw in dezelfde bijeenkomst haar ṭalāq uitspreken, ongeacht hoelang die bijeenkomst duurt. Zodra de bijeenkomst is beëindigd, vervalt haar bevoegdheid en kan zij geen ṭalāq meer aan zichzelf geven.

Wanneer de vrouw niet aanwezig was bij de bijeenkomst of wanneer zij de woorden niet heeft gehoord, wordt het oordeel van die bijeenkomst toch als geldig beschouwd. Wanneer de man een tijdslimiet vaststelt en deze tijd verstrijkt, kan de vrouw haar bevoegdheid niet meer uitoefenen. (Fatāwā Razviyya)

4 Voorwaarden voor geldige overdracht

De woorden die de man gebruikt moeten duidelijk en rechtstreeks zijn, en niet suggestief of indirect. Indirecte woorden vallen onder kināyah, waarbij de intentie van de spreker bepalend is.

Wanneer de man zijn woorden wil intrekken, kan hij dat niet doen zolang de bijeenkomst voortduurt; pas wanneer hij de bijeenkomst heeft verlaten, kan de vrouw haar ṭalāq uitspreken. De ṭalāq die de vrouw op basis van deze bevoegdheid uitspreekt, is van rajʿee‑aard, tenzij zij drie ṭalāq uitspreekt en dit ook de bedoeling van de man was; in dat geval worden het drie ṭalāq. (al‑Qudūrī)

5 Onbeperkte tafwī zonder tijdslimiet

Wanneer de man geen tijdslimiet vaststelt en haar onbeperkt machtigt om het recht uit te oefenen wanneer zij dat wenst, dan heeft het beëindigen van de bijeenkomst geen invloed op haar bevoegdheid. De man kan zijn woorden in dat geval niet meer intrekken. (Fatāwā Razviyya).

6 Tafwī aan een derde persoon

Wanneer de man tegen iemand anders zegt dat hij ṭalāq aan zijn vrouw moet geven, dan wordt de ṭalāq geldig, ongeacht of deze in dezelfde bijeenkomst of later wordt uitgesproken. De man kan echter alleen terugkeren naar zijn vrouw (rujūʿ) wanneer de ṭalāq in de door hem aangewezen bijeenkomst is uitgesproken.

De man kan de bevoegdheid die hij aan de boodschapper heeft gegeven, weer intrekken. Het recht om de echtelijke relatie te herstellen is beperkt tot die bijeenkomst; wanneer de ṭalāq niet in die bijeenkomst wordt uitgesproken, kan hij niet terugkeren naar haar. (Fatāwā Razviyya).

7 De vrouw geeft zichzelf alāq

Wanneer de man zijn vrouw vraagt om ṭalāq aan zichzelf te geven, dan kan zij dit alleen in diezelfde bijeenkomst doen en niet later. De man kan daarna ook niet meer naar haar terugkeren. (al‑Qudūrī).

8 De vrouw geeft alāq aan een medevrouw

Wanneer de man zijn vrouw vraagt om namens hem ṭalāq te geven aan zijn andere echtgenote, dan mag zij dat op elk moment doen; dit is niet beperkt tot de bijeenkomst. In dat geval kan de man de huwelijksrelatie met die andere vrouw ook herstellen. (Fatāwā Razviyya)

BRONNENLIJST

Boeken

  • al Qudūrī. (n.d.). Kitāb al alāq [Fasl: Aqsām al Ṭalāq; Fasl: al Kināyah; Fasl: al Ṭalāq al Muʿallaq bi‑l‑Sharṭ].
  • Raza Khan, A. (n.d.). Fatāwā Razviyya (Vol. 10). Maktaba‑tul‑Madina.

Hadith‑verzamelingen

  • Al‑Bukhārī, M. (n.d.). Ṣaī al‑Bukhārī, Boek 65, Hadith 5251.
  • Muslim, I. (n.d.). Ṣaī Muslim, Boek 18, Hadith 1471.