1 Betekenis van Sabūt‑e‑Nasl

Sabūt‑e‑Nasl betekent: het juridisch vaststellen van de afstamming van een kind. In de Sharīʿah is dit een essentieel onderdeel van:

  • bescherming van nasab (afstamming),
  • bescherming van erfrechten,
  • bescherming van de eer van de vrouw,
  • en het voorkomen van verwarring in vaderschap.

(al-Qudūrī, Kitāb al alāq).

2 De basisregel: ‘Het kind behoort tot het bed’

De Profeet ﷺ heeft gezegd: “Al‑walad lil‑firāsh” Het kind behoort tot het bed (het huwelijk). (Ṣaḥīḥ Muslim 1458a; Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī 6750)

Dit betekent:

  • een kind dat binnen een geldig huwelijk wordt geboren,
  • wordt altijd aan de echtgenoot toegeschreven,
  • tenzij er een Sharīʿah‑geldige ontkenning via Liān plaatsvindt.

(Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

3 Voorwaarden voor toeschrijving van het kind aan de vader

Een kind wordt aan de echtgenoot toegeschreven wanneer:

  1. het huwelijk geldig is (ṣaḥīḥ),
  2. gemeenschap mogelijk was (ook al is het niet bewezen),
  3. de minimale zwangerschapstijd is verstreken,
  4. de maximale zwangerschapstijd niet is overschreden.

 (al-Qudūrī, Kitāb al alāq).

4 Minimale en maximale zwangerschapstijd

Minimale tijd waarin een kind aan de echtgenoot kan worden toegeschreven is 6 maanden na gemeenschap of na het begin van het huwelijk.

Maximale tijd waarin een zwangerschap nog aan de echtgenoot wordt toegeschreven is 2 jaar volgens de Ḥanafī‑madhhab. (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

Vraagstuk 1: Kind geboren vóór 6 maanden

Wanneer een kind wordt geboren vóór 6 maanden na het huwelijk, of de eerste mogelijke gemeenschap, dan wordt het kind niet aan de echtgenoot toegeschreven, tenzij er duidelijk bewijs is dat gemeenschap eerder plaatsvond. (al Qudūrī, Kitāb al alāq).

Vraagstuk 2: Kind uit fasid nikā

Bij een fasid (ongeldige) nikā:

  • wanneer gemeenschap heeft plaatsgevonden → het kind wordt aan de man toegeschreven,
  • wanneer geen gemeenschap heeft plaatsgevonden → geen toeschrijving.

(Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

Vraagstuk 3: Kind uit zīnā

Een kind uit zīnā:

  • wordt niet aan de zondaar toegeschreven,
  • maar altijd aan de moeder,
  • tenzij er een geldig huwelijk bestond op het moment van conceptie.

(al Qudūrī, Kitāb al alāq).

Vraagstuk 4: Zij zegt dat haar ʿiddat voltooid is

Wanneer de vrouw zegt dat haar ʿiddat voltooid is, maar de duur van haar ʿiddat was zó lang dat de man gemeenschap had kunnen hebben, en het kind wordt geboren binnen zes maanden na haar verklaring, dan is dit bewijs dat:

  • haar verklaring onjuist was,
  • en dat de man gemeenschap heeft gehad tijdens ṭalāq‑e‑rajʿī.

 (al Qudūrī, Kitāb al alāq).

Vraagstuk 5: Kind geboren na twee jaar of langer

Wanneer het kind wordt geboren na twee jaar of langer na ṭalāq dan staat niet vast dat de man gemeenschap heeft hervat, omdat de zwangerschap vóór ṭalāq kan zijn ontstaan. Wanneer het kind wordt geboren in minder dan zes maanden na haar verklaring van ʿiddat dan wordt de legitimiteit van het kind vastgesteld, anders niet. (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

Vraagstuk 6: alāq‑e‑bāʾin en geboorte binnen twee jaar

Wanneer de vrouw alāq‑e‑bāʾin heeft gekregen en het kind wordt geboren binnen twee jaar, → dan is de afstamming legitiem. Wanneer het kind wordt geboren na twee jaar, → dan is de afstamming niet bewezen.

Maar wanneer de man zegt “Het kind is van mij,” dan wordt dit geaccepteerd. Wanneer één kind binnen twee jaar wordt geboren en een tweede daarna: → de afstamming van beide kinderen wordt bewezen. (al Qudūrī, Kitāb al alāq).

Vraagstuk 7: Kind binnen zes maanden na nikā

Wanneer een kind wordt geboren binnen zes maanden na nikāḥ dan is het kind niet legitiem. Wanneer het kind wordt geboren na zes maanden:

  • dan wordt de afstamming legitiem,
  • wanneer de man zwijgt of niet ontkent.

Wanneer de man ontkent dat er een kind is geboren:

  • dan wordt de geboorte vastgesteld op basis van bewijs van vrouwen.

Wanneer de man de zwangerschap toegeeft:

  • dan is de ṭalāq vastgesteld,
  • maar voor afstamming is alleen de verklaring van de vrouw voldoende.

Wanneer twee bevallingen plaatsvinden:

  • één binnen zes maanden,
  • één op of na zes maanden,

dan blijft de afstamming van beide kinderen onbewezen. (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

Vraagstuk 8: Kind binnen twee jaar na overlijden van de man

Wanneer het kind wordt geboren binnen twee jaar na het overlijden van de man dan wordt de afstamming vastgesteld.

Wanneer het kind wordt geboren na twee jaar dan wordt de afstamming niet vastgesteld.

Wanneer de vrouw zegt: “Er zijn zes maanden of meer verstreken sinds nikāḥ,”

en de man zegt: “Er zijn geen zes maanden verstreken,” dan wordt de eed van de vrouw geaccepteerd. Getuigen van de man of zijn erfgenamen worden niet geaccepteerd. (al Qudūrī, Kitāb al alāq).

Vraagstuk 9: Zina + huwelijk

Wanneer een man zīnā pleegt met een vrouw en daarna met haar trouwt:

  • wanneer het kind wordt geboren na zes maanden of langer, → wordt de afstamming geaccepteerd.

Wanneer het kind wordt geboren in minder dan zes maanden na nikāḥ:

  • wordt de afstamming niet vastgesteld,
  • zelfs wanneer de man zegt dat het kind van hem is uit de eerdere zīnā.

(Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

BRONNENLIJST

Boeken

  • al Qudūrī. (n.d.). Kitāb al alāq. [Fasl: Sabūt al‑Nasab; Fasl: al ʿIddah; Fasl: al Li’ān; Fasl: al Rajʿat].
  • Raza Khan, A. (n.d.). Fatāwā Razviyya (Vol. 10). Maktaba‑tul‑Madina.

Hadith‑verzamelingen

  • Abū Dāwūd, S. (n.d.). Sunan Abī Dāwūd.
  • Al‑Bukhārī, M. (n.d.). Ṣaī al‑Bukhārī.
  • Muslim, I. (n.d.). Ṣaī Muslim.