1 Betekenis van idād (rouw)

idād betekent: de periode van rouw die een vrouw moet houden na het overlijden van haar echtgenoot. Het is een Sharīʿah‑verplichting die losstaat van de ʿiddat, maar beide vallen vaak samen. Ḥidād is bedoeld om:

  • respect te tonen voor de huwelijksband,
  • de ernst van het overlijden te erkennen,
  • en ongepaste versiering of verleiding te vermijden.

(al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq).

2 Hadith over de rouwperiode

De Heilige Profeet Mohammed ﷺ heeft gezegd: “Elke vrouw die in Allāh en de Dag des Oordeels gelooft, mag niet langer dan drie nachten rouwen om het overlijden van een persoon, behalve om haar echtgenoot — daarvoor is de rouwperiode vier maanden en tien dagen.” (Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī 1281, 1282; Ṣaḥīḥ Muslim 1486b)

Tijdens deze periode mag zij:

  • geen gekleurde kleding dragen, behalve kleding die door het vastbinden van draden is geverfd voordat zij tot doek is gedraaid,
  • geen kohl (surma) gebruiken,
  • geen parfum aanbrengen,
  • alleen zeer mild parfum gebruiken na het ghusl van menstruatie,
  • geen henna gebruiken.

 (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq).

3 Definitie van rouw (idād)

Rouw betekent dat de vrouw zich onthoudt van sieraden, juwelen, goud en zilver, zijden kleding, parfum op kleding of lichaam, zelfs geurloze olie, het kammen van haar haar, kleding in saffraan, giru‑rood of andere opvallende tinten. (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

Vraagstuk 1: Toegestane kleding tijdens rouw

Zij mag oude, versleten kleding dragen, kleding met vervaagde kleuren, zwarte kleding dragen, mits het geen zijde is en niet glanst als zijde.  (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq).

Vraagstuk 2: Medische noodzaak

Bij hoofdpijn of oogpijn mag zij olie gebruiken, kohl (surma) aanbrengen, uitsluitend voor medische verlichting. (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

Vraagstuk 3: Wie moet rouw houden?

Rouw is verplicht voor de volwassen, verstandige moslima, wanneer haar ʿiddat voortkomt uit overlijden van haar man, of uit alāq‑e‑bāʾin. (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq).

Vraagstuk 4: Rouw bij ontbinding door impotentie

Wanneer het huwelijk wordt ontbonden vanwege impotentie van de man, moet de vrouw ʿiddat houden, en tijdens deze ʿiddat ook rouw in acht nemen. (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

Vraagstuk 5: Rouw om familieleden

De vrouw mag rouw houden om een naast familielid. De man mag geen rouw houden uit medeleven met een andere vrouw wiens man is overleden.  (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq).

Vraagstuk 6: Zwarte kleding

Zwarte kleding dragen uit sympathie voor iemand anders is niet toegestaan. De weduwe mag zwarte kleding dragen maximaal drie dagen, tenzij het een teken van rouw is → dan mag zij het de hele rouwperiode dragen. (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

Vraagstuk 7: Huwelijksvoorstellen tijdens ʿiddat

Een openlijk huwelijksvoorstel aan een vrouw in ʿiddat is arām. Bij ʿiddat van overlijden mag een indirect, suggestief voorstel worden gedaan. Bij andere vormen van ʿiddat mag dit niet. (al Qudūrī, Kitāb al alāq).

Vraagstuk 8: Naar buiten gaan tijdens ʿiddat

Een vrouw in ʿiddat vanwege ṭalāq‑e‑rajʿī, ṭalāq‑e‑bāʾin, khulʿ, of scheiding, mag niet naar buiten gaan. Een minderjarig meisje in ʿiddat van ṭalāq‑e‑rajʿī mag met toestemming van haar man naar buiten. Bij ṭalāq‑e‑bāʾin mag zij zonder toestemming naar buiten. (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

Vraagstuk 9: ʿIddat bij fasid nikā

Bij een fasid nikā mag zij naar buiten gaan tijdens ʿiddat, maar de man mag haar controleren. Zij mag haar huis niet veranderen, zelfs wanneer het een huurwoning is.  De man moet de huur betalen tijdens haar ʿiddat. Wanneer hij weggaat en zij de huur kan betalen, moet zij toch blijven.  (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq).

Vraagstuk 10: Naar buiten gaan bij ʿiddat van overlijden

Bij ʿiddat van overlijden mag de vrouw overdag naar buiten om in haar levensonderhoud te voorzien, wanneer er geen alternatief is. Maar zij moet de nacht thuis doorbrengen. (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

Vraagstuk 11: Verblijfplaats tijdens ʿiddat

De vrouw moet haar ʿiddat voltooien in het huis waar zij woonde op het moment van scheiding, of het huis waar zij woonde op het moment van overlijden van haar man. Uitzondering: wanneer zij gedwongen wordt te vertrekken door omstandigheden buiten haar controle. (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq).

Vraagstuk 12: Terugkeren naar het huis

Wanneer de vrouw bij haar moeder of elders verbleef toen de man haar ṭalāq gaf, of toen hij overleed, moet zij onmiddellijk terugkeren naar het huis van ʿiddat. (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

Vraagstuk 13: alāq‑e‑bāʾin en samenwonen in één huis

Bij ṭalāq‑e‑bāʾin moet er een scherm tussen man en vrouw, wanneer zij in hetzelfde huis verblijven tijdens ʿiddat, omdat zij vreemd voor elkaar zijn. Wanneer de woning te klein is om hen te scheiden:

  • moet de man tijdelijk elders verblijven,
  • de vrouw mag niet worden uitgezet.

Bij ṭalāq‑e‑rajʿī is geen scherm nodig, zelfs wanneer de man slecht gedrag vertoont. (al Qudūrī, Kitāb al alāq).

Vraagstuk 14: Drie alāq

Bij drie alāq geldt dezelfde regel als bij ṭalāq‑e‑bāʾin: zij zijn volledig vreemd voor elkaar, scherm is verplicht, man moet eventueel elders verblijven. (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

Vraagstuk 15: Reizen tijdens ʿiddat

De man mag de vrouw niet meenemen op reis tijdens haar ʿiddat, zelfs niet bij ṭalāq‑e‑rajʿī. Wanneer zij ṭalāq‑e‑rajʿī krijgt tijdens een reis, blijft zij bij de man, maar wanneer de reis verdergaat in een andere richting, mag zij niet met hem meegaan.  (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq).

BRONNENLIJST

Boeken

  • al Qudūrī. (n.d.). Kitāb al alāq. [Fasl: al Ḥidād; Fasl: al ʿIddah; Fasl: al Rajʿat; Fasl: al Ṭalāq al Muʿallaq; Fasl: al Khulʿ].
  • Raza Khan, A. (n.d.). Fatāwā Razviyya (Vol. 10). Maktaba‑tul‑Madina.

Hadith‑verzamelingen

  • Abū Dāwūd, S. (n.d.). Sunan Abī Dāwūd.
  • Al‑Bukhārī, M. (n.d.). Ṣaī al‑Bukhārī.
  • Muslim, I. (n.d.). Ṣaī Muslim.