1 Betekenis van Kaffārah bij ihār

Kaffārah is de verplichte verzoening die een man moet verrichten wanneer hij ihār heeft uitgesproken. Zonder het vervullen van deze kaffārah is het voor hem verboden om seksuele gemeenschap met zijn vrouw te hebben.  (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq).

2 De drie vormen van Kaffārah

De Sharīʿah bepaalt dat de man één van de volgende drie handelingen moet verrichten:

Stap 1 Een slaaf bevrijden

In moderne context niet uitvoerbaar → ga naar stap 2.

Stap 2 Twee maanden onafgebroken vasten

  • De vasten moeten ononderbroken zijn.
  • Wanneer hij één dag onderbreekt, moet hij opnieuw beginnen.

Stap 3 Zestig armen voeden

  • Elke persoon moet een volledige maaltijd krijgen.
  • Het mag niet worden verdeeld over meerdere dagen voor dezelfde persoon.

 (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

3 Verbod vóór het vervullen van Kaffārah

Voordat de man de kaffārah voltooit, is het arām voor hem om:

  • seksuele gemeenschap te hebben,
  • zijn vrouw te kussen met lust,
  • haar te strelen met lust,
  • naar haar intieme delen te kijken met lust.

Dit alles is verboden totdat de kaffārah is voltooid.  (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq).

4 Intentie en verplichting van Kaffārah

Wanneer een man die ihār heeft uitgesproken de intentie heeft om de seksuele relatie met zijn vrouw te hervatten, dan is hij verplicht de kaffārah te vervullen.

Wanneer hij geen seksuele relatie meer wil en wenst dat de vrouw permanent ḥarām voor hem blijft, dan is hij niet verplicht om kaffārah te verrichten. Wanneer hij wél seksuele bedoelingen had, maar de vrouw overlijdt vóórdat hij de kaffārah voltooit, dan vervalt de verplichting — er is geen kaffārah meer verschuldigd. (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq).

Vraagstuk 1: Dagen waarop niet gevast mag worden

Bij het vasten voor kaffārah moet worden vermeden: de maand Ramaān, de twee dagen van Eid, de dagen van Tashrīq (9–13 Dhū al‑Ḥijjah). Wanneer hij echter op reis is, mag hij in Ramaḍān vasten met de intentie van kaffārah. Maar zelfs een reiziger mag niet vasten op de verboden dagen.  (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq).

Vraagstuk 2: Onderbreking van het vasten

Wanneer hij de continuïteit van het kaffārah‑vasten verbreekt door: gemeenschap met zijn vrouw, een fout, een ongeluk, of opzettelijke onderbreking, dan moet hij opnieuw beginnen met twee volledige maanden vasten. De dagen die vóór de onderbreking zijn gevast, tellen niet mee. (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

Vraagstuk 3: Onvermogen om te vasten

Wanneer hij niet kan vasten vanwege: ziekte, ouderdom, of een reële angst dat hij niet zal herstellen, dan moet hij zestig behoeftigen voeden:

  • twee opeenvolgende dagen,
  • of twee keer per dag,
  • aan dezelfde groep behoeftigen.

Wanneer de personen worden gewisseld, is deze vorm van kaffārah niet geldig. Wanneer hij later toch herstelt, wordt de voeding beschouwd als nafl‑sadaqāh, en moet hij alsnog vasten. (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq).

Vraagstuk 4: Geen minderjarigen onder de behoeftigen

Onder de zestig behoeftigen mag geen minderjarige zijn, tenzij hij de hoeveelheid voedsel ontvangt die gelijk is aan die van een volwassene. (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

Vraagstuk 5: Hoe de voeding mag worden uitgevoerd

Het is toegestaan dat elke behoeftige ontvangt:

  • een halve ṣāʿ graan (zoals bij Sadaqāh al‑Fiṭr),
  • of een maaltijd ’s middags en de contante waarde van het avondeten,
  • of twee dagen achter elkaar voedsel,
  • of dat dertig mensen voedsel krijgen en dertig mensen de waarde van voedsel.

Welke methode ook wordt gekozen: → het aantal zestig behoeftigen moet volledig worden bereikt. (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq).

Vraagstuk 6: Eén persoon zestig dagen voeden

Kaffārah kan ook worden vervuld door één behoeftige: zestig dagen lang te voeden, of hem dagelijks het bedrag te geven dat gelijk is aan Sadaqāh al‑Fiṭr. (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

Vraagstuk 7: Gemeenschap vóór voltooiing van voeding

Wanneer hij gemeenschap heeft voordat hij zestig mensen heeft gevoed: dit is arām, maar de reeds gevoede personen blijven geldig, hij moet alleen de overgebleven personen voeden. Het is niet nodig om opnieuw zestig personen te voeden. (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq).

Vraagstuk 8: Kaffārah na overlijden van de man

Wanneer de man overlijdt voordat hij de kaffārah heeft verricht:

  • zijn erfgenamen mogen de behoeftigen voeden → dit is geldig.
  • maar wanneer hij een slaaf had moeten bevrijden, → kunnen de erfgenamen dit niet namens hem doen.  (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

BRONNENLIJST

Boeken

  • al Qudūrī. (n.d.). Kitāb al alāq [Fasl: al Ẓihār; Fasl: al Khulʿ; Fasl: al Rajʿat; Fasl: Aqṣām al Ṭalāq; Fasl: al Kināyah; Fasl: al Ṭalāq al Muʿallaq bi‑l‑Sharṭ].
  • Raza Khan, A. (n.d.). Fatāwā Razviyya (Vol. 10). Maktaba‑tul‑Madina.

Hadith‑verzamelingen

  • Abū Dāwūd, S. (n.d.). Sunan Abī Dāwūd.
  • Al‑Bukhārī, M. (n.d.). Ṣaī al‑Bukhārī.
  • Muslim, I. (n.d.). Ṣaī Muslim.