1 Betekenis van Liān

Liān betekent letterlijk: wederzijdse vervloeking. In de Sharīʿah is het een juridische procedure tussen man en vrouw wanneer: de man zijn vrouw beschuldigt van zīnā (overspel), of hij ontkent het vaderschap van een kind, maar hij geen vier getuigen heeft om zijn claim te bewijzen.

Li’ān is een zware, formele eed procedure die leidt tot: permanente scheiding, verbreking van de huwelijksband, en verbod op hertrouwen tussen de twee. (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq).

2 De procedure van Liān (voor de Qāī)

De procedure vindt altijd plaats voor de Qāī.

Stap 1 — De man getuigt vier keer

De man verklaart onder ede: “Ik getuig bij Allāh dat mijn beschuldiging van overspel tegen mijn vrouw waar is.” Hij herhaalt deze verklaring vier keer.

Stap 2 — De vijfde vervloeking

De vijfde keer zegt hij: “Moge Allāh’s vloek op mij zijn als ik een valse beschuldiging tegen haar heb geuit.” Bij elke uitspraak moet hij duidelijk naar zijn vrouw wijzen.

Stap 3 — De vrouw getuigt vier keer

De vrouw verklaart onder ede: “Ik getuig bij Allāh dat de beschuldiging van overspel tegen mij vals is en dat deze man liegt.” Zij herhaalt dit vier keer.

Stap 4 — De vijfde vervloeking

De vijfde keer zegt zij: “Moge Allāh’s woede op mij zijn als wat hij beweert waar is.” (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

3 Essentiële formulering: ‘Ik getuig’ (Shahādah)

In Li’ān is het woord “ik getuig” (shahādah) essentieel. Vervangende zinnen zoals:

  • “Ik zweer bij Allāh dat ik gelijk heb,”
  • “Ik ben waarheidsgetrouw,”

zijn ongeldig en Li’ān wordt dan niet correct uitgevoerd. (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq)..

Vraagstuk 1: Voorwaarden voor Liān

Li’ān is alleen geldig wanneer:

  1. De nikāḥ correct en rechtsgeldig is.
  2. De relatie man–vrouw juridisch vaststaat, ongeacht of gemeenschap heeft plaatsgevonden.
  3. Beide partijen vrij zijn (geen slaven).
  4. Beide partijen geestelijk gezond zijn.
  5. Beide partijen volwassen zijn.
  6. Beide partijen moslim zijn.
  7. Beide partijen duidelijk kunnen spreken.
  8. Er geen eerdere bewezen beschuldiging tegen één van beiden bestaat.
  9. De man geen vier getuigen heeft.
  10. De vrouw de beschuldiging ontkent en zichzelf kuis verklaart.
  11. De beschuldiging duidelijk betrekking heeft op zīnā of op ontkenning van vaderschap.
  12. De beschuldiging plaatsvindt in Dār al‑Islām.
  13. De vrouw Li’ān eist van de Qāḍī.
  14. De man erkent dat hij haar van overspel heeft beschuldigd.

Het is niet nodig dat de vrouw fysiek voor de Qāḍī staat. (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

Vraagstuk 2: Herhaalde beschuldigingen

Wanneer de man zijn vrouw meerdere keren van overspel heeft beschuldigd, wordt Li’ān slechts één keer uitgevoerd. (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq)..

Vraagstuk 3: Woorden die Liān veroorzaken

De volgende uitspraken vallen onder Li’ān: “O overspelige vrouw!” “Je hebt overspel gepleegd.” “Ik heb gezien dat je overspel pleegt.”

Maar de volgende uitspraken vallen niet onder Li’ān: “Je hebt een ḥarām‑daad gepleegd.” “Je hebt op een verboden manier gemeenschap gehad.” “Iemand heeft sodomie met jou gepleegd.” Deze laatste categorie is geen Liān. (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

Vraagstuk 4: Juridische status na Liān

Na Li’ān wordt gemeenschap arām, maar de vrouw blijft formeel in nikā totdat de Qāḍī de scheiding uitspreekt, daarna wordt de scheiding alāq‑e‑bāʾin. Wanneer de Qāḍī geen scheiding uitspreekt, blijven zij juridisch getrouwd:

  • zij mogen geen gemeenschap hebben (ḥarām),
  • zij erven van elkaar bij overlijden,
  • de man kan haar nog steeds scheiden via ṭalāq,
  • en ook Ilāʾ of Ẓihār blijft mogelijk.

Wanneer de scheiding wordt uitgesproken:

  • zij heeft recht op iddat‑onderhoud,
  • recht op huisvesting tijdens iddat,
  • en wanneer zij tijdens iddat bevalt, wordt het kind aan de man toegeschreven.

 (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq)..

Vraagstuk 5: Beschuldiging + alāq

Wanneer de man zegt: “O overspelige vrouw! Drie ṭalāq op jou!” Dan is dit geen Liān, maar add‑e‑Qadhf (laster tegen kuisheid). Wanneer hij zegt: “O overspelige vrouw, drie ṭalāq over jou.” Dan is dit noch Liān, noch Qadhf. (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

Vraagstuk 6: Andere uitspraken

Wanneer de man zegt: “Ik heb geen fijne maagd.” Dan is dit noch Qadhf, noch Liān.

 (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq).

Vraagstuk 7: Geen Liān na alāq‑e‑bāʾin

Wanneer de man na alāq‑e‑bāʾin een beschuldiging uitspreekt, kan Li’ān niet plaatsvinden — zelfs niet wanneer hij haar later opnieuw trouwt. (Fatāwā Razviyya, Vol. 10).

Vraagstuk 8: Geen tijdslimiet voor Liān

Er is geen tijdslimiet voor Li’ān. Wanneer de vrouw geen klacht indient, wordt Li’ān niet uitgevoerd. Wanneer zij later alsnog naar de Qāḍī gaat, moet de Qāḍī Li’ān instellen. Wanneer zij geld heeft geaccepteerd en hem heeft vergeven, kan zij alsnog Li’ān eisen door het geld terug te geven. De Qāḍī moet de zaak vertrouwelijk behandelen om haar reputatie te beschermen. (al Qudūrī, Kitāb al Ṭalāq)..

BRONNENLIJST

Boeken

  • al Qudūrī. (n.d.). Kitāb al alāq [Fasl: al Li’ān; Fasl: al Ẓihār; Fasl: al Khulʿ; Fasl: al Rajʿat; Fasl: Aqṣām al Ṭalāq; Fasl: al Kināyah; Fasl: al Ṭalāq al Muʿallaq bi‑l‑Sharṭ].
  • Raza Khan, A. (n.d.). Fatāwā Razviyya (Vol. 10). Maktaba‑tul‑Madina.

Hadith‑verzamelingen

  • Abū Dāwūd, S. (n.d.). Sunan Abī Dāwūd.
  • Al‑Bukhārī, M. (n.d.). Ṣaī al‑Bukhārī.
  • Muslim, I. (n.d.). Ṣaī Muslim.