Door Imām al-Ghazālī (radi Allāhu anhu) in Ihya Uloom-ud-Dīn

Zin van reinheid

Wees niet onverschillig bij het zuiveren van je geest wanneer je je gebedsplaats reinigt en je lichaam ontdoet van onzuiverheden. Maak je innerlijk net zo zuiver als je uiterlijk — bevrijd het van onzuivere gedachten en ideeën. Toon berouw over de misstappen die je hebt begaan en neem het vaste besluit om ze in de toekomst niet te herhalen. Reinig daarom je hart, want het hart is de plaats waarop jouw Heer kijkt.

Betekenis van het bedekken van de privé‑delen

De betekenis van het bedekken van de privé‑delen is dat je deze bedekt houdt voor de ogen van mensen. Maar weet, dat Allāh Taālā naar je hart kijkt. Bedek daarom ook de fouten van je hart, want niets daarvan is verborgen voor Allāh Ta’ālā. Je berouw, je schaamte en je vrees voor Hem zullen compenseren wat tekortschiet. Sta voor Allāh Ta’ālā zoals een voortvluchtige slaaf die terugkeert naar zijn Meester: met berouw, met nederigheid van geest, en met een gebogen hoofd.

Namāz gemist – minder zegen bij inhalen

  1. Gemiste namāz moet zo snel mogelijk worden ingehaald

Een gemiste namāz moet zodra het mogelijk is worden ingehaald en niet onnodig worden uitgesteld. Het missen van een farḍ‑gebed is een zonde. Let op:

  • De zonde van het missen kan door taubah worden vergeven.
  • Maar de gemiste namāz zelf wordt niet kwijtgescholden door taubah; deze moet altijd worden ingehaald.
  1. Ṣāib‑e‑Tartīb

Een Ṣāḥib‑e‑Tartīb is iemand die nooit eerder een namāz heeft gemist, maar nu slechts één dag (vijf gebeden) heeft gemist. Voor zo iemand geldt:

  • Hij moet de gemiste gebeden verplicht in volgorde (tartīb) inhalen:
    Fajr → Ẓuhr → ʿAṣr → Maghrib → ʿIshāʾ
  • Pas daarna mag hij de reguliere (huidige) namāz bidden.
  • Doet hij dat niet, dan wordt zijn gemiste namāz niet als ingehaald beschouwd.
  1. Wie meer dan vijf gebedstijden heeft gemist

Wie meer dan vijf farḍ‑gebeden heeft gemist, verliest de status van Ṣāḥib‑e‑Tartīb. Voor hem geldt:

  • Hij mag op elk moment zijn gemiste gebeden inhalen.
  • Hij hoeft geen volgorde aan te houden.
  • Hij mag de reguliere namāz bidden zonder eerst alle qaḍāʾ in te halen.

Betekenis van jezelf naar de Kaʿbah richten

De bedoeling van het richten van je gezicht naar de Kaʿbah is dat je je innerlijke gezicht naar Allāh Ta’ālā wendt. Zoals je je lichaam naar één richting keert, zo moet je ook je geest zuiveren van alle kanten, van alle afleidingen en van alle kwade gedachten. Beweeg je uiterlijke ledematen om je innerlijke ziel te bewegen, en houd je lichaam onder de controle van je geest.
Richt het gezicht van je hart naar Allāh Ta’ālā, samen met het gezicht van je lichaam.

De Profeet Mohammed ﷺ zei: “Wanneer een man in gebed staat en zijn hoop, zijn gezicht en zijn hart richt op Allāh Ta’ālā, dan komt hij uit zijn gebed zoals op de dag dat zijn moeder hem baarde.”

Betekenis van niyyāh

Maak een plechtige belofte dat je gehoor zult geven aan de bevelen van Allāh Ta’ālā door het gebed te verrichten. Maak je gebed volmaakt, en maak je niyyāh oprecht voor Hem. Wees je bewust van Degene met Wie je in het geheim spreekt: hoe je spreekt, met welke houding, en met welke innerlijke staat. Op dat moment zou je hoofd moeten transpireren, je ledematen moeten beven, en de kleur van je gezicht zou moeten veranderen — uit eerbied, schaamte en ontzag voor Allāh Ta’ālā.

Betekenis van staan in het gebed

De uiterlijke betekenis van staan is dat je met lichaam én geest voor Allāh Ta’ālā staat. Je buigt je hoofd — het hoogste deel van je lichaam — naar beneden. De innerlijke bedoeling hiervan is dat je je ego buigt, vrij van trots en zelfingenomenheid. Weet dat je staat voor de Machtige en Grootste Koning. Je bent bang voor een wereldse koning, maar je vreest Allāh Ta’ālā niet zoals Hij het meest verdient om gevreesd te worden. Daarom vroeg Ḥazrat Abū Bakr (raḍiyAllāhu ʿanhu) aan de Profeet ﷺ: “Hoe moeten wij ons schamen voor Allāh Ta’ālā?”  Hij ﷺ antwoordde: “Je zou je voor Allāh Ta’ālā moeten schamen zoals je je zou schamen voor de meest Godvrezende man onder jullie.”

Betekenis van takbīr

Wanneer je tong Allāhu Akbar uitspreekt, laat je verstand dan geen leugen spreken. Je hart moet overeenkomen met je tong wanneer je verklaart dat Hij de Grootste is. Als er in je hart iets is dat je groter acht dan Allāh Ta’ālā, dan zal Allāh Ta’ālā getuigen dat je een leugenaar bent.

Betekenis van het openen met duʿāʾ bij de start van de namāz

Wanneer je zegt: “Ik keer mijn gezicht naar de Schepper van de hemelen en de aarde”, betekent dit dat je je innerlijke gezicht naar Allāh Ta’ālā wendt. Het richten van het lichaam naar de Kaʿbah is slechts de uiterlijke vorm; de werkelijke Qiblah is dat je je hart richt op Allāh Ta’ālā, nadat je je hebt losgemaakt van alle andere doelen, gedachten en begeerten.

Allāh Ta’ālā is niet beperkt tot een plaats; Hij is overal. Daarom betekent het richten naar de Kaʿbah: je richten op het enige doel van je leven — de Almachtige — en allesbehalve Hem opgeven.

Wanneer je reciteert: “Ik ben niet van de polytheïsten”, onderzoek dan je hart: herbergt het nog verborgen shirk, zoals het verlangen naar lof van mensen?

Allāh Ta’ālā zegt dat degene die Zijn aangezicht wil ontmoeten: “…goede daden moet verrichten en geen enkele partner moet toekennen in de aanbidding van zijn Heer.” Dit werd geopenbaard over iemand die Allāh wilde aanbidden, maar tegelijk de lof van mensen zocht. Daarom moet je jezelf beschermen tegen shirk, zowel openlijk als verborgen.

Wanneer je zegt: “Mijn leven en mijn dood zijn voor Allāh Ta’ālā”, besef dan dat dit de toestand is van een dienaar die het bestaan van zijn Meester boven zijn eigen bestaan stelt.

Wanneer je zegt: “Ik zoek mijn toevlucht bij Allāh Ta’ālā”, laat dan je lage verlangens en verleidingen los. Neem een vaste beslissing om het fort van Allāh Ta’ālā binnen te gaan en het fort van de duivel te verlaten.

De Profeet ﷺ heeft overgeleverd dat Allāh Ta’ālā zei: “Lā ilāha illā Allāh is Mijn fort. Wie Mijn fort binnengaat, is veilig voor Mijn straf.” Wie zijn lage verlangens volgt, leeft in het fort van de duivel, niet in het fort van Allāh Ta’ālā.

Betekenis van het reciteren van de Heilige Qurʾān in de namāz

Mensen die Qurʾān reciteren in de ṣalāh behoren tot drie categorieën:

  1. Degene die zijn tong beweegt, maar zijn hart is afwezig. Dit is de laagste rang.
  2. Degene van wie de tong reciteert en het hart de tong volgt. Dit is de rang van de gelukkigen.
  3. Degene van wie de tong eerst gericht is op het begrijpen van de betekenis, en het hart vervolgens de tong leidt. De tong wordt dan een uitdrukking van het hart. Dit is de hoogste rang.

Fiqh‑regel

  • Surah al‑Fātiah is wājib; zonder Fātiḥah is er geen namāz.
  • Na Fātiḥah moet men een andere surah reciteren, of minimaal drie verzen.
  • Het is afal om de surah te reciteren in de volgorde van de Qurʾān.

Sajdah Sahw (Sajdah Suhū)

Sajdah sahw wordt verricht wanneer je tijdens de namāz een verplichte of wājib‑handeling vergeet en je dit tijdens de namāz herinnert. Herinner je het na de salām, dan verricht je onmiddellijk twee sajdahs sahw na de duʿāʾ, met de niyyah van die specifieke namāz.

Wanneer het niet mogelijk is om exact in de richting van de Kaʿbah te staan, dan moet je jezelf positioneren binnen een hoek van 45 graden ten opzichte van de Qiblah. Dit valt volgens de fuqahāʾ’ binnen de richting van de Kaʿbah, ook al sta je niet exact loodrecht gericht. Bahār-e-Sharīʿat.