1 Inleiding

De student leert heel compact dat een vertaling nooit de Qur’ān zelf is, maar altijd een menselijke interpretatie. Alleen het Arabisch draagt de volledige betekenis. Daarom moet een vertaler diepgaande kennis hebben van Arabische taal, grammatica, profetische traditie en klassieke tafsīr. De student leert ook dat Qur’ān‑uitleg zich historisch heeft ontwikkeld via de Profeet ﷺ, de Ṣaḥābah, de Tābiʿīn en latere geleerden, en dat verschillende methoden van exegese zijn ontstaan. Kortom: de Qur’ān kan niet letterlijk worden vertaald, en correcte uitleg vereist kennis, keten en methode.

2 Opvatting over vertaling van de Heilige Qur’ān

Elke vertaling is een interpretatie van de tekst. Het begrip vertalen duidt taalkundig op het woordelijk overbrengen van een mededeling van de ene taal naar de andere. Een andere uitleg van het begrip is de transformatie van de boodschap van de ene taal naar de andere, waarbij de weergave van de essentie centraal staat. Islamgeleerden vinden dat het letterlijk vertalen van de verzen onmogelijk is, omdat de innerlijke betekenis vanuit het Arabisch niet in een andere taal kan worden overgebracht. Bovendien zou het letterlijk vertalen van de Arabische verzen in een vreemde taal grammaticaal niet juist zijn in die vreemde taal.

Tafsīr betekent uitleg van de Qur’ān en deze kan uitsluitend in het Arabisch tot zijn recht komen. At‑tarjuma is de vertaling van de Qur’ān.

Een Qur’ān‑vertaling dient aan de volgende voorwaarden te voldoen:

  • De vertaler dient diepgaande kennis te bezitten van de profetische traditie, de wetenschappen van de Arabische taal en de Arabische exegese.
  • De vertaler mag geen eigen overtuiging of filosofie aan de vertaling toevoegen.
  • De vertaler dient grondige kennis te hebben van de Arabische grammatica én van de grammatica van de taal waarin hij schrijft.

Na de regeerperiode van Ḥazrat ʿUthmān (raḍiyAllāhu ʿanhu) brak de regeertijd van de Umayyaden aan (661–750). Tijdens deze periode werden een groot aantal boeken geschreven met aandacht voor ʿIlm al‑Tafsīr, omdat deze wetenschap als bron voor andere wetenschappen werd beschouwd.

3 Eerste methode van Qur’ān‑exegese: al‑tafsīr bi’l‑maʾthūr

Bepaalde delen van de Qur’ān werden uitgelegd met andere passages uit de Qur’ān, aḥādīth en uitspraken van de Ṣaḥābah.

De methode die hierna ontstond is al‑tafsīr bi’l‑ra’y: uitleg op basis van het eigen oordeel van Schriftgeleerden. Andere exegesemethoden die ontstonden zijn onder andere symbolische, rechtsgeleerde, sociale en literaire tafsīr.

Enkele auteurs van tafsīr

  • Saʿīd ibn Zubayr (gest. 95 H./713)
  • Al‑Shāfiʿī (gest. 204 H./819), auteur van Akām al‑Qur’ān
  • Abū ʿUbaydah (gest. 209 H./824), auteur van Gharīb al‑Qur’ān
  • Abū ʿUbayd al‑Qāsim ibn Salām (gest. 224 H./838), auteur van Nāsikh al‑Qur’ān wa Mansūkh
  • Abū Bakr al‑Sijistānī, auteur van Gharīb al‑Qur’ān
  • Ibn al‑Jawzī (gest. 597 H./1200), auteur van twee werken
  • Badr al‑Dīn al‑Zarkashī (gest. 794 H./1391), auteur van al‑Burhān fī ʿUloom al‑Qur’ān
  • Jalāluddīn Suyūṭī (gest. 911 H./1505), auteur van al‑Itqān fī ʿUloom al‑Qur’ān
  • Mufassir‑e‑Aʿẓam Hind Maulana Ibrāhīm Raza Khan

4 Werkwijze van Jalāluddīn Suyūī

Bij elk thema noemt hij de bekendste geleerden die daarover hebben geschreven. Vervolgens beschrijft hij het nut en belang ervan om de Qur’ān te begrijpen. Hij citeert daarbij passages uit de Qur’ān, aḥādīth van de Heilige Profeet ﷺ en uitspraken van eerdere geleerden.

5 Terminologie van het begrip ‘Qur’ān‑exegese’

Taalkundig betekent tafsīr uitleg en verklaring. Tafsīr is de regel of methode die ons helpt om de Qur’ān te begrijpen. Volgens al‑Zurqānī wordt onder tafsīr verstaan de wetenschap waarin men zoekt naar:

  • de betekenissen en voorschriften van de Qur’ān,
  • al‑nāsikh wa’l‑mansūkh (opheffende en opgeheven verzen),
  • asbāb al‑nuzūl (aanleidingen tot openbaring).

Volgens deze definitie bestaat er een verschil tussen tafsīr en taʾwīl. Door deze opvatting zijn in de Islam verschillende stromingen ontstaan.

Imām al‑Ṭabarī, mufassir en historicus, was van mening dat beide begrippen hetzelfde zijn, zoals blijkt uit zijn exegeseboek Jāmiʿ al‑Bayān.

De Muʿtazilī al‑Zamakhsharī schrijft in zijn boek al‑Kashshāf dat er wél verschil is: taʾwīl houdt zich bezig met het verhelderen van Qur’ān‑verzen, terwijl tafsīr zich richt op de betekenissen van Qur’ān‑woorden.

6 Ontwikkelingsfasen van de Qur’ān‑exegese

Tafsīr stamt uit de periode van de Heilige Profeet ﷺ, gevolgd door de Ṣaḥābah, de Tābiʿīn en de Tābiʿ Tābiʿīn. Volgens sommige geleerden heeft de Profeet ﷺ alle Qur’ān‑woorden uitgelegd. Anderen beweren dat de Profeet ﷺ niet alle woorden heeft uitgelegd, waardoor de Ṣaḥābah en hun opvolgers dit ook hebben gedaan.

Ibn ʿAbbās wist bijvoorbeeld niet wat het woord ir betekende totdat hij twee Arabieren bij een put hoorde discussiëren over ana faartuhā. De Heilige Profeet ﷺ legde hem toen de eigenlijke betekenis uit.

7 Tafsīr van de Ṣaābah

De tafsīr van de Ṣaḥābah omvat:

  • Tafsīr al‑Qur’ān bi’l‑Qur’ān (uitleg van Qur’ān met Qur’ān),
  • wat zij hebben onthouden van de profetische tafsīr van verschillende verzen.

De tafsīr van de Tābiʿīn is gebaseerd op de tafsīr van de Ṣaḥābah. Soms geven de Tābiʿīn ook een eigen uitleg.

8 Tafsīr als taak van de Heilige Profeet

De Profeet ﷺ gaf uitleg over Qur’ān‑verzen aan de Ṣaḥābah, zowel uit eigen initiatief als op verzoek.

9 Waarde van de tafsīr van de Ṣaābah

Tafsīr op gezag van de Profeet ﷺ heeft dezelfde waarde als een ḥadīth.

Tafsīr niet op gezag van de Profeet ﷺ wordt onderscheiden in:

  • Heeft de tafsīr een keten met aanleiding tot openbaring, dan krijgt deze dezelfde waarde als een ḥadīth.
  • Is de tafsīr alleen gebaseerd op zelfstandig oordeel van de Ṣaḥābah, dan kan deze niet worden vergeleken met een religieuze tekst of overlevering.

10 Na de Tābiʿīn: onafhankelijke tafsīr

Na de periode van de Tābiʿīn ontstond een fase waarin tafsīr onafhankelijk werd van de ḥadīth. Van de 8e tot de 11e eeuw zijn verschillende methoden van tafsīr ontwikkeld.

Het is niet vast te stellen wat het eerste tafsīrboek is, maar het eerste bekende boek is Maʿānī al‑Qur’ān, geschreven door al‑Farrāʾ. Dit boek geldt als een belangrijke referentie binnen de literaire (tafsīr al‑adabī) en taalkundige (tafsīr al‑lughawī) exegese.