Inleiding

De student leert in deze les dat moderne denkers, internet‑schrijvers en zogenoemde “Ahle Qur’ān” een gevaar vormen doordat zij Qur’ān‑verzen en aḥādīth uitleggen zonder kennis en buiten de keten van geleerde autoriteit. Hij leert dat de Qur’ān zelf bevestigt dat begrip alleen mogelijk is voor mensen met kennis, en dat uitleg altijd moet worden gezocht bij de Profeet ﷺ en vervolgens bij de Aʾimmah en de ʿUlamāʾ. De student begrijpt dat wie de profetische uitleg, de aḥādīth en de vier wetscholen negeert, onvermijdelijk afdwaalt. Ook leert hij dat twijfel moet worden bestreden met ḥadīth, dat juridische kwesties moeten worden voorgelegd aan de Aʾimmah, en dat misleidende groepen geen aandacht verdienen. Uiteindelijk leert de student dat bescherming tegen dwaling ligt in het vasthouden aan de traditionele keten van kennis die door Allāh Ta’ālā is vastgesteld.

Hujjat‑ul‑Islām ʿAllāma Shah āmid Raza Khan (Ramatullāhi ʿalayh)

1 Intellectuele ontwikkelingen en misleiding op internet

Tegenwoordig zien wij dat de intellectuele ontwikkelingen hard gaan; het internet heeft hieraan een grote bijdrage geleverd. Echter, er zijn ook veel schrijvers (moslims, niet‑moslims en atheïsten) die op het internet publiceren. Veel van deze auteurs behoren tot de groep internet‑Satans, omdat zij Qur’ān‑verzen en aḥādīth uitleggen op basis van seculiere wetenschap. De eminente Schriftgeleerde, Hujjat‑ul‑Islām, zoon van Ālāḥazrat, uit India heeft hierover een artikel geschreven. Het artikel verscheen in Sunni Razvi Society International, editie maart 1995.

2 De bedreiging voor islamitische kennis door moderne denkers en onwetende geleerden

De ontwikkeling van moderne denkers en onwetende geleerden binnen de gemeenschap bedreigt voortdurend de speciale islamitische wetenschappelijke basis en het fundament van kennis binnen de Ummah. Deze misleidde personen interpreteren het Boek van Allāh Ta’ālā en de ḥadīth Sharīf met hun gebrekkige en tegenovergestelde bevattingsvermogen. Moslims dienen begeleiding te zoeken bij begaafde Schriftgeleerden in de soennitische gemeenschap en zulke moderne en materialistische atheïsten de kop in te drukken.[1]

3 De methode om valsheid te onderscheiden

Hujjat‑ul‑Islām, ʿAllāma Shah Ḥāmid Raza Khan (Raḥmatullāhi ʿalayh), de oudste zoon van Ālāḥazrat Imām Ahmed Raza Khan (raḍiyAllāhu ʿanhu), heeft de moslimgemeenschap een eenvoudige manier uitgelegd om valsheid te onderscheiden en hoe daarmee om te gaan. In een van zijn toespraken zei de eminente Schriftgeleerde: “De Qur’ān zegt niet alleen dat de mensen met kennis begunstigd zijn met vaardigheid en capaciteit om de Qur’ān zelfstandig te begrijpen, maar dat zij zich ook dienen te wenden tot de geliefde Profeet ﷺ voor uitleg.”

4 De Qur’ān bevestigt de noodzaak van kennis en profetische uitleg

Allāh Ta’ālā openbaart:

وَلَمَّآ أَن جَآءَتْ رُسُلُنَا لُوطاً سِيءَ بِهِمْ وَضَاقَ بِهِمْ ذَرْعاً وَقَالُواْ لاَ تَخَفْ وَلاَ تَحْزَنْ إِنَّا مُنَجُّوكَ وَأَهْلَكَ إِلاَّ ٱمْرَأَتَكَ كَانَتْ مِنَ ٱلْغَابِرينَ

“En dit zijn gelijkenissen die Wij voor de mensen geven, maar alleen zij die kennis bezitten begrijpen ze.” Surah al‑ʿAnkabūt (De Spin), H29, vers 43

بِٱلْبَيِّنَاتِ وَٱلزُّبُرِ وَأَنْزَلْنَا إِلَيْكَ ٱلذِّكْرَ لِتُبَيِّنَ لِلنَّاسِ مَا نُزِّلَ إِلَيْهِمْ وَلَعَلَّهُمْ يَتَفَكَّرُونَ

“En Wij hebben de vermaning tot u (Profeet ﷺ) gezonden, opdat gij aan het mensdom moogt uitleggen hetgeen tot hen werd neergezonden, zodat zij mogen nadenken.” Surah an‑Nal (De Bij), H16, vers 44

Dus, als de Heilige Profeet ﷺ met zijn gecodificeerde wet de Heilige Qur’ān niet in detail had uitgelegd, dan zou deze abstract blijven. Evenzo, als de geletterde Aʾimmah niet geschoold en ontwikkeld waren met de aḥādīth, zouden zij ook abstract aan ons overkomen, en de ʿUlamāʾ na hen zouden onervaren zijn gebleven om de Heilige Qur’ān betekenisvol voor ons te maken. Hun keten van leiding is gevestigd door Allāh Ta’ālā. Degene die probeert deze keten te doorbreken, is zeer zeker niet op het Pad der Leiding. Zulke mensen zijn duidelijk gedwaald.

5 Waarschuwingen van de Ṣaābah en de Aʾimmah

Ḥazrat ʿUmar ibn al‑Khaṭṭāb (raḍiyAllāhu ʿanhu) zei: “Spoedig zal een tijd aanbreken wanneer u geconfronteerd zult worden met mensen die verward zullen zijn in controversie met de ambitieuze verzen van de Heilige Qur’ān. Overweldig hen door ḥadīth, omdat degenen die beweren kennis te bezitten van ḥadīth ook begunstigd zullen zijn met het begrijpen van de Qur’ān.” Dāramī, Dāraqu

Ḥazrat Imām Sufyān ibn ʿUyaynah (Raḥmatullāhi ʿalayh) zei: “Hadīth kan iedereen laten afdwalen, behalve degenen die juristen zijn. De reden is dat de Qur’ān abstract is, maar transparant en betekenisvol wordt door de ḥadīth, terwijl de abstractie van de ḥadīth is uiteengezet door de Aʾimmah van de vier wetscholen. Dus, als iemand nu probeert de betekenissen van de Qur’ān en ḥadīth te extraheren zonder de vier Aʾimmah, zal hij afdwalen. En hij die probeert de Qur’ān te begrijpen zonder de ḥadīth zal in de kloof van onwetendheid terechtkomen.”

6 De misleiding van materialistische atheïsten en ‘Ahle Qur’ān’

Hujjat‑ul‑Islām zei verder dat er materialistische atheïsten zijn die ondeugd laten zien door de ḥadīth te weerleggen en van de Heilige Qur’ān de enige beslissende autoriteit maken. In werkelijkheid zijn deze mensen de vijanden van de Qur’ān, en de Qur’ān is hun vijand. Hij identificeerde ook de groep Ahle Qur’ān (de mensen van de Qur’ān), die uitsluitend bewijzen zoeken in de Qur’ān, omdat geen enkel verhaal voor hen gelijkwaardig is aan de Qur’ān. Beide groepen weten bliksemsnel dat zij geen betekenis hebben in het Hof van de Heilige Profeet ﷺ.

7 Advies aan de moslims

O moslims! Geef deze misleidde mensen geen aandacht. Zodra zij trachten twijfel bij u te brengen door de Qur’ān, verjaag uw twijfels door de ḥadīth. Als zij proberen uw īmān te ondermijnen, zoek oplossingen voor het onderwerp bij de juristen onder de Aʾimmah. De oplossingen voorgedragen door de Aʾimmah zullen zeer zeker het verschil tussen waarheid en valsheid duidelijk maken.

Dit zal helpen de materie van onzekerheid en misleiding te regelen door deze bergstromen der Waarheid. Als zij proberen over ḥadīth te debatteren, zullen de kristalheldere betekenissen van de aḥādīth, verstrekt door de Aʾimmah, hen tot stilzwijgen brengen totdat zij zullen zeggen niets af te weten van de ḥadīth of dat zij niet in de Aʾimmah geloven.

Op dat moment zult u weten dat hun ‘Imām’ niemand anders is dan Iblīs, de vervloekte, die hen laat afdwalen en hen tegenhoudt om de ḥadīth te accepteren, inclusief de besluiten van de Aʾimmah.