1 Inleiding

De student leert dat sinds de tijd van de Profeet ﷺ talloze tafāsīr zijn geschreven en dat geen enkel ander boek ter wereld zo uitgebreid is becommentarieerd als de Heilige Qur’ān. Dit toont de enorme inspanning van de Ummah om de betekenissen van de Qur’ān te bewaren.

2 De rijkdom aan Qur’ān‑commentaren

Sinds de gezegende periode van de Profeet ﷺ zijn talloze tafāsīr (commentaren) van de Glorieuze Heilige Qur’ān geschreven. In feite is er geen ander boek in de wereld dat zo uitgebreid is gediend als de edele Qur’ān. Het introduceren van al deze tafāsīr is niet mogelijk, zelfs niet in een gedetailleerd boek, laat staan in een korte inleiding zoals deze. Wat we hier willen doen, is heel kort de grote tafāsīr noemen die als bijzondere bronnen van de Heilige Qur’ān hebben gediend en die telkens weer worden aangehaald. Hoewel tijdens de periode waarin het bovenstaande college werd geschreven veel commentaren en honderden boeken voortdurend werden geraadpleegd, beperken we ons hier tot de tafāsīr die herhaaldelijk zullen verschijnen.

3 Tafsīr Ibn Jarīr (Jāmiʿ al‑Bayān)

De echte naam van deze tafsīr is Jāmiʿ al‑Bayān, samengesteld door ʿAllāmah Abū Jaʿfar Muhammad ibn Jarīr al‑Ṭabarī (gest. 310 Hijri). ʿAllāmah Ṭabarī was een zeer gewaardeerde commentator, muḥaddith (ḥadīth‑expert) en historicus. Er wordt gezegd dat hij veertig jaar onafgebroken bleef schrijven en dagelijks veertig pagina’s produceerde (al‑Bidāyah wa al‑Nihāyah, deel 11, p. 145). Er zijn beschuldigingen geweest dat hij een Shīʿa zou zijn, maar onderzoekers hebben deze beschuldiging weerlegd. De waarheid is dat hij een hoog aangeschreven geleerde is van de volgelingen van de Sunnah, eerder dan een sjiitische geleerde.

4 Tafsīr Ibn Kathīr

Deze tafsīr is geschreven door Ḥāfiẓ ʿImād al‑Dīn Abū al‑Fidāʾ Ismāʿīl ibn Kathīr al‑Dimashqī al‑Shāfiʿī (gest. 774 Hijri), een vooraanstaande onderzoeker van de achtste eeuw. Het werk bestaat uit vier delen. Hier is de nadruk gelegd op verklarende verhalen. Een speciaal kenmerk is zijn kritische benadering als ḥadīth‑expert van verschillende vertellingen. Vanuit dit oogpunt neemt dit boek een aparte plaats in tussen alle boeken van tafsīr.

5 Tafsīr al‑Qurṭubī (al‑Jāmiʿ li‑Aḥkām al‑Qur’ān)

Deze tafsīr werd geschreven door de beroemde Andalusische geleerde Abū ʿAbdullāh Muhammad ibn Aḥmad Abī Bakr ibn Farah al‑Qurṭubī (gest. 671 Hijri). Hij was een volgeling van de Mālikī‑school en stond bekend om zijn ʿibādah en vroomheid. Het hoofddoel van dit boek was het afleiden van juridische bevelen en uitspraken uit de Heilige Qur’ān. Daarnaast bevat het:

  • uitleg van verzen,
  • onderzoek naar moeilijke woorden,
  • bespreking van diakritische tekens,
  • elegantie van stijl en compositie,
  • gerelateerde tradities en rapporten.

Het boek bestaat uit twaalf delen en is herhaaldelijk gepubliceerd.

6 Al‑Tafsīr al‑Kabīr (Mafātīḥ al‑Ghayb)

Dit werk is van Imām Fakhr al‑Dīn al‑Rāzī (gest. 606 Hijri). De echte naam is Mafātīḥ al‑Ghayb, maar het staat bekend als Tafsīr al‑Kabīr. Imām Rāzī was een groot theoloog, daarom ligt in zijn tafsīr veel nadruk op rationele en scholastische debatten en op de weerlegging van valse sekten. Toch is dit werk een unieke sleutel tot de betekenissen van de Qur’ān. De aangename manier waarop hij de betekenissen verduidelijkt en verbanden tussen verzen legt, is bijzonder lofwaardig.

Imām Rāzī schreef zijn tafsīr waarschijnlijk tot Surah al‑Fatḥ. Het resterende deel werd voltooid door Qāḍī Shihāb al‑Dīn ibn Khalīl al‑Khawlī ad‑Dimashqī (gest. 639 Hijri) of Shaykh Najm al‑Dīn Aḥmad ibn Muhammad al‑Qamūlī (gest. 777 Hijri). (Kashf al‑Ẓunūn, deel 2, p. 477)

Sommigen hebben gezegd: “Er is alles in dit boek behalve tafsīr.” Maar dit is een ernstige onrechtvaardigheid. Hoewel Imām Rāzī soms ver van de consensus afwijkt, zijn dergelijke gevallen schaars in dit omvangrijke werk van acht delen.

7 Tafsīr al‑Baḥr al‑Muḥī

Deze tafsīr werd geschreven door ʿAllāmah Abū Ḥayyān al‑Gharnāṭī al‑Andalusī (gest. 754 Hijri), een meester in syntaxis en retoriek. Zijn tafsīr is doordrenkt van taalkundige analyse. Hij legt speciale nadruk op:

  • woordonderzoek,
  • verschillen in zinsstructuren,
  • punten van welsprekendheid.

8 Aḥkām al‑Qur’ān (al‑Jassās)

Dit werk is geschreven door Imām Abū Bakr al‑Jassās al‑Rāzī (gest. 370 Hijri), een vooraanstaande Ḥanafī‑jurist. Het boek richt zich op het afleiden van juridische bevelen uit de Qur’ān. In plaats van verzen in volgorde uit te leggen, volgt hij de juridische thema’s die door de verzen worden opgeroepen. Hoewel er andere boeken over dit onderwerp bestaan, heeft dit werk een prominente plaats.

9 Tafsīr al‑Durr al‑Manthūr

Geschreven door ʿAllāmah Jalāl al‑Dīn al‑Suyūṭī (gest. 910 Hijri). De volledige naam is al‑Durr al‑Manthūr fī al‑Tafsīr bi’l‑Maʾthūr. Hij verzamelde alle vertellingen over tafsīr die hij kon vinden. Grote ḥadīth‑geleerden zoals Ibn Jarīr, al‑Baghawī, Ibn Mardawayh, Ibn Ḥibbān en Ibn Mājah (raḍiyAllāhu ʿanhum) hadden al veel materiaal verzameld. Al‑Suyūṭī bracht dit samen.

Omdat zijn doel was om een massa vertellingen te verzamelen, bevat het boek zowel sterke als zwakke overleveringen. Daarom kan geen enkele vertelling zonder onderzoek als betrouwbaar worden beschouwd. Soms vermeldt al‑Suyūṭī de graad van betrouwbaarheid, maar hij staat bekend als mild in ḥadīth‑kritiek, waardoor voorzichtigheid geboden blijft.

10 Al‑Tafsīr al‑Mazharī

Deze tafsīr werd geschreven door Qāḍī Thanāʾullāh Panipati (gest. 1225 Hijri). Hij noemde het al‑Tafsīr al‑Mazharī naar zijn spirituele leraar Mirzā Mazhar Jān‑e‑Jānān Dihlawī. Het werk is eenvoudig, duidelijk en zeer nuttig voor korte uitleg van Qur’ān‑verzen. Naast de opheldering van woorden behandelt hij ook verwante verhalen, waarbij hij meer onderzoek verricht dan veel andere tafāsīr.

11 Rūḥ al‑Maʿānī

De volledige naam is ḥ al‑Maʿānī fī Tafsīr al‑Qur’ān al‑ʿAẓīm wa’l‑Sabʿ al‑Mathānī, geschreven door ʿAllāmah Maḥmūd al‑Ālūsī (gest. 1270 Hijri), een beroemde geleerde uit Bagdad. Het werk bestaat uit dertig delen. Hij heeft zijn uiterste best gedaan om deze tafsīr zeer uitgebreid te maken. Het bevat uitvoerige discussies over:

  • taal, syntaxis, letters, stijl,
  • jurisprudentie, geloofsleer, scholastiek,
  • filosofie, astronomie, mystiek,
  • tradities en verhalen.

Hij heeft geprobeerd geen enkel intellectueel aspect onbesproken te laten. Ook is hij voorzichtiger met ḥadīth‑vertellingen dan veel andere mufassirīn. Vanuit deze invalshoek is dit een zeer uitgebreide tafsīr, en geen enkele toekomstige studie van de Qur’ān kan het zich veroorloven om dit werk te negeren.