- Informatie
Informatie is de boodschap die door een afzender wordt afgegeven en door een ontvanger wordt opgevangen. Deze overdracht van informatie kan in verschillende vormen voorkomen. Zo is niet alleen verbale overdracht (woorden op schrift of mondeling) informatie, maar ook non‑verbale overdracht — zoals beelden, klanken, lichaamstaal, oogcontact, smaken, geuren en gezichtsuitdrukkingen — vormt informatie.
Daarnaast is in dit informatieproces ook het onderscheid tussen formele en informele communicatie belangrijk. Formele communicatie is een gestructureerde manier van overdracht die plaatsvindt volgens vastgestelde afspraken en kwaliteitseisen. Informele communicatie is vooral spontane, ongestructureerde uitwisseling, die vaak de vorm van roddel aanneemt.
Hadith (toesprak van Moefti Abdul Wajīd Qadri in Noori Moskee te Amsterdam)
Op een dag liep de Heilige Profeet ﷺ langs een aantal vrouwen die met elkaar aan het praten waren. Hij zei: “Jullie brengen jezelf in gevaar voor het Hellevuur.” Daarop vroegen zij: “O Profeet ﷺ, wij verrichten ṣalāh, wij vasten en wij doen andere vormen van aanbidding. Gaan wij dan toch naar het Hellevuur?” De Heilige Profeet ﷺ antwoordde: “Wanneer jullie bij elkaar komen, beginnen jullie te spreken over iemand die niet aanwezig is en voegen daar onwaarheden aan toe. Dit is roddel en laster.”
Allāh Ta’ālā openbaart:
وَلَقَدْ ذَرَأْنَا لِجَهَنَّمَ كَثِيراً مِّنَ ٱلْجِنِّ وَٱلإِنْسِ لَهُمْ قُلُوبٌ لاَّ يَفْقَهُونَ بِهَا وَلَهُمْ أَعْيُنٌ لاَّ يُبْصِرُونَ بِهَا وَلَهُمْ آذَانٌ لاَّ يَسْمَعُونَ بِهَآ أُوْلَـٰئِكَ كَٱلأَنْعَامِ بَلْ هُمْ أَضَلُّ أُوْلَـٰئِكَ هُمُ ٱلْغَافِلُونَ
(Voorwaar, Wij hebben menige djinn en mens geschapen wier einde de hel zal zijn. Zij hebben harten maar begrijpen er niet mede en zij hebben ogen maar zij zien er niet mede en zij hebben oren maar zij horen er niet mede. Zij zijn als vee, neen zij dwalen nog meer (dan dit), zij zijn de achtelozen.) Surah al A’rāf (7) vers 179
Bovenstaand vers gaat over communicatie en de kwaliteitseisen die eraan gesteld moeten worden.
- Kwaliteitseisen van informatie
Om daadwerkelijk van waardevolle informatie te kunnen spreken is het vereist de verkregen informatie te toetsen aan normen. De moderne communicatiewetenschap die ook is terug te vinden in informatiemanagement van de ICT-omgeving is direct afgeleid van de islamitische methoden.
Zo heeft Imam Bukhārī Abu Abdullah Muhammad bin Ismail bin Ibrahim bin al-Mughīrah al-Ja’fai (194 AH – 256 AH) een perfecte methode toegepast om de ahadīth te verzamelen en op schrift (Ṣaḥīḥ Bukhārī) te zetten. Andere vooraanstaande Ulema-e-Ḥaqq zoals Mujaddid Imam `Abd al-Raḥmān ibn Kamal al-Dīn Abī Bakr ibn Muhammad ibn Sābiq al- Dīn, Jalāluddīn al-Miṣrī al-Suyūṭī al-Shāfiʿī al-Ashʿarī, beter bekend als Imam al-Suyūṭī (849 AH – 911 AH) en Mujaddid Imam-e-Ahle Sunnat Ahmad Raza Khan Qadri, beter bekend als Ālāḥazrat – 1272 – 1340 Hijri – (raḍiyAllāhu ʿanhum) hebben ook de perfecte methoden gevolgd.
Een aantal kwaliteitseisen (normen) waaraan informatie dient te voldoen om als waardevol te worden erkend zijn: beschikbaarheid, juistheid, betrouwbaarheid, tijdigheid, authenticiteit, onweerlegbaarheid verifieerbaarheid en volledigheid. Als één van deze kwaliteitseisen ontbreekt in de berichtgeving, dan is het bericht onvolmaakt en van generlei waarde in de jurisdictie. De reden is dat een volmaakt besluit (juridisch of business) alleen gestoeld kan zijn op basis van de eerste toetsing, dat is voldoen aan de kwaliteitseisen.
Ālāḥazrat (raḍiyAllāhu ʿanhu) heeft daarom vele Fatāwa van moefti’s van zijn tijd ongeldig verklaard. Zulke muftī’s die onzorgvuldig omgaan met berichtgeving en verspreiden zonder degelijk onderzoek zijn overal verspreid in de wereld en zijn ook in Nederland aanwezig. Ālāḥazrat (raḍiyAllāhu ʿanhu) schrijft in Fatāwa Razawiyyah, dat een mufti die een fout heeft begaan (misinterpretatie in woord en/of geschrift) deze in het openbaar moet herstellen, anders is hij geen moefti.
Naast de bovengenoemde kwaliteitseisen dient de berichtgeving (informatie) van de afzender in het licht van de islam ook aangenomen te worden als de afzenders dīndār (godsvruchtige) moslims zijn. Een voorbeeld is het bepalen van het begin en einde van de heilige maand Ramaḍān, maar ook van iedere islamitische maand.
Allāh Ta’ālā openbaart:
أَلا إِنَّهُمْ يَثْنُونَ صُدُورَهُمْ لِيَسْتَخْفُواْ مِنْهُ أَلا حِينَ يَسْتَغْشُونَ ثِيَابَهُمْ يَعْلَمُ مَا يُسِرُّونَ وَمَا يُعْلِنُونَ إِنَّهُ عَلِيمٌ بِذَاتِ ٱلصُّدُورِ
(Let op, zij verbergen hun vijandschap voor Hem in hun innerlijk. Ja, wanneer zij zich met hun kleding bedekken5, weet Hij wat zij verbergen en wat zij tonen. Voorzeker, Hij weet goed wat in het innerlijk is.) Surah Hood, H11, vers 5