1 Inleiding

De student leert in deze les hoe de Islam in Mekka een directe uitdaging vormde voor de bestaande orde en waarom de leiders van de Quraysh zich bedreigd voelden door de boodschap van gelijkheid, rechtvaardigheid en het afwijzen van afgoderij. Hij ziet hoe de Mekkaanse leiders probeerden de Profeet Mohammed ﷺ te stoppen: eerst door dreiging, daarna door dwang, vervolgens door verleiding en uiteindelijk door brute vervolging. De student leert hoe de Profeet ﷺ standvastig bleef in zijn missie, ondanks druk op zijn familie en ondanks geweld tegen zijn volgelingen. Ook ontdekt de student hoe de eerste moslims — waaronder Hamza, Abū Dharr en vooral ʿUmar — zich onder invloed van de Qur’ān bekeerden, zelfs wanneer zij aanvankelijk vijandig stonden tegenover de Islam. Zo begrijpt de student hoe de Islam, ondanks zware tegenwerking, bleef groeien door de kracht van de openbaring en de onverzettelijkheid van de Profeet ﷺ en zijn metgezellen.

2 Een dreigement aan de oude orde

Vanaf die dag werd de stem van de Islam steeds luider en heviger. De volgelingen van de Heilige Profeet ﷺ nodigden de mensen publiekelijk uit het nieuwe geloof te accepteren. Zij vertelden hun dat de afgodsbeelden machteloos waren en noch goed noch kwaad konden doen. Zij vertelden de mensen ook dat zij goed voor elkaar moesten zijn. Ook vertelden zij de mensen dat zij het Rechte Pad moesten kiezen en geen valse trots moesten hebben.

De leerstellingen van de Islam betekenden een doodklap voor de oude leefwijze. De mensen zagen de moslims als een belediging voor de godsdienst van hun voorouders. De Islam streefde naar een beter bestaan voor de mensheid. Het was een opstapje om hoger op de ladder te komen. Het riep vragen op over de eeuwenoude privileges van de rijken en sterken. Het streefde ernaar afstand te nemen van alle gruwelijke daden en dwaze geloven.

Dit werd te veel voor de trotse leiders van Mekka. De Islam zagen zij als een gevaar voor zichzelf; Islam betekende het uiteenvallen van de ketting die hun gedachten bij elkaar hield. Het betekende gelijkheid voor iedereen. Ook betekende het vrijheid van meningsuiting en vergadering. Hoe konden de Mekkaanse leiders deze rechten laten ontstaan? Hoe konden zij hun bijzondere privileges opgeven?

Zij maakten zich daarom ernstig zorgen en besloten iets daaraan te doen. Maar zij moesten snel zijn, want de Islam had alom bekendheid gekregen. Daarom besloten de Mekkaanse leiders aan te vallen voordat het te laat was.

3 Dwang mislukte

Het plan van de Mekkaanse leiders was eenvoudig. “Wij kunnen vrij gemakkelijk onderhandelen met Mohammed ﷺ als zijn oom ons niet tegenhoudt,” zeiden zij. “Laten wij eens gaan praten met Abu Ṭālib.”

Een delegatie vertrok naar Abu Ṭālib. “Uw neef overlaadt ons met ondraaglijke vernederingen voor onze voorouders en onze goden,” bromden zij boos. “Wij kunnen niet langer hiermee opgescheept zitten. Zeg tegen Mohammed ﷺ hiermee op te houden, of laat hem anders aan zijn lot over. Als u geen van beiden wilt doen, wees dan voorbereid op wat uw neef zal overkomen.”

Dit was een onverbiddelijke waarschuwing. Abu Ṭālib merkte op dat hij geen partij was voor de geallieerde troepen van de Mekkaanse leiders. Toen zei hij: “Mijn dierbare neef, let op je veiligheid en die van mij, en breng mij geen problemen die ik niet kan weerstaan.”

De waarschuwing was streng genoeg om de braafste man van gedachten te doen veranderen. Echter, het Pad van Allāh was voor de Boodschapper helder. Hij wist dat zijn missie de volledige steun van Allāh, de Almachtige, had. Hij hoefde zich geen zorgen te maken om de steun van wie dan ook.

Dus zei hij met een stevige en kalme stem: “Bij Allāh, ik zal verder gaan met mijn missie. Zelfs als alle familieleden en vrienden mij in de steek laten, zal ik niet stoppen met het openbaren van de Waarheid. Zelfs wanneer de dood mij in de ogen kijkt, dan nog zal ik niet ophouden mijn missie te voltooien.”

Abu Ṭālib werd geraakt door de eerlijkheid en kracht van deze woorden. “Wel, wel,” zei hij. “Doe zoals het je dunkt. Niemand zal je pijn doen zolang ik leef.”

4 Verleiding ineffectief

Het plan van de Mekkaanse leiders mislukte. Dwang had geen resultaten opgeleverd. Dus dachten zij hun doel te bereiken met verleiding. De Mekkanen kozen Utba bin Rabīʿa uit om de Heilige Profeet ﷺ te beïnvloeden. Utba was een slimme man met een welbespraakte tong.

Hij ging naar de Heilige Profeet ﷺ en zei: “Luister Mohammed ﷺ, je stamt af van een nobele familie. Je voorouders waren allen goede en geleerde leiders. Zeer zeker zal ook jij moeten opklimmen naar een hogere positie, maar daarvoor hoef je geen verdeeldheid te brengen onder de mensen. Laat hen de goede oude levenswijze voortzetten en wij zullen je alles geven wat je verlangt. Als je geld wilt, zullen wij je elke gewenste hoeveelheid geven. Als je een mooie vrouw wilt, dan zullen wij u de allermooiste van het land geven. En als je macht wilt, dan zijn wij bereid je tot onze koning te benoemen. Kies één van deze, of allemaal, en je zult het krijgen. Maar bij Gods genade: geef je vreemde missie op.”

Deze verleidingen hadden absoluut geen zin.

“Bij Allāh!” zei de Heilige Profeet ﷺ. “Als de mensen in Mekka de zon in mijn rechterhand zetten en de maan in mijn linkerhand, dan nog zal ik niet stoppen mijn taak uit te voeren.”

Utba ging met lege handen terug naar de Mekkaanse leiders. Zijn slimheid en welbespraakte tong konden geen resultaat bereiken. Dit maakte de Mekkaanse leiders nog bozer, maar toch wilden zij blijven onderhandelen. De Islam was een gevaar voor alles wat hun dierbaar was. Het gevaar moest worden bestreden, ten koste van alles.

5 Achtervolging

Nadat de Mekkaanse leiders hadden ingezien dat dwang en verleiding geen soelaas boden, besloten zij het leven voor de Heilige Profeet ﷺ en zijn volgelingen onmogelijk te maken.

Slaven die zich hadden bekeerd tot de Islam zouden spoedig het ergste te lijden hebben. Hun meesters ranselden hen zonder medelijden. Desondanks slaagden de Mekkaanse leiders er niet in de overtuiging van de Islam uit hun harten te verdrijven. De moslimslaven hielden zich onvoorwaardelijk vast aan de Islam; sommigen onder hen werden zelfs doodgeslagen.

Enkele slaven werden gekocht en bevrijd door Abu Bakr (raḍiyAllāhu ʿanhu). Zelfs de welgestelde moslim werd niet ontzien. Hun eigen familieleden keerden zich tegen hen. ʿUthmān bin ʿAffān (raḍiyAllāhu ʿanhu) werd in een donkere kamer opgesloten en met de zweep geslagen. Velen moesten pijn lijden.

De Heilige Profeet ﷺ ging een zware tijd tegemoet. Mensen gooiden vuil op hem wanneer hij op straat liep. Abu Lahab’s vrouw was de grootste ploert. Deze slechte mensen spreidden doorns op zijn weg. Zij maakten allerlei geluiden wanneer de Heilige Profeet ﷺ in de Ka’aba stond te prediken. Als hij ergens een lezing hield, lieten zij de gelovigen en anderen niet horen wat hij openbaarde.

De Mekkanen deden alles wat in hun vermogen lag om de Islam en de moslims te verachten. Hun mannen volgden de Heilige Profeet ﷺ overal waar hij naartoe ging. De storm van haat was voortgebracht door Abu Jahl, op dat moment de leider van de Quraysh. Hij en zijn onderdanen waren erop uit om de Islam uit te roeien. Toen bleek dat milde methoden geen baat hadden, besloten zij brute kracht te gebruiken.

6 Islam marcheert voort

Ondanks alle tegenwerking marcheerde de Islam voort. Iedereen die de oproep van de Islam hoorde, voelde de grote aantrekkingskracht van de boodschap. De openbaring van de Heilige Qur’ān had een magische werking.

Sommige invloedrijke mensen van Mekka accepteerden de Islam. Ḥamzah, de oom van de Heilige Profeet ﷺ, en ʿUmar behoorden onder hen. Abū Dharr al‑Ghifārī was ook zo iemand die de Islam had geaccepteerd.

ʿUmar bekeerde zich tot de Islam op dramatische wijze. Hij was een man van groot aanzien. Op een dag ging hij op pad, met het zwaard in de hand, om de Heilige Profeet ﷺ te vermoorden. Onderweg vernam hij dat zijn eigen zuster moslima was geworden. Hij haastte zich vervolgens eerst naar haar huis.

Op dat moment was zij enkele verzen uit de Heilige Qur’ān aan het reciteren. Toen zij merkte dat haar broer aankwam, probeerde zij het Heilige Boek te verbergen, maar ʿUmar was sneller dan zij. Zij verzocht hem te luisteren naar de openbaringen van de Heilige Qur’ān. ʿUmar luisterde naar enkele verzen. Het effect van de recitatie was onmiddellijk zichtbaar. Binnen enkele ogenblikken veranderde ʿUmar in een ander mens.

Meteen ging hij naar de Heilige Profeet ﷺ en omhelsde de Islam.