1 Inleiding
De student leert hoe het huwelijk van de Profeet Mohammed ﷺ met Khadījah (raḍiyAllāhu ʿanhā) een fundament werd voor stabiliteit, liefde en dienstbaarheid, en hoe hun gezinsleven werd gekenmerkt door rechtvaardigheid, vrijgevigheid en respect. De student ontdekt hoe de Profeet ﷺ slaven bevrijdde, armen hielp en een voorbeeldig echtgenoot en vader was. Verder leert de student hoe hij zich geleidelijk terugtrok uit de handel om zich te richten op spirituele bezinning in de grot van Ḥirāʾ, waar uiteindelijk de eerste openbaring plaatsvond. De student begrijpt hoe de goddelijke missie begon, hoe de eerste moslims ontstonden binnen zijn eigen huishouden, en hoe de Profeet ﷺ vervolgens de opdracht kreeg om de boodschap van Allāh publiekelijk te verkondigen, beginnend op de berg Ṣafāʾ.
2 Nikāḥ (huwelijk)
In Mekka leefde een rijke weduwe. Haar naam was Khadījah. Zij was nobel en mooi. Twee keer was zij getrouwd en beide keren werd zij weduwe. Haar echtgenoten hadden bij hun overlijden een overvloed aan rijkdom voor haar achtergelaten. Met dit fortuin dreef zij handel in nabijgelegen landen. Voor de handel had zij agenten in dienst.
Toen zij over de eerlijkheid van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ hoorde, wilde zij hem als handelsagent in dienst nemen. Daarom stuurde zij hem een aanbod waarmee hij akkoord ging. Khadījah stuurde haar nieuwe jonge en betrouwbare handelsagent naar Syrië. Eveneens stuurde zij haar betrouwbare slaaf Maisarah met hem mee. De reis naar Syrië werd een groot succes. Het bracht Khadījah een veel grotere winst op dan zij had verwacht. Maisarah vertelde aan Khadījah hoe eerlijk en goede zakenman de Heilige Profeet ﷺ was. Dit deed Khadījah besluiten met hem te trouwen.
Zij stuurde de Heilige Profeet een huwelijksverzoek. Vele rijke mannen van Mekka hadden Khadījah al ten huwelijk gevraagd, maar tevergeefs. Khadījah dacht dat de mannen haar alleen ten huwelijk wilden vragen om haar rijkdom en reputatie. Zij wist dat de Heilige Profeet voor haar juist een meerwaarde zou betekenen en dat hij niet uit was op haar rijkdom.
Nadat de Heilige Profeet het huwelijksverzoek van Khadījah had vernomen, besprak hij het met zijn oom en andere familieleden. Zij werden het met z’n allen eens met het huwelijk. Dus trouwde de Heilige Profeet met haar. Op dat moment was zij veertig jaar oud en hij zelf vijfentwintig.
3 Gezinsleven
Het huwelijk bleek gelukkig te zijn. Khadījah (raḍiyAllāhu ʿanhā) hield zielsveel van haar dierbare man. Hoe meer zij over hem te weten kwam, hoe meer zij naar hem toegroeide. Hij was haar weelde en rijkdom geworden. Dit huwelijk maakte het voor de Heilige Profeet ﷺ mogelijk beter ten dienste te zijn voor de mensen dan voorheen.
Khadījah had een slaaf, Zayd. Zij gaf hem als gift aan de Heilige Profeet ﷺ. Onmiddellijk bevrijdde de Heilige Profeet de slaaf en adopteerde hij hem als zijn zoon. De andere slaven en dienstmeisjes van Khadījah kregen eveneens de beste behandeling. De Heilige Profeet ﷺ noemde hen nooit ‘mijn slaaf’ of ‘mijn dienstmeisje’ zoals andere mensen dat deden. Hij noemde hen altijd ‘mijn zoon’ of ‘mijn dochter’.
Na het huwelijk beheerde de Heilige Profeet de handel van Khadījah, maar zijn hart was ergens anders op gericht. Rijkdom betekende niets voor hem. Hij zag geld meer als iets om mensen te helpen. Met zijn rijkdom kocht hij veel slaven en dienstmeisjes en bevrijdde hen. Dit waren de slaven en dienstmeisjes die het zwaar te verduren hadden bij hun vreselijke meesters. De Heilige Profeet ﷺ betaalde eveneens de schulden van arme mensen die zelf niet in staat waren dit te doen.
Uit het huwelijk van de Heilige Profeet ﷺ en Khadījah kwamen drie zonen en vier dochters voort. De zonen overleden spoedig in hun eerste jeugd. De dochters werden volwassen en trouwden. De oudste zoon was Qāsim. Hij was degene die zijn vader de bijnaam Abu’l‑Qāsim gaf. De liefde van de Heilige Profeet ﷺ voor zijn zoon was zo groot dat hij nadien graag als Abu’l‑Qāsim genoemd wilde worden.
De Heilige Profeet ﷺ was een lieve vader en goede echtgenoot. Zijn vrouw prees hem altijd. Hij hield zielsveel van zijn kinderen. Zelfs de kleinste details en behoeften van zijn kinderen hadden zijn aandacht. Als een van de kinderen ziek werd, zat hij dag en nacht naast het bed om hen te verplegen. Hij was in feite de meest kindvriendelijke vader. Als hij een van hen in problemen zag, werd zijn hart overgevoelig en deed hij alles wat in zijn vermogen lag om hen te helpen.
De trotse Mekkanen behandelden hun vrouwen alsof het bezittingen waren. De vrouw moest alle huishoudelijke taken doen. Als de echtgenoot rijk was, had hij dienstmeisjes om de vrouw te helpen, maar in geen geval hielpen de mannen de vrouwen. De Heilige Profeet Mohammed ﷺ was anders. Hij bevrijdde alle dienstmeisjes van Khadījah en hielp zijn vrouw in de huishouding. Hij bezemde de vloer en deed alle huishoudelijke taken, zelfs die als minderwaardig werden beschouwd. Hij deelde volledig met Khadījah het lief en leed van zijn gezinsleven.
4 De Goddelijke missie in Mekka
Naarmate de tijd verstreek, had de Heilige Profeet ﷺ minder belangstelling voor zijn handel. Hij besteedde meer en meer aandacht aan de dingen die hij wilde verbeteren. Vaak ging hij naar de berg Ḥirāʾ, enkele kilometers verwijderd van de stad. In een grot op de berg zat hij dan urenlang en soms dagenlang diep na te denken. Verzonken in diepe gedachten was hij op zoek naar antwoorden over het geheimzinnige leven. Hij zocht naar mogelijkheden om de mensen uit de diepe degradatie waarin zij verkeerden te trekken.
Vaak nam hij aan het eind van de dag fruit mee en kwam die avond niet meer terug. De hele maand Ramaḍān bracht hij door op de berg Ḥirāʾ. Op een gegeven ogenblik had hij zes maanden doorgebracht in de grot toen hij het Licht zag.
Op een nacht in de maand Ramaḍān (610 n. Chr.) verscheen de aartsengel Jibrāʾīl (ʿalayhis salām) bij hem. De aartsengel bracht de eerste boodschap van Allāh naar de Heilige Profeet Mohammed ﷺ. De Heilige Profeet ﷺ werd uitgeroepen tot de Boodschapper van Allāh. Hij moest Allāh’s Wil openbaren aan de mensen. Ook moest hij de mensen naar het Rechte Pad leiden, hen vooruitgang en werkelijke blijdschap wijzen.
Op dat moment was de Heilige Profeet ﷺ veertig jaar oud. Gedurende vijftien jaar had hij het gelukkige leven als echtgenoot en vader kunnen ervaren. Vele jaren had hij kunnen ervaren wat ziek zijn betekent en waaronder de mensen lijden. Nu was het moment aangebroken dat de roeping van Allāh was gekomen: een roeping om de wereld te bevrijden van al het kwaad en de mensen een goed en koosjer leven te laten leiden.
5 De eerste beproeving van de Waarheid
De verschijning van de aartsengel Jibrāʾīl (ʿalayhis salām) was een nieuwe ervaring voor de Heilige Profeet ﷺ. Hij had nooit eerder over dergelijke verschijningen gehoord en voelde zich daarom niet op zijn gemak. Snel ging hij naar huis en vertelde Khadījah wat hem was overkomen.
“U bent de beste man die ooit op de wereld is gekomen,” antwoordde zij. “Zeer zeker heeft Allāh u uitgekozen voor Zijn werk. U bent de aangewezen Boodschapper.”
Daarna nam zij haar man mee naar Waraqah ibn Nawfal, een Schriftgeleerde van de heilige boeken van de Christenen en Joden. Khadījah vertelde hem wat de Heilige Profeet ﷺ was overkomen in de grot van Ḥirāʾ.
“Heb geen angst, mijn nicht,” zei de Schriftgeleerde. “Uw man is de uitverkoren Profeet van Allāh. Allāh heeft tot hem gesproken zoals Hij dat heeft gedaan met Mūsā (ʿalayhis salām).”
Enkele maanden later verscheen de aartsengel weer. Hij bracht nu een duidelijke opdracht van Allāh. De Heilige Profeet ﷺ moest de mensen op het slechte pad een halt toeroepen en hen alleen Allāh laten aanbidden. De goddelijke missie moest onherroepelijk worden geopenbaard.
Aansluitend begon hij de mensen uit te nodigen de Islam te accepteren. Gedurende veertig jaar had Allāh de Heilige Profeet ﷺ voorbereid om de grootste taak aller tijden te verwezenlijken. Hij werd nu opgeroepen deze opdracht uit te voeren.
Khadījah (raḍiyAllāhu ʿanhā) was de eerste vrouw die reageerde op de openbaring van de Islam en werd als eerste moslima. ʿAlī (raḍiyAllāhu ʿanhu), de tien jaar oude neef van de Profeet, werd de eerste jeugdige die de Islam accepteerde. Abū Bakr (raḍiyAllāhu ʿanhu), de beste vriend van de Profeet sinds zijn jeugd, was de eerste volwassen man die zich bekeerde tot de Islam. Zayd (raḍiyAllāhu ʿanhu), de bevrijde slaaf van de Profeet, behoorde eveneens tot de eersten die moslim werden.
De laatste Profeet van Allāh werd dus als eerste aangehoord in zijn eigen huis. Mensen die het dichtst bij hem stonden, gaven als eersten gehoor aan zijn oproep. Dit was heel ongewoon: de Profeten voorheen werden uitgelachen door hun eigen familieleden en vrienden. In het geval van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ was het juist omgekeerd. In deze eerste beproeving had hij meer succes dan de Profeten ooit voorheen.
6 Berg Ṣafāʾ
Enige tijd werd de boodschap van de Islam in stilte aan de mensen geopenbaard. Abū Bakr (raḍiyAllāhu ʿanhu) bekeerde zelf enkele van zijn vrienden tot de Islam. De Heilige Profeet ﷺ sprak ook tot de mensen in private omgeving.
Toen kwam een andere opdracht van Allāh Ta’ālā: de boodschap moest publiekelijk worden geopenbaard. De Boodschapper ﷺ werd opgeroepen eerst de boodschap binnen zijn eigen verwanten te openbaren voordat hij het aan het algemene publiek bekendmaakte.
Ṣafāʾ is een heuveltje dicht bij de Ka’aba. Op een dag zette de Profeet Mohammed ﷺ zijn tent erop en riep luidkeels de mensen op. Zij kwamen allen haastig naar hem toe en verzamelden zich rondom hem.
Hij sprak tot hen: “Als ik jullie vertel dat een groot leger zich achter die berg schuilhoudt en gereed is om jullie aan te vallen, geloven jullie mij?”
“Natuurlijk, wij zullen u geloven,” antwoordden honderden onder hen. “Wij weten dat u nooit heeft gelogen.”
“Luister dan,” zei de Profeet, “jullie moeten uitsluitend Allāh aanbidden en geen ander. Als jullie dat niet doen, zal een droevig noodlot jullie treffen. Jullie zullen dan spijt hebben, maar het zal te laat zijn. Ik zal niets meer voor jullie kunnen doen, ondanks dat enkele onder jullie mijn familie zijn.”
Er ontstond spoedig enige onrust uit angst. “Hij is gek geworden,” riepen enkele mensen. Anderen uitten veel ergere woorden tegen de waarheidsgetrouwe en betrouwbare. Gauw liep de menigte weg en niemand leek zich om zijn woorden te bekommeren.