1 Inleiding

De student leert in deze les hoe de vrede van Ḥudaybiyyah geen zwakte was maar een strategische overwinning: het gaf de Islam ruimte om zich vreedzaam te verspreiden, waardoor zelfs voormalige vijanden zoals Khālid bin Walīd zich bekeerden. De student ziet hoe de Profeet ﷺ de boodschap wereldwijd verspreidde door koningen uit te nodigen tot de Islam, hoe Mekka uiteindelijk zonder bloedvergieten werd veroverd, en hoe de Profeet ﷺ een ongekend generaal pardon schonk — een historisch voorbeeld van rechtvaardigheid, nederigheid en vergeving.

2 Verdrag van Ḥudaybiyyah

In het zesde jaar van Hijrah vertrok de Heilige Profeet ﷺ naar Mekka om een bezoek te brengen aan de Ka’aba. Hij werd vergezeld door 1.400 metgezellen. Allen kampeerden bij Ḥudaybiyyah, dat op korte afstand van Mekka ligt. Aan de Quraysh‑leiders werd een boodschap gestuurd dat de moslims waren gekomen om het Huis van Allāh te bezoeken en niet om te vechten.

Het leek alsof de Mekkanen niet van plan waren een gebaar van vrede of welwillendheid te tonen. Hoe dan ook, de vertegenwoordigers van de Mekkanen die waren gekomen om over vrede te praten, waren verbaasd toen zij de levenslust zagen van de volgelingen van de Profeet Mohammed ﷺ. De moslims toonden grenzeloze gezindheid en hoogachting voor de Profeet. Zulke karakters hadden de Mekkaanse vertegenwoordigers nog nooit gezien. Daarom adviseerden zij de Mekkanen de zaken niet te forceren.

Na aanhoudende gesprekken bereikten de Quraysh overeenstemming en tekenden zij een vredesverdrag. Door dit verdrag zouden de moslims terugkeren zonder een bezoek te hebben gebracht aan de Ka’aba. Zij konden het jaar daarop terugkomen en drie dagen in Mekka doorbrengen. Het verdrag hield ook in dat de moslims iedere man die van Mekka naar Medina zou vluchten, moesten overdragen.

Deze gebeurtenis leek een overwinning voor de Quraysh, maar spoedig zou blijken dat dit andersom was. Voor het eerst waren de moslims vrij om zich onder willekeurige stammen te mengen. Dit gaf de Mekkanen de mogelijkheid om de Islam van dichtbij te leren kennen. Velen onder hen voelden de natuurlijke aantrekkingskracht van de Islam en bekeerden zich. Onder hen bevond zich ook Khālid bin Walīd, de beroemde generaal van de Quraysh.

Het verdrag verbood eveneens dat nieuwe moslims naar Medina verhuisden. Daarom hadden zij een eigen kolonie aan de zeekust opgezet. Deze kolonie werd spoedig een bedreiging voor de route van de Quraysh. Daarom wilden de Quraysh deze bepaling uit het verdrag schrappen. Hierdoor bleek dat het verdrag van Ḥudaybiyyah een overwinning was voor de Islam.

3 Oproep aan de wereld

De Heilige Profeet ﷺ is gestuurd als een zegen voor de wereld. De eindeloze oorlog gevoerd door de Quraysh had tot dusver de Islam binnen de stad Medina gehouden. Het vredesverdrag van Ḥudaybiyyah maakte het voor de Profeet ﷺ mogelijk de zegen van de Islam universeel te verspreiden.

Hij schreef brieven aan diverse koningen en nodigde hen uit om de Islam te accepteren. Deze brieven werden door koeriers afgeleverd. Ook werden brieven gestuurd aan de koningen van Iran, Byzantium, Abessinië en Egypte. Negus, de koning van Abessinië, omhelsde de Islam. De koning van Egypte deed dat niet, maar stuurde wel cadeaus naar de Heilige Profeet ﷺ.

De keizer van Byzantium stuurde enkele Arabieren om de waarheid over de Heilige Profeet ﷺ nader te onderzoeken. Abū Sufyān, de Mekkaanse leider, was op dat moment in Syrië en werd naar de keizer gebracht. Hij vertelde de keizer wat de Islam leerde. De keizer was zo onder de indruk dat hij zei: “De Islam is de boodschap van de waarheid.”

De keizer van Iran, Khusro Parvez, was erg ontsteld door de toon van de brief en verscheurde deze in stukjes. Toen de Profeet hierover werd geïnformeerd, zei hij: “Allāh zal zijn keizerrijk net zo in stukjes verscheuren.”

Binnen enkele maanden werd de wereld getuige van deze profetische woorden. Khusro’s eigen zoon, Shiroya, verzette zich tegen zijn vader en vermoordde hem. Vanaf dat moment keerde de rust terug in het Perzische keizerrijk.

4 Ondergang van Mekka

Gedurende twee jaar werd het verdrag gerespecteerd door de Mekkanen. Daarna verbraken zij het plotseling. De Heilige Profeet ﷺ stuurde enkele mannen om te achterhalen waarom de Mekkanen het verdrag hadden verbroken. Het antwoord van de Quraysh was dat zij niet langer een verstandhouding wilden handhaven.

Op 10 Ramaḍān, 8 Hijrah, vertrok de Profeet met een leger van 10.000 soldaten naar Mekka. Na een lange reis kampeerden zij op enkele kilometers van de stad. De Mekkanen zouden als verrassing worden aangevallen. In het donker van de nacht zagen de Mekkanen de woestijn verlicht door het aangestoken vuur.

Hun leider, Abū Sufyān, ging naar het moslimkamp om polshoogte te nemen. Hij werd herkend en naar de Heilige Profeet ﷺ gebracht. Abū Sufyān was de grootste vijand van de Profeet ﷺ en had alles geprobeerd om de Islam te vernietigen. Nu stond hij als een hulpeloze krijgsgevangene. Een enkel gebaar kon zijn dood betekenen, maar de Profeet ﷺ was de belichaming van liefde en vergiffenis.

“Al je fouten zijn vergeven, Abū Sufyān! Degene die jouw huis binnengaat, zal veilig zijn,” zei de Profeet ﷺ met een glimlach.

De volgende ochtend begon de intocht in Mekka. De moslims hadden strikte opdracht om geen bloed te vergieten. De Mekkanen werd verteld dat zij veilig waren als zij binnenbleven, hun toevlucht namen in de Ka’aba of in het huis van Abū Sufyān.

Het moslimleger kamde de stad uit en de groene vlag van de Heilige Profeet ﷺ wapperde vredelievend in de wind. De Heilige Profeet ﷺ reed op een sneeuwwitte merrie, Duldul. De stad die hem had verdreven en een eindeloze oorlog tegen hem had gevoerd, lag nu aan zijn voeten. Toch bleef de Profeet ﷺ zoals altijd bescheiden en zachtaardig. Zijn hoofd was in gebed gebogen en hij herhaalde: “Alle lof aan Allāh, Hij heeft Zijn belofte vervuld en Zijn aanbidders geholpen.”

5 Generaal pardon voor allen

De Heilige Profeet ﷺ ging de Ka’aba binnen en gooide alle afgodsbeelden naar buiten. Geen spoor van afgoderij mocht achterblijven. Ḥazrat Bilāl (raḍiyAllāhu ʿanhu), de Afrikaanse metgezel van de Profeet, klom op het dak van de Ka’aba en verrichtte de adhān. Daarna verrichtten de overwinnaars het gebed van dankbetuiging, geleid door de Profeet ﷺ.

De Mekkaanse leiders zaten in het omheinde gebied van de Ka’aba en keken in stilte toe. Al deze Mekkanen waren oorlogscriminelen en verdienden geen genade volgens enige wetgeving. Na het gebed zei de Heilige Profeet ﷺ tegen hen: “O leiders van de Quraysh, weten jullie hoe ik met jullie zal omgaan?”

De Mekkanen antwoordden: “Voor de jongeren onder ons bent u een nobele broer, en voor de ouderen een nobele neef.”

De Profeet ﷺ zei: “Ik zal jullie behandelen zoals Yūsuf zijn broers behandelde. Vanaf vandaag hoeven jullie niet meer bang te zijn. Moge Allāh jullie vergeven.”

De Mekkanen konden hun oren niet geloven, want onder hen waren mensen die een aanval op het leven van de Profeet ﷺ hadden uitgevoerd, iemand die de dood van zijn dochter had veroorzaakt, en Hind — de vrouw van Abū Sufyān — die het hart en de lever van Ḥazrat Ḥamzah (raḍiyAllāhu ʿanhu) had gekauwd.

Deze daden eisten zware bestraffing, maar nooit in de geschiedenis is er een winnaar geweest die zoveel liefde en genade toonde aan de verliezers.

6 De toespraak

De Profeet ﷺ sprak vervolgens tot de grote menigte: “Allāh alleen is het waard om aanbeden te worden. Hij heeft geen gelijke en geen partner. Hij komt Zijn belofte na en helpt Zijn aanbidders. Ik vertrap alle valse trots, bloeddorstige ruzies en dwaze gewoonten van de heidense periode onder mijn voeten. Alle mensen zijn gelijkwaardig geschapen. Vanaf vandaag zal de trots op nobele voorouders tot het verleden behoren. Jullie zijn allen de kinderen van Ḥazrat Ādam (ʿalayhis salām), en hij was geschapen uit stof. De meest gerespecteerde onder jullie is degene die Allāh het meest vreest. Allāh heeft rente en het drinken van wijn verboden.”