1. Inleiding

De Qur’ān is door Allāh Ta’ālā geopenbaard in meerdere authentieke leeswijzen, bekend als al‑Qirāʾāt al‑Qurʾāniyya. Deze qirāʾāt zijn geen varianten of afwijkingen, maar vormen verschillende, door de Profeet Mohammed ﷺ overgeleverde manieren van reciteren die teruggaan op de metgezellen en de grote imams van de qirāʾāt. Het bestuderen van deze leeswijzen is essentieel voor een volledig begrip van de taal, uitspraak, grammatica en betekenisnuances van de Heilige Qur’ān.

2. Straf voor achteloos reciteren

Imām al‑Ghazālī (raḍiyAllāhu ʿanhu) vermeldt in Iḥyāʾ ʿUloom al‑Dīn dat achteloos reciteren van de Qur’ān een ernstige tekortkoming is. Abū Sulaymān al‑Dārānī (raḍiyAllāhu ʿanhu) zei: “De engelen van de hel zullen degenen grijpen die de Heilige Qur’ān uit het hoofd kennen, maar ongehoorzaam zijn aan Allāh.”

Ibn Masʿūd (raḍiyAllāhu ʿanhu) zei: “Wie de Qur’ān in zijn hart draagt, moet de nacht kennen waarin de mensen slapen, moet berouw tonen wanneer de mensen zondigen, en moet huilen wanneer de mensen lachen. Hij zwijgt wanneer anderen nutteloze gesprekken voeren.”

De Profeet Mohammed ﷺ zei: “Reciteer de Qur’ān totdat zij u verbiedt slechte daden te verrichten. Als zij u niet verbiedt, wordt uw recitatie niet als echte recitatie beschouwd.”

En hij ﷺ zei: “Wie de ḥarām‑zaken van de Qur’ān als ḥalāl beschouwt, gelooft niet werkelijk in de Qur’ān.”

Ibn Masʿūd (raḍiyAllāhu ʿanhu) zei verder: “De Qur’ān werd aan jullie geopenbaard om naar te handelen. Vertaal daarom jullie recitatie in daden. Er zijn mensen die de Qur’ān volledig reciteren zonder één woord weg te laten, maar zij brengen haar niet in praktijk.” Al‑Ghazālī, A. H. (1998). Iḥyāʾ ʿUloom al‑Dīn. Cairo: Dār al‑Turāth.

3. Begrip ‘leeswijze van de Qur’ān’

De taalkundige betekenis van qirāʾah is “de wijze waarop letters en woorden met elkaar verbonden worden tijdens het reciteren van de Qur’ān”. Deze definitie wordt gegeven door al‑Rāghib al‑Iṣfahānī in zijn werk Mufradāt alfāẓ al‑Qur’ān.

Al‑Zurqānī definieert een leeswijze als: “Een specifieke recitatiemethode die wordt gevolgd door een erkende meester in leeswijze (Qārī) en die teruggaat op de Profeet Mohammed ﷺ.” Al‑Iṣfahānī, A. R. (1992). Mufradāt alfāẓ al‑Qur’ān. Beirut: Dār al‑Maʿrifah. Al‑Zurqānī, M. (1995). Manāhil al‑ʿIrfān fī ʿUloom al‑Qur’ān. Cairo: Dār al‑Kutub.

4. Ontstaan van de leeswijzen

Moslimgeleerden zijn het erover eens dat de qirāʾāt een gepraktiseerde sunnah vormen. De Qur’ān werd aan de Profeet ﷺ geopenbaard in zeven aḥruf (woordvormen). De qurrāʾ verspreidden zich vervolgens over de islamitische wereld en onderwezen de mensen de recitatie zoals zij die van de Profeet ﷺ hadden gehoord.

ʿUthmān ibn ʿAffān (raḍiyAllāhu ʿanhu) begon met het vastleggen van de officiële codices en de leeswijzen. Ibn al‑Jazarī, M. (1998). Al‑Nashr fī al‑Qirāʾāt al‑ʿAshr. Beirut: Dār al‑Kutub al‑ʿIlmiyyah.

5. Voorwaarden van de leeswijzen

De qurrāʾ formuleerden vier voorwaarden waaraan een leeswijze moet voldoen om erkend te worden:

  1. De leeswijze moet mutawātir zijn en teruggaan op de Profeet Mohammed ﷺ.
  2. Zij moet overeenstemmen met de rasm (schrijfwijze) van de codices van ʿUthmān.
  3. Zij moet grammaticaal correct zijn volgens de Arabische taal.
  4. Zij moet passen binnen de zeven aḥruf.

Ibn al‑Jazarī, M. (1998). Al‑Nashr fī al‑Qirāʾāt al‑ʿAshr. Beirut: Dār al‑Kutub al‑ʿIlmiyyah.

6. Leeswijzen en de zeven woordvormen

Al‑Suyūṭī schrijft in al‑Itqān dat er minstens vijfendertig uitspraken van geleerden bestaan over de aard van de qirāʾāt. De zeven woordvormen (sabʿat al‑aḥruf) verwijzen naar zeven dialectische varianten binnen de Arabische taal. Al‑Suyūṭī, J. (2008). Al‑Itqān fī ʿUloom al‑Qur’ān. Beirut: Dār al‑Fikr.

Werkwijze van Jalāl al‑Dīn al‑Suyūṭī bij het schrijven van al‑Itqān

  1. Hij noemt bij elk thema de belangrijkste geleerden die hierover hebben geschreven.
  2. Vervolgens beschrijft hij het nut en belang van het onderwerp voor het begrijpen van de Qur’ān.
  3. Hij citeert Qur’ān‑verzen, aḥādīth en uitspraken van eerdere geleerden.

Al‑Suyūṭī, J. (2008). Al‑Itqān fī ʿUloom al‑Qur’ān. Beirut: Dār al‑Fikr.