Elke religie kent het concept van een Opperwezen – Degene Die alles heeft geschapen en het begin van alles is. Zelfs het eenvoudigste verstand begrijpt dat een beperkt universum niet uit zichzelf kan zijn ontstaan. Dit universele besef is mede te danken aan het feit dat Allāh Ta’ālā profeten en boodschappers heeft gezonden naar elke volk. Er bestaat geen natie of gemeenschap die geen profeet heeft ontvangen (Qur’ān 35:24). Al deze profeten verkondigden dezelfde boodschap: geloof in de Eenheid van Allāh en wijd je leven aan Zijn aanbidding. Hoewel deze boodschap in de loop der tijd vaak werd verdraaid, bleef het besef van een Opperwezen bestaan. Maar de zuivere kennis van Allāh raakte in veel religies verloren.
- Heidenen stelden afgoden als partners naast Allāh.
- Christenen schreven Hem een zoon toe en deelden Zijn goddelijkheid.
- Sommige joodse stromingen beperkten Zijn macht en beweerden dat Hij fouten kon maken.
Daarom is het een zegen dat wij als moslims geloven in Allāh als Eén, zonder partner, zonder gelijke. Hij is de Schepper, alles buiten Hem is geschapen. Hij is Volmaakt, alles buiten Hem is gebrekkig. Hij is Almachtig, Alwetend, en alles wat Hij doet is moeiteloos en vol Wijsheid. Geen andere religie biedt zo’n zuiver begrip van de Schepper. We moeten Allāh dankbaar zijn voor deze zuivere kennis.