De betekenis van de Naam Allāh is: Degene Die alle eigenschappen van volmaaktheid bezit. Omdat Hij Volmaakt is in elk opzicht, verdient Hij de onderwerping van de gehele schepping. Zijn andere Namen – zoals al-ʿAlīm (de Alwetende), al-Qadīr (de Almachtige), as-Samīʿ (de Alhorende), al-Baṣīr (de Alziende) – zijn allemaal vervat in de Naam Allāh. Wanneer we Hem aanroepen met deze Naam, roepen we Hem in feite aan met al Zijn Namen. Dit maakt de Naam Allāh de meest omvattende en complete van al Zijn Namen. Bijvoorbeeld:
- Hij zegt slechts “Wees!” en het is (Qur’ān H2:117).
- Hij kent het verleden, heden, toekomst én wat had kunnen zijn.
- Hij kent wat zich in de diepste oceanen bevindt, in de verste sterrenstelsels, en in de verborgen hoeken van ons hart.
- Hij hoort zelfs de zachtste fluistering en ziet door lagen van duisternis.
Etymologie van “Allāh”: al + ilāh
De Naam Allāh wordt vaak herleid tot de combinatie van al (de) en ilāh (object van aanbidding). Ilāh betekent niet slechts “god”, maar datgene waaraan het hart gehecht is – het centrum van iemands gedachten en handelingen. Door de eeuwen heen hebben mensen hun ilāh gemaakt van afgoden, hemellichamen, vuur, mensen, rijkdom, familie, status of begeerten. Alles wat iemands hart bezighoudt, kan een ilāh worden. Maar wanneer al en ilāh worden gecombineerd tot Allāh, betekent dit: het enige ware object van aanbidding. Hij is Degene Die dit verdient – omdat Hij onze Schepper en Onderhouder is, en omdat Hij Volmaakt is in Zijn Majesteit. Elke zegen en vreugde in ons leven komt van Hem. Hoe kun je dan zo’n Pure en Majestueuze Wezen kennen en je niet volledig aan Hem toewijden?
Moeilijkheden en de oproep tot inspanning
Sommigen geleerden beweren dat het moeilijk is om Hem tot het middelpunt van al onze handelingen en gedachten te maken. Ze wijzen op de vele afleidingen van het wereldse leven. En inderdaad, niemand beweert dat dit gemakkelijk is. De wereld is zichtbaar en tastbaar, terwijl Allāh Ta’ālā verborgen is. Zijn tekenen zijn overal, maar we moeten bewust moeite doen om ze te zien en te overdenken.
Toch moeten we proberen. Zelfs als we nooit het niveau bereiken waarop al onze handelingen puur voor Hem zijn, moeten we blijven streven. We moeten Hem herinneren, Zijn zegeningen erkennen, en beseffen dat elke seconde van ons leven een test is. Elke ademhaling is van Hem. Zijn Majesteit, Zijn Volmaaktheid, Zijn Schoonheid – hoe kun je zo’n Wezen kennen en Hem vergeten? Daarom moeten we de kracht vinden om Hem voortdurend te gedenken en alles wat we doen uitsluitend voor Hem te doen.
De Naam “Allāh” en Zijn volmaakte eigenschappen
Zoals eerder genoemd omvat de Naam Allāh al Zijn andere volmaakte Namen. Wanneer we Hem aanroepen met deze Naam, roepen we tegelijkertijd de Almachtige (al-Qadīr), de Alwetende (al-ʿAlīm), de Meest Barmhartige (ar-Raḥmān), de Meest Liefhebbende (al-Wadūd) aan. We beseffen dan dat alleen Hij deze volmaakte eigenschappen bezit. Dit besef versterkt onze toewijding aan Hem. Zijn volmaaktheid wordt ons des te duidelijker wanneer we Zijn Namen leren kennen. Zijn recht op aanbidding wordt dan onmiskenbaar. Hoe kunnen we niet vervuld zijn van ontzag voor de Almachtige? Hoe kunnen we niet overlopen van liefde voor de Meest Liefhebbende en Meest Zachtaardige? Hoe kunnen we niet diep onder de indruk zijn van de Alwetende?
Uniekheid van de Naam “Allāh”
Niemand anders dan Hij kan de Naam Allāh dragen, omdat deze Naam absolute volmaaktheid en afwezigheid van zwakte impliceert. Alles buiten Hem is op een of andere manier beperkt of gebrekkig. Sommigen beweren dat Allāh de naam was van een afgod die door de heidense Arabieren werd aanbeden, maar daar is geen enkel bewijs voor. Historisch onderzoek toont aan dat zelfs de heidenen deze Naam uitsluitend gebruikten voor de Schepper van hemel en aarde.