Ondanks dat velen hun verstand niet gebruiken om Allāh te kennen, blijft Zijn Genade hen omhullen. Sommigen danken Hem niet, anderen ontkennen zelfs Zijn bestaan. Toch voorziet Hij hen van lucht, voedsel, water, gezondheid. Hij laat hun hart kloppen en hun bloed stromen. Als Hij hen zelfs één moment zou verwaarlozen, zouden zij vergaan. En toch negeren zij Hem, terwijl zij Hem het meest nodig hebben.
Genade in uitstel en uitnodiging: Zelfs de tijd die zij krijgen om terug te keren is een vorm van Genade. Elk moment dat hen gegeven wordt, is een kans om zich te verbeteren, om terug te keren naar Hem. Zelfs voor hen die Hem niet erkennen, blijft Hij de Verzorger, de Onderhouder, de Genadige.
De hoogste manifestatie van Allāhs Genade: Hem mogen kennen
De grootste uiting van Zijn Genade is dat Hij ons de mogelijkheid heeft gegeven om Hem te kennen. Niet alleen heeft Hij ons geschapen, niet alleen onderhoudt Hij ons, niet alleen voorziet Hij ons van alles wat we nodig hebben – Hij heeft ons ook de kans gegeven om Hem te leren kennen. Hoe? Door de openbaring die Hij heeft neergezonden: de Heilige Qur’ān. In dit gezegende Boek beschrijft Hij Zichzelf. Hij vertelt ons Wie Hij is, zodat wij Hem kunnen kennen en liefhebben. Wanneer we beseffen hoe Volmaakt, Rein, Majestueus en Machtig Hij is – is dat dan niet de grootste vorm van Genade? Alleen al het besef van Zijn bestaan is een zegen.
Hij heeft ons ook in dit Boek laten weten wat Hem behaagt en wat Hem mishaagt, zodat wij kunnen streven naar Zijn tevredenheid en Zijn nabijheid. En wat is zoeter dan dat? Wat is subliemer dan het gevoel dat zo’n Wezen dicht bij je is? Dat Hij je ziet, je hoort, je kent – zelfs je kleinste verdriet. En dat Hij je beloont als je geduldig bent omwille van Hem. Dat Hij je dichter tot Zich brengt door jouw beproevingen. Daarom zegt Hij in de Qur’ān over degenen die dicht bij Hem staan: “Over hen is geen vrees, noch zullen zij treuren” (Qur’ān 2:38).
De Dīn al-Islām als genade
Een andere manifestatie van Zijn Genade is de religie van de Islām – deze prachtige levenswijze. Allāh heeft ons hierin leidinggegeven voor elk aspect van ons leven: als individu, als gezinslid, als lid van de samenleving. Van het betreden van het toilet tot het eten en drinken, van het omgaan met echtgenoten tot het opvoeden van kinderen, van de omgang met ouders tot het verrichten van aanbidding, van sociale interactie tot economische en politieke organisatie – alles is behandeld in deze Dīn. Door deze leiding te volgen, komen we dichter tot Hem en verbeteren we ons leven. We proeven Zijn Genade zowel in spirituele nabijheid als in wereldlijke rust.
Waarom is Hij zo genadig?
Waarom zou een Wezen als Hij zo genadig zijn? Wat heeft Hij erbij te winnen? Niets. Hij kiest ervoor om zo te zijn. Hij heeft geen behoefte aan lof, liefde of aanbidding. Hij heeft ons niet nodig. En toch kiest Hij ervoor om liefhebbend en zachtaardig te zijn. Hoeveel meer zouden wij Hem dan moeten liefhebben? Hoeveel meer zouden wij ons tot Hem moeten wenden?
Als het enige wat we van Hem wisten Zijn Genade en Goedheid was, dan zou dat al voldoende reden zijn om ons volledig aan Hem toe te wijden.
De oproep tot het tonen van genade
Wanneer we beseffen hoe genadig Hij is, hoe zouden wij dan moeten zijn? De Profeet ﷺ zei:
“Allāh zal geen Genade tonen aan degene die geen genade toont aan de mensen.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, 6013). Allāh beschrijft de Profeet ﷺ als “een genade voor de werelden” (Qur’ān 21:107). Deze teksten tonen duidelijk dat Allāh wil dat wij Zijn eigenschap van Genade weerspiegelen. Sommige van Zijn eigenschappen zijn onbereikbaar – zoals Majesteit, Almacht, Alwetendheid – maar Genade is een eigenschap die Hij wíl dat wij navolgen. Natuurlijk kunnen wij nooit de Algenadige zijn zoals Hij, maar Hij wil dat wij zo genadig zijn als we kunnen. Als Hij ervoor kiest om zo volmaakt genadig te zijn, hoe kunnen wij dan denken dat Hij niet hetzelfde van ons verwacht? Iedereen – zelfs degenen die ons irriteren – bestaan uit Zijn schepping. Voor Zijn zaak: waarom zouden we ons niet kunnen beheersen? Waarom zouden we hen kwetsen met onze woorden of daden? En als we dat wel doen, hoe kunnen we dan verwachten dat Hij genade met ons heeft? En als Hij geen genade met ons heeft – wat blijft er dan nog over?
Genade als spiegel van toewijding
Wanneer we de Genade van Allāh (Subḥānahu wa Ta’ālā) erkennen, moeten we beseffen dat wie tot Zijn toegewijde dienaren wil behoren, ook zelf de eigenschap van genade moet cultiveren. Niet alleen mogen we anderen geen kwaad doen, we moeten actief streven naar hun welzijn. We moeten hen troosten, helpen bij hun moeilijkheden, raad geven en hun tevredenheid bevorderen – niet voor henzelf, niet voor onszelf, maar uitsluitend omwille van Zijn welbehagen.
De Dīn al-Islām als genade voor de schepping
Wanneer we erkennen dat Allāh de Bron van Genade is, wat kunnen we dan zeggen over de religie die Hij heeft geopenbaard? Kan deze iets anders zijn dan een genade voor de gehele schepping? Zoals Hij Zelf zegt: “En Wij hebben jou slechts als genade voor de werelden gezonden” (Qur’ān 21:107). Deze Dīn vormt de persoonlijkheid van haar volgers tot de meest genadige mensen. Haar wetten brengen genade voor de mensheid. Hoe kunnen sommigen dan beweren dat deze religie staat voor terreur en onderdrukking? Kennen zij dezelfde Qur’ān? Kennen zij dezelfde Allāh? De naam van onze religie betekent vrede (Islām), en het eerste kenmerk waarmee onze Schepper Zichzelf beschrijft is Raḥmah (genade). Dergelijke beschuldigingen komen voort uit onwetendheid, jaloezie of haat. Maar wie het Boek bestudeert, ziet de waarheid helder.