1 Het onvolmaakte werkwoord beperken tot de toekomstige tijd
Dit kan worden gedaan door de partikels sīn (sa‑) of sawfa toe te voegen aan het Muḍāri‘-werkwoord.
- sīn (sa‑) duidt op de nabije toekomst,
- sawfa duidt op de verre toekomst.
Deze twee partikels veroorzaken geen woordverandering aan het einde van het Muḍāri‘. Om die reden hebben Sarf‑geleerden de neiging om ze te negeren in vervoegingstabellen.
2 Nadrukkelijke bevestiging van de toekomstige tijd via lām at‑ta’kīd en nūn at‑ta’kīd (thaqīlah en khafīfah)
De nadrukkelijke tabellen worden gevormd door zowel een voorvoegsel als een achtervoegsel:
Voorvoegsel
- De lām van nadruk (lām at‑ta’kīd), een partikel bestaande uit één letter.
- Deze wordt vóór alle vervoegingen van het Muḍāri‘ geplaatst en staat maftūh.
Achtervoegsel
- De nūn van nadruk (nūn at‑ta’kīd), eveneens een partikel van één letter.
- Deze komt in twee vormen:
- nūn thaqīlah → mushaddad (ّ)
- nūn khafīfah → sākin (ْ)
3 Woordveranderingen aan het einde van het werkwoord
- De vijf vervoegingen zonder achtervoegsel (eindigend op dhammah)
- De dhammah verandert in een fathah.
- Daarna wordt de nūn thaqīlah toegevoegd (maftūh).
Resultaat: la‑yaf‘alanna, la‑taf‘alanna, la‑taf‘alanna, la‑af‘alanna, la‑naf‘alanna
- De vier dualen (tweevoudsvormen)
- De nūn van raf‘ wordt vervangen door een nūn met kasrah,
- Dit voorkomt het samenkomen van drie nūns (raf‘‑nūn + twee nūns van thaqīlah).
Resultaat: la‑yaf‘alaanni, la‑taf‘alaanni, la‑taf‘alaanni, la‑taf‘alaanni
- De twee mannelijke meervouden + nummer 10 (2e persoon vrouwelijk enkelvoud)
- Zowel de wāw (meervoud mannelijk) als de yā’ (2e persoon vrouwelijk enkelvoud) vallen weg.
- De nūn thaqīlah neemt hun plaats in en staat maftūh.
- De dhammah op de lām‑positie blijft bij de mannelijke meervouden (om het wegvallen van wāw te markeren).
- De kasrah blijft bij nummer 10 (om het wegvallen van yā’ te markeren).
Resultaat: la‑yaf‘alunna, la‑taf‘alunna, la‑taf‘alinna
- De twee vrouwelijke meervouden
- Er valt niets weg.
- Om het samenkomen van drie nūns te voorkomen, wordt een alīf ingevoegd tussen de vrouwelijke meervouds‑nūn en de thaqīlah‑nūn.
Resultaat: la‑yaf‘alnaanni, la‑taf‘alnaanni
4 Khafīfah‑tabellen (nūn khafīfah)
Deze tabellen zijn kleiner (8 vervoegingen) dan de thaqīlah‑tabellen. Waarom?
- De nūn khafīfah wordt niet gehecht aan vervoegingen die eindigen op alīf (de vier dualen)
- en niet aan de twee vrouwelijke meervouden.
Daarom zijn de veranderingen onder punt 2 en 4 niet van toepassing op de khafīfah‑tabel.
In alle tabellen blijft het Muḍāri‘ beperkt tot de toekomende tijd, en de betekenissen worden benadrukt.
De tabellen zijn als volgt:
- Actieve nadrukkelijke toekomsttijd met nūn thaqīlah: la‑yaf‘alanna
- Passieve nadrukkelijke toekomsttijd met nūn thaqīlah: la‑yuf‘alanna
- Actieve nadrukkelijke toekomsttijd met nūn khafīfah: la‑yaf‘alan
- Passieve nadrukkelijke toekomsttijd met nūn khafīfah: la‑yuf‘alan
Notitie: Qua betekenis is er geen verschil tussen de twee nūns. De vervoegingen met nūn khafīfah hebben exact dezelfde betekenis als hun tegenhangers met nūn thaqīlah.
Het bestaan van beide vormen is vooral om retorische redenen, zoals in preken en poëzie, waar metrum en ritme cruciaal zijn. Een dichter kan kiezen tussen thaqīlah (meer lettergrepen) en khafīfah (één lettergreep minder) om het vers precies te laten passen.
Overzichtstabel – 14 Vervoegingen van het Onvolmaakte Werkwoord met Nadruk
lām at‑ta’kīd + nūn thaqīlah & nūn khafīfah
- Nūn Thaqīlah (مُشَدَّدَة)
Sterke nadruk – altijd toekomstige tijd
|
Nr. |
Persoon |
Geslacht |
Aantal |
Vorm |
Thaqīlah‑vorm |
|
1 |
3e |
M |
enk. |
yaf‘alu |
la‑yaf‘alanna |
|
2 |
3e |
M |
duaal |
yaf‘alāni |
la‑yaf‘alaanni |
|
3 |
3e |
M |
mv. |
yaf‘alūna |
la‑yaf‘alunna |
|
4 |
3e |
V |
enk. |
taf‘alu |
la‑taf‘alanna |
|
5 |
3e |
V |
duaal |
taf‘alāni |
la‑taf‘alaanni |
|
6 |
3e |
V |
mv. |
yaf‘alna |
la‑yaf‘alnaanni |
|
7 |
2e |
M |
enk. |
taf‘alu |
la‑taf‘alanna |
|
8 |
2e |
M |
duaal |
taf‘alāni |
la‑taf‘alaanni |
|
9 |
2e |
M |
mv. |
taf‘alūna |
la‑taf‘alunna |
|
10 |
2e |
V |
enk. |
taf‘alīna |
la‑taf‘alinna |
|
11 |
2e |
V |
duaal |
taf‘alāni |
la‑taf‘alaanni |
|
12 |
2e |
V |
mv. |
taf‘alna |
la‑taf‘alnaanni |
|
13 |
1e |
— |
enk. |
af‘alu |
la‑af‘alanna |
|
14 |
1e |
— |
mv. |
naf‘alu |
la‑naf‘alanna |
- Nūn Khafīfah (سَاكِنَة)
(Alleen 8 vormen: geen dualen, geen vrouwelijke meervouden)
Lichte nadruk – altijd toekomstige tijd
|
Nr. |
Persoon |
Geslacht |
Aantal |
Vorm |
Khafīfah‑vorm |
|
1 |
3e |
M |
enk. |
yaf‘alu |
la‑yaf‘alan |
|
4 |
3e |
V |
enk. |
taf‘alu |
la‑taf‘alan |
|
7 |
2e |
M |
enk. |
taf‘alu |
la‑taf‘alan |
|
10 |
2e |
V |
enk. |
taf‘alīna |
la‑taf‘alin |
|
13 |
1e |
— |
enk. |
af‘alu |
la‑af‘alan |
|
14 |
1e |
— |
mv. |
naf‘alu |
la‑naf‘alan |
|
3 |
3e |
M |
mv. |
yaf‘alūna |
la‑yaf‘alun |
|
9 |
2e |
M |
mv. |
taf‘alūna |
la‑taf‘alun |
5 Didactische toelichting (compact)
Thaqīlah (نَّ)
- Sterke nadruk
- Eindigt op nūn mushaddad
- Alle 14 vervoegingen bestaan
- Dualen + vrouwelijke meervouden krijgen speciale behandeling (alif‑invoeging / kasrah‑nūn)
Khafīfah (نْ)
- Lichte nadruk
- Eindigt op nūn sākin
- Slechts 8 vervoegingen
- Wordt niet gehecht aan dualen of vrouwelijke meervouden
Betekenis: Beide vormen betekenen hetzelfde: “Zeker, hij zal …” / “Hij zal beslist …” Het verschil is retorisch, niet grammaticaal
Voorbeeld met echt werkwoord (yansuru)
|
Vorm |
Thaqīlah |
Khafīfah |
|
Actief |
la‑yansuranna |
la‑yansuran |
|
Passief |
la‑yunsaranna |
la‑yunsaran |