1. De Glorie van Bismillāh
De Bismillāh (بسم الله الرحمن الرحيم) is niet slechts een openingsformule, maar een diep spiritueel en juridisch-didactisch fundament in de islamitische traditie. Het reciteren ervan vóór elke handeling maakt die daad gezegend en toegestaan. De uitdrukking Bismillāh-hier-Raḥmānīr-Raḥīm vormt de sleutel tot de Heilige Qur’ān en tot alle toegestane handelingen. Elke goede daad die begint met het reciteren van de Bismillāh is gezegend en leidt tot succes. Indien een goede handeling niet met Bismillāh wordt begonnen, blijft deze onvolmaakt. Het is verboden om Bismillāh te reciteren voorafgaand aan een slechte daad. Wie eet of drinkt zonder Bismillāh te reciteren, nodigt Shayṭān (de duivel) uit aan zijn maaltijd. Bij het slachten van een klein dier (zoals een kip) dient men te reciteren: “Bismillāh Allāhu Akbar.”
De eerste āyah van elke surah in de Qur’ān, met uitzondering van Surah at-Taubah, is deze verzameling woorden die bekendstaat als de Bismillāh. Dit betekent dat het openingsvers is in 113 suwār (hoofdstukken) van de 114 suwār (meervoud van surah) van de Qur’ān. Het feit dat Allāh (Subḥānahu wa Ta’ālā) in Zijn oneindige Kennis en Wijsheid heeft besloten deze āyah zo vaak te herhalen, toont ons hoe belangrijk zij is. Volgens de geleerden kunnen alle eerdere openbaringen worden samengevat in de Qur’ān, de gehele Qur’ān in Surah al-Fātiḥah, en Surah al-Fātiḥah in de Bismillāh. Deze vijf woorden vatten dus in werkelijkheid alle openbaringen samen die ooit door Allāh Ta’ālā aan de mensheid zijn gezonden. Allāh Ta’ālā openbaart
إِنَّهُ مِن سُلَيْمَانَ وَإِنَّهُ بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَـٰنِ ٱلرَّحِيمِ
(Hij is van Salomo en luidt: ‘In de naam van Allāh, de Barmhartige, de Genadevolle.). (Qur’ān 27:30)
Tijdens het Tarāwīḥ-gebed (het speciale avondgebed tijdens de maand Ramaḍān) is het verplicht dat de Ḥāfiẓ al-Qur’ān de Bismillāh ten minste één keer hardop reciteert.
2. Namen van Allāh
Volgens de ʿUlamāʾ zijn er drieduizend namen van Allāh Ta’ālā. Duizend zijn bekend bij de engelen, duizend bij de profeten, driehonderd staan in de Zabūr, driehonderd in de Torah, driehonderd in de Injīl, en negenennegentig in de Heilige Qur’ān. Dat maakt een totaal van 2.999 namen. Eén naam is enkel bekend bij Allāh Ta’ālā en werd geopenbaard aan de Heilige Profeet Muḥammad ﷺ. De namen Allāh, Raḥmān en Raḥīm in de Bismillāh vormen de kern van deze drieduizend namen. Wie Bismillāh reciteert, ontvangt de zegen van al deze namen.
Tafsīr-uitleg
Volgens Tafsīr al-Kabīr bestaat Bismillāh uit negentien letters. Er zijn ook negentien engelen die in Jahannam (de hel) mensen straffen. De hoop is dat door de glorie van Bismillāh deze engelen gepasseerd worden en de frequente reciteerder beschermd blijft tegen hels leed.