Allāh Ta’ālā openbaart:
إِنَّمَا ٱلصَّدَقَاتُ لِلْفُقَرَآءِ وَٱلْمَسَاكِينِ وَٱلْعَامِلِينَ عَلَيْهَا وَٱلْمُؤَلَّفَةِ قُلُوبُهُمْ وَفِي ٱلرِّقَابِ وَٱلْغَارِمِينَ وَفِي سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱبْنِ ٱلسَّبِيلِ فَرِيضَةً مِّنَ ٱللَّهِ وَٱللَّهُ عَلِيمٌ حَكِيمٌ
“De aalmoezen zijn alleen voor de armen en de behoeftigen en voor degenen die daarbij werkzaam zijn [werknemers] en voor degenen wier hart verzoend is en voor de slaven en voor degenen die schuld hebben en voor de zaak van Allāh en voor de reiziger: dit is een gebod van Allāh. En Allāh is Alwetend, Alwijs.” Surah at‑Taubah (Berouw), H9, vers 60
Wie/wat heeft geen recht op zakaat?
De zeven soorten moslims aan wie zakāt kan worden gegeven
- Faqīr (arme persoon)
- Miskīn (bedelaar)
- Amīl (aangewezen persoon)
- Riqāb (slaaf)
- Gharīm (persoon met schulden)
- Fī‑Sabīlillāh (besteed op het pad van Allāh Ta’ālā)
- Musāfir (reiziger)
Definities van de zeven categorieën
Een faqīr is iemand die eigendom heeft, maar niet genoeg om de niṣāb te bereiken, of hij heeft wel goederen maar deze behoren tot zijn basisbehoeften (huis, kleding, gereedschap, bedienden). Deze worden niet meegeteld in de niṣāb.
Als hij spaargeld heeft dat minder is dan de niṣāb, of hij heeft spaargeld maar ook schulden waardoor hij onder de niṣāb komt, dan is hij een faqīr. Radd‑ul‑Muḥtār, etc.
Een miskīn is iemand die niets heeft en zelfs geen onderdak of kleding heeft en moet bedelen. Het is toegestaan voor een miskīn om te bedelen, maar niet voor een faqīr. ‘ʿĀlamgīrī
Een amīl is iemand die door de leider van de Islam is aangewezen om zakāt te verzamelen. Hij krijgt genoeg om zijn kosten en die van zijn helpers te dekken, maar niet meer dan wat hij heeft verzameld. Durr‑e‑Muḥtār
Riqāb, dit betekent zakāt geven aan een slaaf zodat hij zichzelf kan vrijkopen.
Gharīm, een persoon die zoveel schulden heeft dat hij, na afbetaling, niet genoeg overhoudt om de niṣāb te bereiken. Durr‑e‑Muḥtār
Fī‑Sabīlillāh, dit betekent: uitgeven op het pad van Allāh Ta’ālā.
Voorbeelden:
- Iemand die naar jihād wil maar geen middelen heeft
- Iemand die hadj wil verrichten maar geen middelen heeft (hij mag echter niet bedelen)
- Een student die religie studeert; hij mag zelfs bedelen als hij zich volledig wijdt aan kennis
Voorwaarde: de ontvanger moet eigenaar worden van het geld; anders is de zakāt ongeldig. Durr‑e‑Muḥtār, Bahār
Musāfir (Ibn‑us‑Sabīl), een reiziger die zonder geld is komen te zitten, mag zakāt nemen, zelfs als hij thuis rijk is. Hij mag echter alleen nemen wat hij nodig heeft.
Wie heeft voorkeur om zakāt te ontvangen?
Het is beter om zakāt en sadaqāh te geven aan:
- eigen arme broers en zussen
- daarna hun kinderen
- daarna ooms en tantes van vaderszijde
- daarna hun kinderen
- daarna ooms en tantes van moederszijde
- daarna hun kinderen
- daarna mensen uit het eigen dorp of stad
Johra, ‘ʿĀlamgīrī, etc.
In de Hadīth Sharīf staat dat Allāh Ta’ālā de zakāt niet accepteert als familieleden het nodig hebben en men het aan anderen geeft.[1] Radd‑ul‑Muḥtār
Wie mag géén zakāt ontvangen?
- Badd‑mazhab (volgers van afwijkende sekten) Durr‑e‑Muḥtār
- Afvalligen, zoals de Aḥmadiyyah, die beweren moslim te zijn maar de waardigheid van Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet ﷺ verlagen of verplichte geloofsovertuigingen ontkennen. Bahār, etc.
Sadaqāh en Fitrah
De Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Het vasten van een dienaar blijft hangen tussen aarde en hemel totdat hij sadaqāh‑e‑fitrah heeft afgedragen.” Daylamī, Khaṭīb, Ibn‑‘ʿAsākir
Sadaqāh‑e‑Fiṭr is wājib. Het kan levenslang worden ingehaald (qaḍāʾ), maar het is Sunnah om het vóór de Eid‑namāz te geven. Durr‑e‑Muḥtār
Sadaqāh‑e‑Fiṭr wordt wājib vanaf het aanbreken van de dageraad op de Eid‑dag.
- Sterft iemand vóór de dageraad → geen fiṭr
- Wordt iemand na de dageraad geboren → geen fiṭr
- Wordt een kāfir moslim na de dageraad → geen fiṭr
- Wordt een faqīr rijk na de dageraad → geen fiṭr
‘ʿĀlamgīrī
Als iemand na de dageraad sterft → fiṭr is wājib. ‘ʿĀlamgīrī
Sadaqāh‑e‑Fiṭr is wājib voor elke moslim die vrij is en eigenaar van niṣāb, ongeacht leeftijd of gezondheid. Durr‑e‑Muḥtār
Op wie rust de verplichting van sadaqāh‑e‑fiṭr?
- Een eigenaar van niṣāb moet fiṭr geven voor zichzelf én zijn kinderen, zolang zij geen eigenaar van niṣāb zijn.
- Voor een geestelijk ziek kind blijft de vader fiṭr betalen, ook na volwassenheid, tenzij het kind zelf niṣāb bezit.
Durr‑e‑Muḥtār, Radd‑ul‑Muḥtār
Hoeveel is sadaqāh‑e‑fiṭr?
De hoeveelheid is:
- ½ sā‘ tarwe of meel
- ½ sā‘ mengsel van tarwe en gerst
- 1 sā‘ dadels, rozijnen of gerst
Hidāyah, Durr‑e‑Muḥtār, ‘ʿĀlamgīrī
Het is beter om meel te geven dan graan, en nog beter om geld te geven.
Bij hongersnood is het beter om goederen te geven. Radd‑ul‑Muḥtār
Aan wie moet sadaqāh‑e‑fiṭr worden gegeven?
Aan dezelfde categorieën als zakāt, behalve de Amīl. Een Amīl mag zakāt krijgen, maar geen sadaqāh‑e‑fiṭr. Durr‑e‑Muḥtār, Radd‑ul‑Muḥtār
Voetnoten
[1] Moskeeën en onderwijsinstellingen komen pas als laatste in aanmerking voor zakāt.
[2] In Nederland vastgesteld op €5.
[3] Een sā‘ is 2,65 kg gerst, dadels of tarwe.