De zakāt voor goud en zilver wordt bepaald door het gewicht en niet door de waarde. Als er wordt verwezen naar het gewicht en niet naar de waarde, dan wordt de zakāt gegeven voor een soortgelijk product, zoals goud voor goud en zilver voor zilver. En wanneer voor een ander product wordt gegeven, bijvoorbeeld goud als zakāt voor zilver of vice versa, dan wordt de waarde in aanmerking genomen. Radd‑ul‑Muhtār, Bahār

De nisāb (drempel) is voor:

  • Goud: 7,5 tola (88 gram)
  • Zilver: 52,5 tola (620 gram)

Er worden bijvoorbeeld sieraden of gebruiksvoorwerpen van goud gemaakt waardoor de waarde van het goud meer dan 200 dirhams is geworden (wat de prijs kan zijn van 7,5 tola’s goud). Tegenwoordig is de waarde van 7,5 tola’s goud veel meer dan de nisāb in vergelijking met de 52,5 tola’s zilver. Daarom moet de nisāb berekend worden op gewicht en niet op de waarde.

Op dezelfde manier: door zilver te geven als zakāt voor goud wordt de waarde niet meegeteld, maar het gewicht wel, zelfs als door werk en vakmanschap de waarde is gestegen. Als u bijvoorbeeld €700 aan zilver had en u €25 voor zakāt hebt afgedragen omdat, hoewel het sieraad €700 waard was, het eigenlijk nog eens €300 kostte, wat het totaal €1000 maakt, dan is de zakāt slechts €20 en de andere €5 zou extra zijn, omdat zakāt wordt gegeven op het gewicht en niet op de totale waarde.

 Berekening voor goederen meer dan de nisāb

Als iemand meer goederen heeft dan de nisāb en het meerdere is 20% meer, dan is er sprake van zakāt‑plicht.
Bijvoorbeeld: voor zilver meer dan 620 gram (nisāb) moet zakāt afgedragen worden voor elke 124 gram boven de drempel, omdat dit 20% van de drempel is, en daarom moeten 3,15 gram extra in zakāt worden gegeven. Durr‑e‑Muhtār, ‘Ālamgīrī, Qāzī Khān

 Calculatievoorbeelden

Voorbeeld 1 — Zilver

  • Iemand bezit zilver: 720 g
  • Drempel zilver: 620 g
  • Verschil positief vermogen: 100 g

Berekening zakāt‑plicht:
20% van 620 g = 124 g.
Positief vermogen is < 124 g → geen zakāt‑plicht over 100 g.

 Voorbeeld 2 — Zilver

  • Iemand bezit zilver: 900 g
  • Drempel zilver: 620 g
  • Verschil positief vermogen: 280 g

Berekening zakāt‑plicht:
20% van 620 g = 124 g.
Positief vermogen is > 124 g → wel zakāt afdragen.
Zakāt = 2,5% van 280 g.

Voorbeeld — Goud

Op dezelfde manier moet na de nisāb van 88 gram zakāt worden afgedragen op elke 17,6 gram goud, wat een extra zakāt zou betekenen van 0,45 gram. Als het meerdere < 20% is, is zakāt‑plicht niet van toepassing op het meerdere bedrag.

 Voorbeeld 1 — Goud

  • Iemand bezit goud: 95 g
  • Drempel goud: 88 g
  • Verschil positief vermogen: 7 g

20% van 88 g = 17,5 g.
Positief vermogen is < 17,5 g → geen zakāt over 7 g.

 Voorbeeld 2 — Goud

  • Iemand bezit goud: 195 g
  • Drempel goud: 88 g
  • Verschil positief vermogen: 107 g

20% van 88 g = 17,5 g.
Positief vermogen is > 17,5 g → wel zakāt betalen.
Zakāt = 2,5% van 107 g.