Wanneer is zakatplicht ontstaan?

Het was in de maand Ramaḍān in het tweede jaar van de Hijrah dat het farḍ werd om zakāt te betalen. Zakāt heeft één farḍ: het is om op een bepaald moment een bepaalde hoeveelheid van iemands bezit dat zakāt‑plichtig is, dat volledig eigendom is en de hoeveelheid van de niṣāb heeft bereikt, met de intentie van zakāt te reserveren en het te geven aan de voorgeschreven moslims zoals bevolen. Volledig eigendom betekent: iemands eigen bezit dat via ḥalāl (legitieme) middelen is verkregen en waarvan het voor hem mogelijk en ḥalāl (toegestaan) is om het te gebruiken.

Het bezit van een waqf is niemands eigendom. Als iemand zijn eigen bezittingen niet heeft vermengd met de ḥarām‑bezittingen zoals die verkregen door onrechtmatige toe‑eigening, diefstal, omkoping, gokken of door het verkopen van alcohol, of als men niet met elkaar heeft vermengd die ḥarām‑bezittingen die men van verschillende mensen heeft verkregen, dan wordt zulk bezit nooit iemands eigen bezit. Het is niet ḥalāl voor iemand om ze te gebruiken of om ze tot middel van levensonderhoud te maken. Men kan ze niet gebruiken om moskeeën te bouwen of voor andere vrome daden. Het is niet farḍ om over zulke bezittingen zakāt te betalen. Dat wil zeggen: zij worden niet meegeteld bij het berekenen van de niṣāb van zakāt.

 Zakāt‑plicht
Zakāt is de verplichte jaarlijks te betalen belasting door de moslims ten behoeve van de armen en behoeftigen. Van de vijf fundamenten van de Islam bezet zakāt de derde plaats; de eerste plaats wordt bezet door het gebed (namāz/ṣalāt) en de tweede door Ramaḍān. Dit woord is afgeleid van zakāh, wat betekent: (een plant) die groeide. De tweede afgeleide van het woord voert de zin van zuivering, bijvoorbeeld Qad aflaha man zakkâhâ (hij is inderdaad succesvol die zichzelf zuivert). Het andere woord gebruikt voor de zakāt in zowel de Heilige Qur’ān als de Hadith is sadaqāh, dat is afgeleid van sidq (de waarheid). Beide woorden zijn zeer zinvol. Zakāt is een onderdeel van de verplichte erediensten in aanbidding van Allāh Ta’ālā. Het niet nakomen, indien behorende tot de categorie van plichtig, is een kabīrah (grote) zonde. De uitgaven van de rijkdom in het belang van Allāh Ta’ālā zuivert het hart van de mens van de liefde voor materiële rijkdom. Degene die zijn bezittingen besteedt als een bescheiden geschenk voor Allāh Ta’ālā, bevestigt daarmee de waarheid dat niets voor hem liever is in het leven dan de liefde van Allāh Ta’ālā en dat hij volledig bereid is alles op te offeren voor Zijn Genade.

De ’ulamā van de Ḥanafī‑Madhhab verklaarden dat het farḍ is voor elke mannelijke of vrouwelijke moslim die mukallaf is, dat wil zeggen: die verstandig is en de puberteit heeft bereikt [de leeftijd waarop hij of zij junub begint te worden en de ghusl‑wassing verplicht wordt], en die vrij is, om zakāt te betalen wanneer hij of zij de voorwaarden bezit. Voor het betalen van zakāt is het noodzakelijk om de goederen in het bezit van de arme persoon te brengen, dat wil zeggen: ze aan hem te overhandigen. Als de walī van een arme en verstandige wees hem voedt, telt dit niet als zakāt. Maar als hij het voedsel aan de wees overhandigt, of als de walī de wees kleedt, is zakāt betaald. Als hij eet met de arme wees die de leeftijd van onderscheidingsvermogen nog niet heeft bereikt, heeft hij zakāt betaald.

Walī zijn is mogelijk door de vader van de wees of door een rechter tot voogd te worden benoemd. Omdat de benoemde persoon het recht heeft de geschenken die aan de wees gegeven zullen worden in ontvangst te nemen en aan hem te geven, kan hij ook kleding, voedsel en andere noodzakelijke zaken kopen met zijn eigen zakāt (die hij moet betalen) en deze aan hem geven. In Bazāziyya staat dat het onderhoud dat aan iemands arme verwanten wordt gegeven op bevel van een rechter hiermee vergelijkbaar is. Maar de zakāt die bedoeld is (om betaald te worden) aan andere armen moet (alleen uit het betreffende zakāt‑bezit) worden betaald zonder enige vervanging.

Vanuit economisch standpunt bezien
Ten tweede: zakāt is de meest effectieve maatregel ter verbetering van de economische toestand van de behoeftige. Het is echter niet louter een belasting, maar een vorm van aanbidding, waarbij een moslim in de buurt van zijn Heer komt. De moslims hebben daarom zakāt te betalen met hetzelfde gevoel van oprechtheid en devotie zoals de zoeker van de Heer dat merkt in gebed. Het primaire motief van zakāt is religieus en spiritueel, terwijl de sociale en economische aspecten daaraan ondergeschikt zijn. De maatschappelijke betekenis is dat het in de mens het gevoel van broederschap met minder fortuinlijke leden van de samenleving doet ontwaken en hem ertoe beweegt zijn morele geweten te offeren voor hun belang. Vanuit economisch oogpunt ontmoedigt het hamsteren en concentratie van rijkdom en helpt het de gestage en constante geldstroom van de rijke naar de arme. Het is in feite een goed middel voor de koopkracht van de armen en behoeftigen, voor de verbetering van hun harde partij en om hen in staat te stellen op eigen benen te staan.

Ook moet bedacht worden dat zakāt of sadaqāh in de Islam niet een vrijwillige daad van liefdadigheid is die een rijke man geeft aan de armen uit zijn eigen vrije wil, maar het is een verplichte handeling die iedere moslim is bevolen op te voeren als hij oprecht is in zijn geloof in Allāh Ta’ālā en in het Hiernamaals. Zo is er geen last van de verplichting voor degene die zakāt ontvangt, maar een gevoel van dankbaarheid en erkentelijkheid door de gever, omdat hij is geactiveerd door de afnemer aan zijn verplichting die hij schuldig is aan Allāh Ta’ālā en de samenleving.

Allāh Ta’ālā openbaart:

خُذْ مِنْ أَمْوَالِهِمْ صَدَقَةً تُطَهِّرُهُمْ وَتُزَكِّيهِمْ بِهَا وَصَلِّ عَلَيْهِمْ إِنَّ صَلَاتَكَ سَكَنٌ لَّهُمْ وَٱللَّهُ سَمِيعٌ عَلِيمٌ

“Neem aalmoezen van hun rijkdommen aan opdat je hen daardoor mag reinigen en louteren. En bid voor hen; uw gebed is voor hen inderdaad een bron van geruststelling. En Allāh is Alhorend, Alwetend.” Surah al‑Taubah (Berouw), H9, vers 103

Tot zover is het belang van de zakāt in de Islam, dat vermeld is op 70 plaatsen in de Heilige Qur’ān in nauwe samenhang met gebed. De Heilige Qur’ān bespreekt naastenliefde in veel verzen, waarvan sommige betrekking hebben op zakāt. Het onderwerp zakāt wordt 70 keer genoemd in de Heilige Qur’ān en 32 keer samen met namāz‑verzen besproken en wordt onder andere gevonden in de Suwār (hoofdstukken) H7:156, H9:60, H19:31, H19:55, H21:73, H23:4, H27:3, H30:39, H31:4 en H41:7. Over zakāt worden de verzen gevonden in de soera’s die in Medina zijn geopenbaard en wordt het beschreven als verplicht voor moslims. Het wordt gegeven ter wille van de redding. Allāh Ta’ālā heeft geduid dat succes is voor degenen die zakāt geven. Hij heeft ook gezegd dat wat je ook geeft, Allāh Ta’ālā het met nog meer zal vervangen en Allāh Ta’ālā is de beste in het geven van rijkdom.

De metgezellen van de Profeet Mohammed ﷺ wisten hun fundamentele belang in de Islam. Het is een bekend feit dat na de dood van de Apostel van Allāh Ta’ālā een aantal van de stammen, die geloofden in de Eenheid van Allāh Ta’ālā en het gebed verrichtten, weigerden zakāt te betalen. De eerste kalief Ḥazrat Abū Bakr Ṣiddīq (raḍiyAllāhu ‘ʿanhu) gaf in een antwoord op de adviezen van Ḥazrat ‘Umar (raḍiyAllāhu ‘ʿanhu) om tolerantie ten opzichte van deze mensen te tonen, en zei in expliciete bewoordingen: “Bij Allāh, ik zou zeker oorlog voeren tegen hen die het gebed scheiden van zakāt.”

Allāh Ta’ālā openbaart:

وَأَقِيمُواْ ٱلصَّلَاةَ وَآتُواْ ٱلزَّكَاةَ وَٱرْكَعُواْ مَعَ ٱلرَّاكِعِينَ

“En houdt het gebed en betaalt de zakāt en buigt met hen die buigen.” Surah al‑Baqarah (De Koe), H2, vers 43

وَإِذْ أَخَذْنَا مِيثَاقَ بَنِيۤ إِسْرَائِيلَ …

In vers 83 heeft Allāh Ta’ālā ook verklaard dat degenen die vrekkig zijn, niet moeten denken dat wat Allāh hun heeft gegeven vanwege Zijn deugd een goede zaak voor hen is, maar het is een slechte zaak voor hen, want dat item zal rond hun nek worden omgewikkeld en een slot erop worden gezet voor degenen die krap met hun geld zijn. Het is vermeld in de ḥadīth dat door het geven van zakāt de volgende voordelen worden verkregen:

  1. Verkrijgen van het plezier van Allāh Ta’ālā.
  2. Toename van de welvaart en bescherming tegen verliezen.
  3. Allāh’s vergeving en zegeningen.
  4. Bescherming tegen de toorn van Allāh Ta’ālā en tegen een slechte dood.
  5. Een schuilplaats op de Dag des Oordeels.
  6. Bescherming tegen zeventig soorten ellende.

Omstandigheden waarin zakāt nodig zou worden

Regelgeving: voorwaarden om zakāt‑plicht te hebben

  1. Een moslim zijn
  2. Volwassen zijn
  3. Gezond zijn (bewust zijn, weten wat gebeurt)
  4. Vrij zijn (dus geen slaaf)
  5. Eigenaar zijn van goederen boven niṣāb (drempel waar zakāt nodig zou worden)
  6. Volledig eigenaar zijn van de goederen
  7. Vrij zijn van enige vorm van lening
  8. Vrij zijn van alle goederen die worden beschouwd als eerste levensbehoeften
  9. De goederen hebben een waarde die zal toenemen
  10. Een jaar verstreken is

 De personen aan wie zakāt moet worden gegeven
Allāh Ta’ālā openbaart: “De aalmoezen zijn alleen voor de armen en de behoeftigen en voor degenen die daarbij werkzaam zijn en voor degenen wier hart verzoend is en voor de slaven en voor degenen die schuld hebben en voor de zaak van Allāh en voor de reiziger: dit is een gebod van Allāh. En Allāh is Alwetend, Alwijs.” Surah al‑Taubah (Berouw), H9, vers 60

Een vaste‑tijd‑lening of Maher weerhoudt niet om zakāt af te dragen
Als geld is geleend en dat pas na een bepaalde tijd afgelost moet worden, dan weerhoudt dit niet om zakāt af te dragen. Radd‑ul‑Muḥtār

Ook als de echtgenoot Maher (huwelijksgift) nog aan zijn vrouw moet geven, dan nog moet hij zakāt afdragen omdat de vrouw niet om de Maher vraagt. ʿĀlamgīrī, Bahār

Een lening zal niet ervan weerhouden zakāt te geven wanneer de lening is afgesloten voordat de zakāt wājib werd, en als geld wordt geleend nadat zakāt verschuldigd is, moet zakāt nog steeds afgedragen worden. Radd‑ul‑Muḥtār, Bahār

Bijvoorbeeld: u hebt wat geld geleend en de eigenaar zei: “Los komende vijf jaar niets af, maar daarna.” Een ander voorbeeld: uw jaarsluiting is geweest en u moet €500 zakāt afdragen en sluit pas daarna een lening af waardoor u onder de niṣāb komt; dan moet de €500 aan zakāt nog steeds afgedragen worden.

 

Oefenbestanden
Who are rightfully deserving of Zakat (mp3)
873,75 KB
314 Zakat aur Fitrah ke Mustahiq Faqeer Muslim hain (mp3)
573,56 KB