NB: een deel van deze les is herhaling.

Handelingen die het vasten ongeldig maken en waarvoor kaffārah verplicht wordt

  1. Opzettelijk verbreken van het vasten in Ramadān

Wanneer iemand het vasten van Ramadān opzettelijk verbreekt, wordt kaffārah verplicht.

De kaffārah bestaat uit:

  1. Het bevrijden van een slaaf (tegenwoordig niet van toepassing),
  2. Als dat niet mogelijk is: zestig opeenvolgende dagen vasten,
  3. Als dat ook niet mogelijk is: twee volledige maaltijden per dag geven aan zestig behoeftigen.

Belangrijke regel:

  • Als tijdens de zestig dagen één dag wordt gemist, moet men opnieuw beginnen.
  • Zelfs als iemand 59 dagen heeft gevast en de 60e dag mist door ziekte, moet hij opnieuw beginnen.
  • Uitzondering:
    Als een vrouw tijdens de kaffārah menstrueert, stopt zij met vasten, en gaat verder zodra zij rein is. De dagen vóór de menstruatie blijven geldig.
    (Radd al‑Muḥtār; Bahār; ʿĀlamgīrī)

Voorwaarden voor het verplicht worden van kaffārah

Kaffārah wordt pas verplicht wanneer alle onderstaande voorwaarden aanwezig zijn:

  1. Het vasten betreft een Ramaḍān‑vasten: Het moet een vasten zijn dat met de intentie van Ramaḍān is begonnen.
  2. De persoon is een bewoner (muqīm): Een reiziger die zijn vasten verbreekt, hoeft geen kaffārah te verrichten.
  3. De persoon is volwassen en gezond: Een kind of krankzinnige die het vasten verbreekt: geen kaffārah.
  4. De intentie is ’s nachts gemaakt: Als de intentie overdag vóór de middag is gemaakt en men verbreekt het vasten, dan is alleen qaḍāʾ verplicht, geen kaffārah.
  5. Er treedt geen oncontroleerbare reden op na het verbreken: Als iemand het vasten verbreekt en daarna gebeurt iets buiten zijn controle, zoals: menstruatie, een ziekte die vasten onmogelijk maakt, dan vervalt de kaffārah.

Maar:

  • Als iemand zelf een situatie veroorzaakt waardoor hij maʿẓūr wordt (bijv. zichzelf verwonden),
  • of bewust reiziger wordt om de kaffārah te vermijden,

dan vervalt de kaffārah niet, omdat dit binnen zijn eigen controle lag. (Durr‑e‑Mukhtār; Johra; ʿĀlamgīrī; Bahār

Regelgeving over situaties waarin kaffārah verplicht is

Regel 1 — Opzettelijk eten, drinken, medicatie of gemeenschap

Als een vastende opzettelijk:

  • eet,
  • drinkt,
  • medicijnen of tabletten inneemt,
  • of voor zijn plezier geslachtsgemeenschap heeft,

dan zijn zowel qadāʾ als kaffārah verplicht.

Regel 2 — Denken dat het vasten al verbroken was

Als iemand een handeling verricht waarvan hij denkt dat het vasten niet breekt (zoals:

  • bloed afnemen,
  • surma aanbrengen,
  • gemeenschap met een dier,
  • aanraken of kussen zonder ejaculatie,
  • voorspel zonder ejaculatie,
  • een droge vinger in de anus steken),

en daarna opzettelijk eet of drinkt, dan zijn qadāʾ én kaffārah verplicht.

Regel 3 — Vertrouwen op een foutieve fatwa

Als iemand een handeling verricht waarvan hij denkt dat het vasten is verbroken, omdat:

  • een mufti (die lokaal gerespecteerd wordt) een foutieve fatwa gaf, of
  • hij een ḥadīth verkeerd begreep,

en hij daarna opzettelijk eet of drinkt, dan is geen kaffārah verplicht, hoewel de fatwa of interpretatie fout was. (Durr‑e‑Mukhtār; Bahār)

Afkoop (fidya)

  1. De bejaarde die niet kan vasten

Een oude man (of vrouw) die niet in staat is om te vasten, hoeft niet te vasten, maar moet voor elke gemiste dag een arme persoon voeden, zoals bij andere boetedoeningen.

  1. Fidya namens een overledene

Als iemand overlijdt terwijl hij nog inhaalplicht had, dan dient zijn voogd/erfgenaam voor elke gemiste dag een arme te voeden met:

  • ½ ṣāʿ tarwe, of
  • 1 ṣāʿ dadels, of
  • 1 ṣāʿ gerst.