Wie wordt ontzien van de verplichting om te vasten?
أَيَّاماً مَّعْدُودَاتٍ فَمَن كَانَ مِنكُم مَّرِيضاً أَوْ عَلَىٰ سَفَرٍ فَعِدَّةٌ مِّنْ أَيَّامٍ أُخَرَ وَعَلَى ٱلَّذِينَ يُطِيقُونَهُ فِدْيَةٌ طَعَامُ مِسْكِينٍ فَمَن تَطَوَّعَ خَيْراً فَهُوَ خَيْرٌ لَّهُ وَأَن تَصُومُواْ خَيْرٌ لَّكُمْ إِن كُنْتُمْ تَعْلَمُونَ
“Voor een zeker aantal dagen [zul je vasten] maar wie onder u ziek is, of op reis, vast een aantal andere dagen – er is een losprijs voor degenen, die niet kunnen vasten – het voeden van een arme. Maar hij, die vrijwillig goed doet, het zal beter voor hem zijn. Het vasten is goed voor je, als je het beseft.” Surah al-Baqarah (de koe), H2, vers 184
- (Hoog) bejaarden die fysiek niet in staat zijn om te vasten;
- Geesteszieken;
- Kleine kinderen;
- Reizigers (deze moeten wel de gemiste dagen inhalen!)
- Zieke mensen die op aanbeveling van de huisarts en/of medisch specialist medicijnen moeten inslikken of drinken.
“Vrouwen die menstrueren moeten het aantal gemiste vastendagen na de Ramaḍān inhalen. Dit is een verplichting die niet vervalt, in tegenstelling tot de namāz.
Degenen die het vasten mogen uitstellen
- De zieke persoon
Iemand die tijdens de Ramaḍān ziek is en vreest dat het vasten zijn ziekte zal verergeren, mag zijn vasten onderbreken en het later inhalen.
Dit geldt zowel bij daadwerkelijke schade als bij redelijke vrees voor schade.
- De reiziger
Als iemand reiziger is en geen nadeel ondervindt van het vasten, dan heeft vasten de voorkeur. Maar als hij niet vast, dan mag hij het vasten uitstellen en de gemiste dagen later inhalen.
- De zwangere of zogende vrouw
Een zwangere of zogende vrouw die vreest dat het vasten schadelijk is voor haar kind, mag niet vasten en haalt de gemiste dagen later in. Voor deze vrouwen is daarnaast boete (fidya) van toepassing volgens de klassieke Ḥanafī‑mening wanneer de vrees uitsluitend betrekking heeft op het kind.
Gemiste vasten inhalen (Qaḍāʾ)
- Inhalen op afzonderlijke of opeenvolgende dagen
Het inhalen van gemiste vastendagen van de maand Ramaḍān kan, naar wens,
- op afzonderlijke dagen, of
- opeenvolgend
worden uitgevoerd. Beide manieren zijn toegestaan.
- Uitstel tot na de volgende Ramaḍān
Als iemand het inhalen van gemiste vastendagen zó lang uitstelt dat de volgende Ramaḍān is aangebroken, dan:
- vast hij eerst de nieuwe Ramaḍān,
- en haalt daarna de eerder gemiste dagen in.
Er is geen boetedoening (kaffārah) voor dit uitstel, alleen qaḍāʾ.
- Overlijden van een zieke of reiziger
- Als een zieke tijdens zijn ziekte overlijdt, of een reiziger tijdens zijn reis overlijdt, dan vervalt de verplichting tot inhalen.
Zij zijn niet verantwoordelijk voor de gemiste vastendagen. - Als de zieke herstelt, of de reiziger thuis aankomt, en zij daarna overlijden, dan rust op hen de verplichting om de vastendagen die zij na herstel of terugkeer hadden kunnen vasten, in te halen.
Afkoop (fidya)
- De bejaarde die niet kan vasten
De oude man die niet in staat is om te vasten, hoeft niet te vasten, maar dient voor elke gemiste vastendag een arme persoon te voeden, op dezelfde wijze als men voedsel verstrekt bij boetedoeningen. Dit geldt ook voor een oude vrouw die niet meer kan vasten.
- Fidya namens een overledene
Degene die overlijdt terwijl er nog inhaalplicht (qaḍāʾ) van Ramaḍān op hem rustte, dient door zijn voogd/erfgenaam gecompenseerd te worden. Namens hem wordt voor elke gemiste vastendag een arme persoon gevoed met:
- een halve ṣāʿ tarwe, of
- één ṣāʿ dadels, of
- één ṣāʿ gerst.
Dit is de klassieke maatstaf voor fidya volgens de Ḥanafī‑madhhab.
Maateenheid van Sa’
De saʿ (صاع) is een maat voor volume, geen vaste maat voor gewicht. Daarom verschilt het aantal grammen afhankelijk van het soort voedsel (tarwe, dadels, gerst, rijst, enz.).
Toch geven de klassieke en moderne geleerden benaderde gewichten.
Hoeveel gram is één saʿ?
Volgens hedendaagse metingen:
- ± 2.6 kg (2600 gram) volgens de Raad van Grote Geleerden in Saudi-Arabië, gebaseerd op een mudd van ± 650 gram.
- ± 3 kg (3000 gram) volgens meerdere moderne geleerden en de Permanente Commissie voor Iftāʾ.
- ± 2.04 kg (2040 gram) volgens Ibn ʿUthaymīn.
Waarom verschillen de cijfers?
Omdat:
- de saʿ een volumemaat is (4 mudd),
- en het gewicht verandert per product (tarwe is zwaarder dan gerst, dadels zijn lichter, enz.).
Praktische fiqh‑regel (Ḥanafī‑madhhab)
Voor fidya en kaffārah wordt meestal gerekend met:
- ½ saʿ tarwe
- 1 saʿ dadels of gerst
Met de moderne schattingen betekent dit:
- Tarwe (½ saʿ): Tussen 1.0 kg en 1.5 kg (afhankelijk van welke saʿ‑norm men volgt).
- Dadels of gerst (1 saʿ): Tussen 2.0 kg en 3.0 kg.
Gemiddelde praktische waarde: ± 2.5–3.0 kg