Het derde principe van de islam is dat men elke dag vast tijdens de heilige maand Ramaḍān. Wij moeten ervoor zorgen dat wij geen enkele dag van deze gezegende maand overslaan. Deze belangrijke farḍ mag om geen enkele reden worden verwaarloosd.

Onze Profeet Mohammed ﷺ heeft verklaard: “Vasten is een schild dat de gelovige beschermt tegen de Hel.”

Wanneer iemand door een onmisbare reden, zoals ziekte, niet kan vasten, dan moet hij in het geheim eten. Zodra het excuus voorbij is, moet hij de resterende vastendagen uitvoeren en na de maand Ramaḍān de gemiste dagen inhalen.

Wij zijn allemaal geboren dienaren van Allāh Ta’ālā. Wij zijn niet onafhankelijk en niet zonder Eigenaar. Daarom moeten wij leven binnen Zijn Geboden, zodat wij gered kunnen worden van de Hel.

Degenen die ongehoorzaam zijn aan de Sharīʿah zijn koppige dienaren van Allāh Ta’ālā; zij zijn ongehoorzaam en zullen gestraft worden.

Allah Ta’ālā openbaart:

  يٰأَيُّهَا ٱلَّذِينَ آمَنُواْ كُتِبَ عَلَيْكُمُ ٱلصِّيَامُ كَمَا كُتِبَ عَلَى ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ 

“O, jullie gelovigen, het vasten is je voorgeschreven, zoals het degenen die vóór je waren was voorgeschreven, opdat je vroom zult zijn.”  Surah al-Baqarah (de koe), H2, vers 183

 أَيَّاماً مَّعْدُودَاتٍ فَمَن كَانَ مِنكُم مَّرِيضاً أَوْ عَلَىٰ سَفَرٍ فَعِدَّةٌ مِّنْ أَيَّامٍ أُخَرَ وَعَلَى ٱلَّذِينَ يُطِيقُونَهُ فِدْيَةٌ طَعَامُ مِسْكِينٍ فَمَن تَطَوَّعَ خَيْراً فَهُوَ خَيْرٌ لَّهُ وَأَن تَصُومُواْ خَيْرٌ لَّكُمْ إِن كُنْتُمْ تَعْلَمُونَ 

“Voor een zeker aantal dagen [zul je vasten] maar wie onder u ziek is, of op reis, vast een aantal andere dagen – er is een losprijs voor degenen, die niet kunnen vasten – het voeden van een arme. Maar hij, die vrijwillig goed doet, het zal beter voor hem zijn. Het vasten is goed voor je, als je het beseft.” Surah al-Baqarah (de koe), H2, vers 184

De regel voor het vasten is vergelijkbaar met die van de namāz: het is farḍ‑e‑ʿayn, en degene die weigert te geloven dat het vasten verplicht (farḍ) is, is een kāfir. Degenen die het vasten zonder geldige reden nalaten, zijn grote zondaars en zullen gestraft worden in de Hel.

Kleine kinderen (jongens en meisjes) die daartoe de kracht hebben, moeten spelenderwijs worden aangeleerd om te vasten. Grotere kinderen moeten worden aangespoord en verplicht om te vasten — met opvoedkundige maatregelen, maar niet met een stok. (Durr‑e‑Mukhtār)

Vasten gedurende de gehele maand Ramaḍān is verplicht.

De verplichtingen van het vasten

  1. De tijdsduur van het vasten: Het vasten duurt van het begin van fajr (ware dageraad) tot maghrib (zonsondergang).
  2. De betekenis van vasten: Vasten houdt in dat men zich overdag onthoudt van eten, drinken en seksuele gemeenschap.
  3. Wanneer iemand tijdens de dag verplicht wordt om te vasten: Als in de maand Ramaḍān een kind de volwassenheid bereikt, of een niet‑moslim de islam accepteert, dan moet hij/zij zich voor de rest van die dag onthouden van alles wat het vasten ongeldig maakt, en vanaf de volgende dag vasten. Deze twee categorieën hebben geen verplichting om de eerder gemiste vastendagen in te halen.
  4. Wanneer een excuus tijdens de dag wegvalt: Als een reiziger thuis aankomt, of een menstruerende vrouw gedurende de dag weer rein wordt, dan moeten zij zich voor de rest van die dag onthouden van eten, drinken en seksuele gemeenschap.

 Wie zijn de personen die verplicht moeten vasten?

  1. Alle volwassen moslims: Iedereen die de volwassenheid heeft bereikt en onverkort gelooft in alles wat de Profeet Mohammed ﷺ heeft verkondigd, is verplicht om te vasten in de maand Ramaḍān.
  2. Kinderen van gelovige ouders die de leeftijd van onderscheid hebben bereikt: Dit betreft kinderen die oud genoeg zijn om goed en kwaad te onderscheiden. In de praktijk is dit vaak rond de leeftijd van ongeveer 12 jaar, maar ouders kennen hun eigen kind het beste en kunnen daarom beter beoordelen wanneer het kind deze fase heeft bereikt.

 De niyyah (intentie)

De niyyah verblijft in het innerlijk van de mens, in het hart. Daar ontkiemt zij als het zaad waaruit onze daden groeien. Deze daden omvatten de overtuigingen van onze geest, de woorden van onze tong en de opzettelijke waarnemingen, gebaren en bewegingen van ons lichaam, gericht op welk doel dan ook.

Vasten komt in twee vormen voor: far (verplicht) en nafl (vrijwillig).

  1. De verplichte vasten (farḍ)

De verplichte vasten bestaat uit twee categorieën:

(a) Vasten dat aan een specifieke tijd is verbonden

Dit betreft het vasten in de heilige maand Ramaḍān al‑Mubārak, of een vasten dat verplicht is geworden door een specifieke gelofte. Het vasten van deze categorie is geldig met een intentie die in de nacht wordt gemaakt.
Maar als men de intentie niet vóór fajr heeft uitgesproken, dan volstaat het om de intentie te maken tussen het aanbreken van de ochtendgloren en het midden van de dag, mits men niets heeft gedaan dat het vasten ongeldig maakt (zie punt I).

(b) Vasten dat verplicht is als vervulling van een schuld

Dit omvat:

  • het inhaalvasten (qaḍāʾ) van gemiste dagen van Ramaḍān
  • onbeperkte geloften (nashr)
  • verzoeningen (kaffārah)

Voor deze categorieën geldt: Zonder een intentie die vóór fajr (dus vóór zonsopkomst) is gemaakt, is het vasten ongeldig.

  1. De vrijwillige vasten (nafl)

Alle vrijwillige vasten is geldig met een intentie die vóór het midden van de dag wordt gemaakt, zolang men niets heeft gedaan dat het vasten ongeldig maakt (zie punt I).

 Aanbevolen om te eten vóór Fajr (Sahūr)

Ḥazrat Sahl bin Saʿd (raḍiyAllāhu ʿanhu) zei: “Ik maakte er een gewoonte van om mijn Sahūr‑maaltijd met mijn gezin te eten en mij daarna te haasten om het ochtendgebed (Fajr) samen met de Profeet van Allāh ﷺ te verrichten.” (Ṣaḥīḥ Bukhārī)

Anas bin Mālik (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Profeet Mohammed ﷺ zei: “Nuttig Sahūr, want daarin bevindt zich zegen.” (Ṣaḥīḥ Bukhārī)

 Niyyāh (intentie) voor het vasten

Arabische formulering: Nawaitu an aṣūma ghadan lillāhi Ta’ālā min shahri Ramaḍān hādhā.

Nederlandse betekenis: “Ik neem de intentie om morgen te vasten voor Allāh Ta’ālā in deze maand Ramaḍān.”

De niyyāh wordt in het hart gemaakt; het uitspreken ervan is aanbevolen (mustaḥabb), maar niet verplicht. De bedoeling moet echter duidelijk aanwezig zijn in het hart vóór het begin van fajr voor farḍ‑vasten.

 Vasten breken (Iftār)

  1. Ḥazrat Abū Hurayrah (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Profeet Mohammed ﷺ zei dat Allāh, de Meest Verhevene, heeft gezegd: “De dienaren van Mij die het snelst zijn in het breken van het vasten, zijn Mij het dierbaarst.” (Tirmidhī)
  2. Ḥazrat Sahl bin Saʿd (raḍiyAllāhu ʿanhu) vertelde dat de Profeet Mohammed ﷺ zei: “De mensen zullen op het Rechte Pad blijven zolang zij zich haasten om hun vasten te breken.” (Ṣaḥīḥ Bukhārī)
  3. Ḥazrat Anas (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Profeet Mohammed ﷺ zei: “Praktiseer geen al‑Wiṣāl (ononderbroken vasten zonder het vasten te breken bij zonsondergang en zonder te eten vóór fajr).” De metgezellen vroegen: “Maar u praktiseert toch wel al‑Wiṣāl?” De Profeet ﷺ antwoordde: “Ik ben niet zoals jullie, want ik krijg eten en drinken [van Allāh] gedurende de nacht.” (Ṣaḥīḥ Bukhārī)

 Duʿāʾ (smeekbede) voor Iftār

Arabische formulering: Allāhumma innī laka ṣumtu wa bika āmantu wa ʿalayka tawakkaltu wa ʿalā rizqika aftartu.

Nederlandse betekenis: “O Allāh, voor U heb ik gevast, in U heb ik geloofd, op U heb ik vertrouwd, en met Uw voorziening verbreek ik mijn vasten.”

Deze duʿāʾ wordt uitgesproken direct bij het breken van het vasten, op het moment dat de zon ondergaat (maghrib). Het is een moment van grote acceptatie en barakāh.

Regels over Sahūr (Sehri) en Iftār

  1. Regel over Sahūr (Sehri)

Het eten van Sehri en het uitstellen ervan (tot vlak voor fajr) is Sunnah. Maar wanneer men het zó ver uitstelt dat er twijfel ontstaat of de dageraad al is aangebroken, dan is dit makrūh. (Al‑ʿĀlamgīrī, Baḥr al‑Rāʾiq)

  1. Regel over Iftār

Het haasten met het breken van het vasten (Iftār) is Sunnah, maar dit mag alleen wanneer men zeker weet dat de zon is ondergegaan. Zolang men geen volledige zekerheid heeft, behoort men niet met Iftār te beginnen — zelfs niet wanneer de muʾadhdhin de adhān heeft uitgeroepen. Op dagen dat het bewolkt is, behoort men niet te haasten met Iftār. (Radd al‑Muḥtār)

 Waarmee moet Iftār worden gestart?

Regel: De Heilige Profeet Mohammed ﷺ heeft verklaard dat wanneer men de Iftār begint, men deze dient te openen met enkele dadels. En als dadels niet beschikbaar zijn, dan dient men de Iftār te beginnen met water, want water is een middel dat reinigt.

Du’ā bij het verbreken van het vasten

De Heilige Profeet Mohammed ﷺ reciteerde de volgende duʿāʾ bij het beëindigen van het vasten: “Allāhumma laka ṣumtu, wa ʿalā rizqika aftartu.

Betekenis: “O Allāh, voor U heb ik gevast en met Uw voorziening verbreek ik mijn vasten.”