Inleiding

Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Het ene kind loopt al vóór zijn eerste verjaardag, terwijl een ander kind juist weer vlot leert praten. Maar wat is ontwikkeling precies? Twee belangrijke kenmerken van ontwikkeling zijn verandering en vooruitgang. Ontwikkeling is het proces waarbij een combinatie van groei, rijping en leren leidt tot een hoger niveau van functioneren. Bij rijping gaat het om de lichamelijke ontwikkeling van een kind. Leren heeft betrekking op het verwerven van kennis, inzicht en vaardigheden.

Er bestaat een gemiddelde ontwikkeling, die in kaart is gebracht aan de hand van zogenoemde mijlpalen. Deze mijlpalen zijn gekoppeld aan bepaalde levensfasen en verschillende ontwikkelingsgebieden. Ze geven aan op welke leeftijd kinderen gemiddeld een bepaald ontwikkelingsniveau bereiken. Het is belangrijk om te weten hoe de gemiddelde ontwikkeling van mensen tussen de 0 en 23 jaar verloopt. Op die manier kun je een kind of jongere op de juiste manier stimuleren en uitdagen om een volgende ontwikkelingsstap te zetten. Dit vormt een belangrijk onderdeel van het werk dat je gaat uitvoeren.

De ontwikkeling van kinderen kan worden onderverdeeld in verschillende gebieden, waaronder de fysieke en motorische ontwikkeling, de cognitieve ontwikkeling, de psychosociale ontwikkeling en de morele ontwikkeling.

1 Ontwikkelingspsychologie/ geschiedkundig

De ontwikkelingspsychologie, vroeger kinder- en jeugdpsychologie genoemd en tegenwoordig door sommigen levenslooppsychologie, bestudeert de psychologische veranderingen die optreden naarmate mensen ouder worden. Deze veranderingen worden onderzocht vanaf de geboorte, via de baby-, peuter- en kleuterjaren, de schoolperiode en de adolescentie, tot aan de volwassenheid en ouderdom.

De meeste aandacht van onderzoekers gaat nog steeds uit naar de periode waarin de veranderingen zich het snelst opvolgen: van de geboorte tot aan de vroege volwassenheid. Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw richtte men zich echter niet alleen meer op kinderen en adolescenten, maar ook op de ontwikkeling van volwassenen. Begrippen als levenslooppsychologie en psychogerontologie, de wetenschap die het ouder worden bestudeert, werden steeds vaker gebruikt. Deze ontwikkeling werd mede gestimuleerd door de groei van het aantal ouderen en de specifieke vraagstukken die samenhangen met veroudering.

Binnen de ontwikkelingspsychologie van volwassenen ontstond daarbij een belangrijke onderzoeksvraag: bestaat er daadwerkelijk zoiets als een algemene midlifecrisis?

2 Sociale wetenschappen

Om een volledig beeld te krijgen van de ontwikkeling van de mens, maken we gebruik van inzichten uit verschillende sociale wetenschappen. De psychologie onderzoekt het gedrag en de ontwikkeling van gezonde mensen. Psychologen bestuderen hoe mensen denken, voelen en handelen en kijken daarbij ook naar de neurologische processen die hieraan ten grondslag liggen.

  1. De sociologie richt zich op de manier waarop mensen met elkaar omgaan en elkaar beïnvloeden. Sociologen onderzoeken patronen binnen de samenleving en de effecten daarvan op individuen en groepen.
  2. De psychiatrie is een medisch specialisme dat zich bezighoudt met de diagnose en behandeling van psychische, emotionele en gedragsstoornissen. Deze discipline biedt inzicht in wat wordt beschouwd als gezond gedrag en wat als afwijkend gedrag kan worden gezien.
  3. De pedagogiek bestudeert de invloed van opvoeding op de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Hierbij staat centraal hoe opvoeders de ontwikkeling kunnen stimuleren en begeleiden.
  4. De orthopedagogiek richt zich op kinderen, jongeren en volwassenen bij wie sprake is van problemen of stoornissen in de ontwikkeling. Deze wetenschap onderzoekt hoe begeleiding en ondersteuning kunnen bijdragen aan een zo optimaal mogelijke ontwikkeling.

3 Ontwikkelingsaspecten van de mens

De ontwikkeling van een kind kan worden onderverdeeld in verschillende ontwikkelingsgebieden. De fysieke ontwikkeling heeft betrekking op de groei en rijping van het lichaam. Vooral in de eerste 18 levensmaanden vinden er grote lichamelijke veranderingen plaats.

  1. De motorische ontwikkeling betreft het leren beheersen van bewegingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen grove motoriek en fijne motoriek. Onder grove motoriek vallen bewegingen zoals lopen, rennen, springen en klimmen. Fijne motoriek heeft betrekking op kleinere en nauwkeurige bewegingen, zoals het bewegen van vingers en tenen, schrijven, knippen en het vastpakken van voorwerpen.
  2. De cognitieve ontwikkeling heeft betrekking op de ontwikkeling van het denken en het functioneren van de hersenen. Hierbij gaat het om leren, onthouden, begrijpen, redeneren en het oplossen van problemen.
  3. De psychosociale ontwikkeling richt zich op de manier waarop kinderen omgaan met zichzelf en hun sociale omgeving. Hierbij spelen contacten met ouders, familieleden, leeftijdsgenoten en andere belangrijke personen een belangrijke rol. Kinderen leren onder meer samenwerken, communiceren en relaties opbouwen.
  4. De morele ontwikkeling heeft betrekking op het ontwikkelen van normen en waarden. Kinderen leren hierbij onderscheid te maken tussen goed en kwaad, recht en onrecht en ontwikkelen een eigen geweten.

4 De baby

0 tot 1 jaar In het eerste levensjaar ontwikkelt een jong mensje zich volop, het lichaam is hard aan het werk. In het volgende schema zie je de belangrijkste thema’s in de babyfase.

 

4.1 Slaap (lichamelijke ontwikkeling)

Slaap is van groot belang voor de groei en ontwikkeling van een baby. Tijdens de slaap groeien niet alleen het lichaam en de organen, maar ontwikkelen ook de hersenen zich verder. Indrukken en ervaringen die een baby gedurende de dag opdoet, worden tijdens de slaap verwerkt. Hierdoor leert de baby de wereld om zich heen beter begrijpen. Voor een goede nachtrust is een rustige, veilige en aangenaam geventileerde omgeving belangrijk.

4.2 Eigen kracht (motorische ontwikkeling)

In de baarmoeder wordt een baby gedragen door het vruchtwater. Na de geboorte zijn de spieren nog niet volledig ontwikkeld. Daarom is het belangrijk een baby goed te ondersteunen, vooral het relatief zware hoofdje. De motorische ontwikkeling verloopt volgens een vast patroon: van boven naar beneden, van dichtbij naar veraf, van grove naar fijne bewegingen en van ongerichte naar doelgerichte handelingen. Deze ontwikkeling kan worden gestimuleerd door spel, beweging en persoonlijk contact. Daarbij is het belangrijk dat iedere baby voldoende ruimte krijgt om zich in zijn of haar eigen tempo te ontwikkelen.

4.3 Neurologische verbindingen (cognitieve ontwikkeling)

De hersenen van een baby ontwikkelen zich in hoog tempo. Dagelijks ontstaan er nieuwe verbindingen tussen hersencellen, waardoor de baby de omgeving steeds beter leert begrijpen. Het leren verloopt vooral via de zintuigen. De baby onderzoekt de wereld door te kijken, luisteren, voelen, proeven en ruiken. Op deze manier leert de baby eigenschappen zoals temperatuur, vorm en structuur herkennen. Het opnemen van nieuwe informatie in bestaande kennisstructuren wordt assimilatie genoemd. Wanneer kennisstructuren worden aangepast aan nieuwe ervaringen, spreken we van accommodatie.

4.4 Hechting (sociaal-emotionele ontwikkeling)

Een baby leert emoties herkennen en begrijpen door contact met andere mensen, bijvoorbeeld door lichaamstaal, aanraking en oogcontact. In een veilige omgeving ontwikkelt de baby een hechte band met de primaire verzorgers. Deze veilige hechting vormt de basis voor latere sociale relaties en het vertrouwen in anderen. Wanneer veilige hechting ontbreekt, kan dit een negatieve invloed hebben op de verdere ontwikkeling. Een belangrijke periode binnen het hechtingsproces is de eenkennigheidsfase, waarin de baby een duidelijke voorkeur ontwikkelt voor vertrouwde personen.

4.5 Orale fase (psychoseksuele ontwikkeling)

Volgens de theorie van Freud bevindt een baby zich in de eerste levensfase in de orale fase. In deze periode ontdekt en ervaart de baby de wereld vooral via de mond. Zuigen, sabbelen en dingen in de mond stoppen geven niet alleen informatie over de omgeving, maar bieden ook troost en een gevoel van veiligheid. Daarnaast is lichamelijk contact van groot belang voor een gezonde ontwikkeling. Positieve aanrakingen, zoals knuffelen en babymassage, kunnen bijdragen aan gevoelens van veiligheid, geborgenheid en welzijn.