Organisatiestructuur is de wijze waarop taken binnen een organisatie zijn verdeeld en de wijze waarop vervolgens afstemming tussen deeltaken tot stand is gebracht. Het heeft dus te maken met de verdeling van activiteiten over afdelingen en de taken van de werknemers. De organisatiekunde is de theorie van het opzetten van organisaties. De organisatiestructuur kan in kaart worden gebracht met een organisatieschema.
De organisatiestructuur dient als hulpmiddel voor een organisatie om de door haar gestelde doelen te bereiken. Het vraagstuk van wat de juiste organisatiestructuur is speelt met name in grote organisaties, waar zaken als taakverdeling, verdeling van verantwoordelijkheden en van bevoegdheden en daarmee samenhangend over het coördineren van die taken en verantwoordelijkheden van groot belang zijn.
Organisatievormen
Er bestaan verschillende soorten formele organisatievormen. Dit betreft enerzijds de invulling van de personele structuur, anderzijds ook de organisatie van de productie.
- Lijnorganisatie: de eenvoudigste structuur, waarbij iedere medewerker één directe baas heeft (op de man of vrouw aan de top na). De baas heeft een x-aantal medewerkers, waarbij xdan de span of control Het aantal lagen tussen de werkvloer en de directeur is de depth of control
- Lijn-staforganisatie: binnen de lijnorganisatie wordt ruimte gemaakt op een hoger niveau voor een gespecialiseerde staffunctionaris, die wel op hoger niveau meediscussieert, maar geen beslissingsbevoegdheid heeft.
- Functionele organisatie: organisatievorm waarbij in de productie gelijksoortige bewerkingen bij elkaar zijn gebracht
- Productgerichte organisatie: organisatievorm waarbij de productie rond gelijksoortige producten is georganiseerd
- Geografische organisatiestructuur: organisatievorm waarbij de uitvoering naar geografische regio is opgedeeld
- Matrixorganisatie: organisatievorm die is opgedeeld naar verschillende gezichtspunten, bijvoorbeeld naar productgroep en ook naar geografische regio. Een medewerker heeft dan twee bazen, namelijk het hoofd van de productgroep én het hoofd van de geografische regio. In de top dient dan afgesproken te zijn wat de zeggenschap is van ieder van de bazen, welke terreinen die zeggenschap bestrijkt
- Projectorganisatie: organisatie van een project met projectmanagement
- Netwerkorganisatie: dit zijn met name organisaties met grote aantallen hooggekwalificeerde medewerkers, waarbij de strategie met name in de onderhandelingen vorm moet krijgen, zoals maatschappen.
Organisatiedelen
De theoreticus Henry Mintzberg onderscheidt in zijn Structures in Fives binnen een klassieke organisatiestructuur 5 basisonderdelen. Dit zijn:
- Uitvoerende kern: de werkvloer, de mensen die het eigenlijke werk in het bedrijf doen
- Strategische top: de directie, en in de grote multinationals niet alleen de top, maar ook de business-unit directies
- Ondersteunende diensten: diensten zoals personeelszaken en facilitair management
- Techno structuren: de planningsafdelingen, de afdelingen die de standaards voorschrijven
- Middenkader: de managementlagen onder de top en boven de werkvloer
Met deze vijf onderdelen beschrijft Mintzberg 7 organisatievormen:
- Ondernemersorganisatie
- Machineorganisatie
- Professionele organisatie
- Gedivisionaliseerde organisatie
- Innovatieve organisatie
- Zendingsorganisatie
- Politieke organisatie
VUCA, wat is het en wat betekent het?
In de VS wordt tegenwoordig veelvuldig het begrip VUCA gebruikt, een term die ook in Nederland steeds meer opgang maakt. VUCA is de snel veranderende wereld waarin wij ons als individuen en organisaties op dit moment bevinden, die zich kenmerkt door een hoge mate van onzekerheid en complexiteit. VUCA geeft ook het belang aan van aanpassingsvermogen nu het steeds lastiger wordt om plannen met een tijdspanne van vijf of tien jaar tot in detail uit te werken.
De vier letters in het acroniem komen van de Engelse termen:
- volatile (snel veranderend);
- uncertain (onzeker)
- complex (complex)
- ambiguous (vaag/dubbelzinnig).
Alles verandert steeds sneller en kleine factoren kunnen steeds grotere en meer complexe gevolgen hebben, daarom is het zaak om als persoon en organisatie flexibeler te worden, te zijn en te blijven. Zo kun je snel en makkelijk aanpassingen doen die een positief effect hebben op je belangrijkste stakeholders.