Het verschil tussen een manager en de teamleider in de business
Wat doet een manager?
Is een specialist of expert in zijn of haar vakgebied en is een ondersteunend systeem voor medewerkers. Managers werken binnen een bedrijf en werken samen als een team om bedrijfsdoelen te bereiken. Een manager is niet iemand die een miljoen dingen tegelijk doet terwijl de medewerkers achteroverleunen. Het is van vitaal belang voor managers om te besturen (verantwoordelijkheden te delegeren aan werknemers) en hen te helpen als ze hulp nodig hebben. Geeft vaak leiding aan teamleiders.
Wat doet een Teamleider?
Is een persoon die begeleiding, instructie, richting en leiderschap geeft aan een groep individuen (het team) met als doel het bereiken van een belangrijk resultaat of op elkaar afgestemde resultaten. De teamleider bewaakt de kwantitatieve en kwalitatieve prestaties van het team en rapporteert de resultaten aan een manager.
De manager moet besturen op tactisch niveau en processen in control houden, terwijl de teamleider de primaire processen uitvoert. De manager is dus de ontwikkelaar van de beleidsprocessen.
Procesmanagement
Primair proces: processen die gericht zijn op het door de organisatie leveren van toegevoegde waarde aan haar omgeving. Het zijn processen waaraan een organisatie haar bestaansrecht ontleent. Voorbeelden van primair processen: inkoop, verkoop, personeel werving, selectie, ontslag. Al deze processen bestaan uit processtappen met functiescheiding om dubbele petten te voorkomen in de uitvoering wat kan leiden tot frauduleuze handelingen.
Secundair proces: alle andere processen die niet direct te maken hebben met klanten. Voorbeelden hiervan zijn processen binnen bepaalde afdelingen zoals de marketingafdeling, financiële administratie en directie.
Bestuursproces ook wel tertiaire proces genoemd: alles wat erop gericht is om de essentie van het primaire proces ook op langere termijn in stand te houden. Dit betekent het veranderen en vernieuwen van zowel primaire als secundaire processen. Daartoe zijn er voortdurend aanpassingen nodig aan de omgeving.
Procesbeheersing is het in beeld brengen, beheersen, verbeteren en begeleiden van een traject naar een gesteld doel. Het draagt bij aan een efficiënte, effectieve en consistente uitvoering van een project of een organisatie.
Managementniveaus
Wij onderscheiden drie managementniveaus binnen organisaties, deze zijn:
Strategisch management op directieniveau
Het managen (besturen) van die aspecten die voor het voortbestaan (continuïteit) van de organisatie cruciaal zijn. Voorbestaan is het handhaven (c.q. verbeteren) van een relatief onafhankelijke positie in de omgeving. Alle vraagstukken waarbij de positie van de organisatie in het geding is, behoren onderwerp te zijn van strategisch management. Daarmee en daardoor is strategisch management sterk gericht op de omgeving. Daarnaast is het managen van de hoofdstructuur van het organisatieonderdeel van strategisch management.
Tactisch management op manager niveau
Het geheel van organiserende en structurerende taken dat, uitgaande van het strategisch management nodig is. Het is het structureel besturen van het systeem.
Tactisch management wordt ook wel organisatorisch management genoemd, vanwege het verband tussen structuur en organisatie.
Operationeel management op teamleidersniveau
Het geheel van besturende taken dat bij een gegeven strategisch en tactisch management de gang van zaken zo goed mogelijk moet laten verlopen.
Transformatie (IST naar SOLL)
Een transformatieproces is de omzetting van productiemiddelen in eindproducten (of diensten). Dit maakt deel uit van het primaire proces, waartoe behalve het transformatieproces, het inkoop- en het verkoopproces worden gerekend.
Benodigd voor transformatieproces:
- Arbeid (mensen: opleiding, kennis, ervaring)
- Natuur (grondstoffen: zand, stoffen, meel, energie)
- Kapitaal (machines, gebouwen, geld)
Wat is een organisatie?
Een groep mensen die in onderlinge samenwerking met behulp van middelen activiteiten ontplooien om op doelmatige wijze overeengekomen doelstellingen te bereiken.
Organisatiekenmerken zijn:
- Doelbewust →bestaansreden
- Doelgericht → activiteiten
- Doelmatig → middelen
- Cultuur en coalitie
- Structuur en processen
- Opensysteem (beïnvloeding door onder andere OR).
Kenmerken bedrijf ten behoeve van de burgers:
- Producten (paspoort, vergunningen, water)
- Diensten (sociale dienst, gezondheidszorg, accountant, advocaat)
Kenmerken onderneming zijn:
- Winst maken
- Groeien
- Continuïteit van de onderneming
Ontwikkeling van de managementscholen
Wetenschappelijke bedrijfsvoering (scientific management of Taylorisme) is een stroming binnen de managementtheorie die het aansturen van bedrijfsprocessen rond de werkvloer op een wetenschappelijke wijze vorm wilde geven. De intellectuele drijfkracht achter de wetenschappelijke bedrijfsvoering was Frederick Taylor. Taylor wilde door nauwkeurige arbeidsstudies prestatieverbeteringen bereiken. Hij streefde ernaar objectieve productienormen vast te stellen, aan de hand waarvan men prestaties kon beoordelen. Hij zag loon als belangrijkste motiverende factor.
Fayol heeft, anders dan Taylor, vooral aangegeven hoe organisaties kunnen worden ingericht door de onderdelen van de managementfunctie te benoemen en door het aangeven van beginselen. De gebruikelijke indeling in de zogenoemde functionele gebieden (zoals financieel management en commercieel management) wordt met aanpassingen nog steeds gehanteerd.
Fayols beginselen worden ook nog steeds gebruikt en worden handzaam geacht. Zo stelt hij dat bevoegdheden en verantwoordelijkheden in evenwicht moeten zijn en ook dat organisaties ruimte moeten bieden voor initiatief, hetgeen verrassend modern klinkt.
Maximilian Karl Emil Weber was een Duitse socioloog, historicus, jurist en politiek econoom. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste theoretici van de ontwikkeling van moderne westerse maatschappij. Zijn ideeën hebben een diepgaande invloed op de sociale theorie en onderzoek. Ondanks dat hij werd erkend als een van de grondleggers van de sociologie, samen met Auguste Comté, Karl Marx en Emile Durkheim, zag Weber zichzelf niet als socioloog maar als historicus. Weber is vooral bekend vanwege zijn andere proefschrift waarin economische sociologie en religie sociologie worden gecombineerd, waarbij hij het belang benadrukt van culturele invloeden die in religie zijn ingebed als middel om het ontstaan van het kapitalisme te begrijpen (in tegenstelling tot het historische materialisme van Marx).
George Elton Mayo wordt beschouwd als de grondlegger van de bedrijfssociologie. Mayo concludeert na zijn proefschrift:
- Individuele werknemers kunnen niet in isolatie beschouwd worden, maar moeten worden gezien als leden van een groep
- Goed verdienen en goede werkcondities zijn minder belangrijk voor het individu dan het behoren tot een groep
- Informele groepen gevormd op het werk hebben een sterke invloed op het gedrag van de werknemers uit die groep
- Managers moeten op de hoogte zijn van deze ‘sociale behoeften’, zodat ze de werknemers beter kunnen laten meewerken met de ‘echte’ organisatie. Hij constateerde wrevel tussen werknemers (met een sentimentele logica) en managers (met een logica van kosten en efficiency) die tot conflicten leidt.
De systeembenadering is een werkwijze om verschijnselen te bestuderen als een geheel met een onderlinge samenhang en een wisselwerking met de omgeving. De systeembenadering is een uitwerking van algemene systeemtheorie, en is in verschillende vakgebieden uitgewerkt.