1 Inleiding
De student leert dat zikr het middel is om het ego te zuiveren en het hart te vullen met de Eigenschappen van Allāh Ta’ālā. Hij leert dat zikr een geleidelijk proces is dat begint met verbaal herinneren, overgaat naar innerlijke stilte en eindigt in volledige geestelijke concentratie (murāqaba). De student begrijpt dat het doel van zikr is om de verbinding tussen mens en Schepper te versterken totdat de gedachte aan Allāh het hart volledig omringt.
2 De opdracht van de murshid en het doel van zikr
De murshid geeft de murīd zikr als opdracht. Door middel van dit constante herinneren van Allāh en Zijn Attributen wordt de murīd geleidelijk verlost van zijn egoïstische (alleen aan jezelf denken) en egocentrische (het gevoel dat je boven anderen staat) eigenschappen, en wordt hij verlicht door de Almachtige Eigenschappen.
Tijdens de zikr moet de murīd niet alleen de wereld en het hiernamaals vergeten, maar ook ophouden zich van zichzelf bewust te zijn; doet hij dit wel, dan staat dit gelijk aan ontrouw. Voor de murīd is de zikr een rivier die geleidelijk de egocentrische eigenschappen wegspoelt en het hart verlicht met Allāh’s Eigenschappen.
3 De plaats van zikr in Qur’ān en ahadīth
Volgens de leer van de Heilige Qur’ān staat de zikr van Allāh hoog aangeschreven. In de Qur’ān en in de ahadīth wordt zikr op verschillende momenten aanbevolen. Ṣalāt wordt ook aangeduid als zikr, en het doel ervan is om de herinnering aan Allāh te vestigen. De letterlijke betekenis van zikr is “herinneren” of “vermelden”, omdat iemand noemen betekent dat je hem herinnert. Door iemand te vermelden verbindt men zichzelf mentaal met die persoon.
In het dagelijks leven zijn er verschillende voorbeelden: wanneer iemand verliefd is, worden niet alleen de naam maar ook de gedachten aan de geliefde voortdurend in het hart aanwezig.
4 Het doel van godsdienstonderwijs en de verbinding met Allāh
Het centrum van godsdienstonderwijs is Allāh Ta’ālā, en het doel ervan is om een verband te vestigen tussen het geschapene en de Schepper. Het is bedoeld om die relatie te versterken tot het punt waarop het hart getuige wordt van het Goddelijke Licht (tadjalli). Daarom zijn alle functies — fysiek of rationeel — verbonden met Allāh, zodat bewust en onbewust de gedachte aan Allāh de geest omringt.
5 De eerste fase: zikr lisānī (verbaal)
De eerste fase van zikr is het voortdurend herhalen van een Naam (Ism‑e‑Ilāhī) of een Attribuut van Allāh met de tong. Wanneer iemand hiermee bezig is, richt zijn geest zich eveneens op die gedachte. Zelfs wanneer de geest tijdelijk afdwaalt, blijft hij nooit ver van de zikr verwijderd. Deze fase wordt in het soefisme aangeduid als zikr lisānī: het verbaal herhalen van een Naam van Allāh met behoud van focus.
6 De tweede fase: zikr khafī / zikr qalbi (verborgen, vanuit het hart)
Wanneer iemand dezelfde Naam herhaaldelijk uitspreekt, nestelt deze zich in de registers van de geest. De concentratie wordt versterkt en de geest wordt in staat om zich op één gedachte te richten. Wanneer dit gebeurt, ervaart de murīd een last bij het herhalen van de Naam met de tong. Hij voelt plezier in het herhalen van de Naam in de sfeer van het denken (ʿālam al‑khayāl). Daarom schakelt hij over van zikr lisānī naar zikr khafī, ook wel zikr qalbī genoemd.
7 De derde fase: zikr rūḥī (geestelijk) en murāqaba
Dan komt er een moment waarop de murīd zelfs een last ervaart bij de stille zikr. Op dat punt omringt de gedachte aan die Naam hem volledig, en hij wordt ondergedompeld in de imaginaire wereld (ʿālam al‑mithāl). Dit is de zogenaamde zikr rūḥī, ook wel murāqaba genoemd. Murāqaba wordt hier gedefinieerd als een gedachte aan Allāh die zo stevig is gevestigd dat de murīd zich volledig op Hem richt en nooit van Hem afwijkt.