Ṭarīqat wil zeggen geestelijk pad, het is de wijze waarop de soefi in harmonie komt met de Schepper. De soefi’s gaan ervan uit, dat het feit of men zich al dan niet aangetrokken voelt tot de ṭarīqat, uitsluitend en alleen afhangt van de Wil van Allāh Ta’ālā.

Allāh openbaart:

 لَّيْسَ عَلَيْكَ هُدَاهُمْ وَلَـٰكِنَّ ٱللَّهَ يَهْدِي مَن يَشَآءُ وَمَا تُنْفِقُواْ مِنْ خَيْرٍ فَلأَنْفُسِكُمْ وَمَا تُنْفِقُونَ إِلاَّ ٱبْتِغَآءَ وَجْهِ ٱللَّهِ وَمَا تُنْفِقُواْ مِنْ خَيْرٍ يُوَفَّ إِلَيْكُمْ وَأَنْتُمْ لاَ تُظْلَمُونَ

“Hen te leiden is niet uw plicht, maar Allāh leidt wie Hij wil. En welke rijkdommen je ook weggeeft, het komt je ten goede en je geeft alleen om Allāh’s welbehagen te zoeken. En welke rijkdommen je ook besteedt, het zal je ten volle worden terugbetaald en je zal geen onrecht worden aangedaan.” Surah al-Baqarah (de koe) H2, vers 272

Deze aantrekkingskracht die de zoeker (murīd) tot de ṭarīqat brengt wordt ṭālib genoemd. Dit woord ṭālib heeft een dubbele betekenis, namelijk:

  1. De Roep van Allāh Ta’ālā Die de zoeker tot de ṭarīqat
  2. De kracht die de zoeker bijstaat op zijn Weg en hem constant doet streven naar zijn einddoel (hizbAllāh).

Aan de grondslag van dit streven ligt een volmaakte droefheid, een onvrede met de afstand die dusver is afgelegd op de ṭarīqat en een vurig verlangen om dichter bij het einddoel te komen. Deze droefheid en verlangen zullen de soefi sterken in het streven te ontkomen aan zijn beperkte staat, om daarmee een grotere mate van een geestelijke kalmte en rust te bereiken. Naast het onvoorwaardelijk opvolgen van een opdracht van de meester (murshid) moet een murīd nooit iets van belang ondernemen, zonder hiervoor de toestemming van de meester te hebben gekregen.

Allāh openbaart:

قَالَ فَإِنِ ٱتَّبَعْتَنِي فَلاَ تَسْأَلْني عَن شَيءٍ حَتَّىٰ أُحْدِثَ لَكَ مِنْهُ ذِكْراً

“Hij zei: “Welaan dan, als je mij wenst te volgen stel mij nergens vragen over eer ik zelf daaromtrent tot u spreek.” Surah al-Kahf (de spelonk), H18, vers 70

De murīd mag nooit de geheimen openbaren die er tussen hem en de meester bestaan, ook mag hij nooit datgene openbaar maken wat hij aan ongewoons ziet terwijl hij wakker is of in de droom, wel moet hij het zijn meester toevertrouwen.

De murshid treedt via een geestelijke methoden tot in het diepste van de ziel van de murīd, en lost hij de onzuiverheden op die daarbinnen aanwezig zijn en die hun oorsprong hebben in de wereld van menigvuldigheid.