1 Inleiding
In deze les leert de student de volledige adāb en fiqh‑regels die gelden wanneer de dood nabij is. De student krijgt inzicht in de Sunnah‑houding tegenover de stervende, de correcte wijze van het richten naar de Qiblah, het uitspreken en instrueren van de Kalima, de gedragingen die engelen van barmhartigheid aantrekken, en de handelingen die direct na het overlijden verricht moeten worden. Daarnaast leert de student welke uitspraken van de Profeet ﷺ betrekking hebben op de laatste momenten van het leven, hoe men de stervende ondersteunt, en welke fiqh‑regels gelden bij bijzondere situaties zoals zwangerschap, moeilijkheden of twijfelachtige uitspraken.
2 Wanneer de dood nabij is
- Als de dood nabij is voor een persoon en je hebt enkele van de tekenen gezien, dan is het Sunnat om de persoon op hun rechterkant te leggen en hen in de richting van de Qiblah te laten kijken.
- Het is ook toegestaan om de persoon plat te laten liggen, richt zijn tenen naar de Qiblah en schuif zijn hoofd iets omhoog zodat hij naar de Qiblah kijkt.
- Als bovenstaande niet mogelijk is omdat het de zieke persoon moeilijkheden zou bezorgen, laat hem dan zoals hij is. Hidāyah, ʿĀlamgīrī, Durr‑e‑Mukhtār
- Op het moment van bijna dood, wanneer de ziel nog niet is vertrokken, bid dan hoorbaar: “Ash’hadu an lā ilāha illAllāhu wa Ash’hadu anna Muḥammadan Rasūlullāh”, en instrueer de zieke om te bidden. ʿĀlamgīrī, Fatḥ al‑Qadīr
- Zodra de zieke de Kalima heeft gebeden, stop dan met luid bidden, anders kan hij iets anders (kufr) zeggen. Begin dan opnieuw de Kalima te bidden, want hun laatste woorden zouden “Lā ilāha illAllāhu Muḥammadur Rasūlullāh” moeten zijn. ʿĀlamgīrī, Johra
Beiden, Ḥazrat Abu Saʿīd al‑Khuḍrī en Ḥazrat Abu Hurayrah (raḍiyAllāhu ʿanhumā), citeerden de Heilige Profeet Mohammed ﷺ als volgt: “Zeg de te overlijden persoon voor: ‘lā ilāha illAllāh’.” Ṣaḥīḥ Muslim, Boek 1, Ḥadīth 36 (nr. 916)
Deze verklaring betekent simpelweg niet dat wij de Shahādah moeten vermelden, maar dat de stervende persoon geïnstrueerd moet worden om de Shahādah te zeggen, zoals het onbetwistbaar is uit de verklaring van de Profeet: “لَا إِلٰهَ إِلَّا ٱللّٰهُ (lā ilāha illAllāh).”
Moslims zijn eveneens aangewezen aanwezig te zijn wanneer non‑moslims stervende zijn, met de bedoeling de Islam te verkondigen met de hoop dat de stervende zich tot de Islam bekeert. Voor het bekeren tot de Islam op deze momenten is het voorgeschreven dat de omhelzing van de Islam (bekering) moet plaatsvinden met het volle verstand van de stervende voordat de heftige pijn van de dood begint.
Ḥazrat Abu Hurayrah (raḍiyAllāhu ʿanhu) rapporteerde dat Allāh’s Boodschapper ﷺ zei: “Ik getuig dat er geen god is dan Allāh en dat ik Zijn Boodschapper ben. Iedere dienaar die Allāh ontmoet met beide getuigenissen en zonder twijfel daarin, zal het Paradijs binnengaan.” Ṣaḥīḥ Muslim, Boek 1, Ḥadīth 44 (nr. 918)
Ḥazrat ʿAbdullāh ibn ʿUmar (raḍiyAllāhu ʿanhu) rapporteerde dat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Allāh, Meest Verhevene en Glorieuze, zal Zijn dienaren accepteren voordat de hevige pijn van de dood begint.” Tirmidhī, Ḥadīth 979; Ibn Mājah, Ḥadīth 3430 (authentiek in Ṣaḥīḥ Sunan Ibn Mājah, deel 2, p. 418)
Ḥazrat Umm Salamah (raḍiyAllāhu ʿanha) verhaalde dat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Als u aanwezig bent bij iemand die ziek is of op het punt staat te overlijden, dan moet u uitsluitend goede dingen over die persoon zeggen, want waarlijk, de engelen zeggen op uw goede woorden ‘Āmīn’.” Ḥazrat Umm Salamah vroeg vervolgens wat gezegd moet worden. De Heilige Profeet Mohammed ﷺ antwoordde:
اللَّهُمَّ اغْفِرْ لِي وَلَهُ وَأَعْقِبْنِي مِنْهُ عُقْبَى حَسَنَةً
“Allāhumma’ghfir lī wa lahu wa aʿqibnī minhu ʿuqbā ḥasanah.” Ṣaḥīḥ Muslim, Boek 11, Ḥadīth 3 (nr. 2732); Sunan Abū Dāwūd, Ḥadīth 3114; Ibn Mājah, Ḥadīth 1447
Ḥazrat Anas (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Indien vier naaste buren van een overleden moslim verklaren dat zij de overleden persoon hebben gekend als een goede buurman of buurvrouw, zal Allāh Ta’ālā antwoorden: ‘Ik heb hem/haar vergeven voor al datgene waarover u niets weet’.” Musnad Aḥmad, Ḥadīth 13003
3 Biddend voor de Kalima
Op het moment van bijna dood, wanneer de ziel nog niet vertrokken is, bid dan luid: “Ash’hadu an lā ilāha illAllāhu wa Ash’hadu anna Muḥammadan Rasūlullāh”, maar instrueer de zieke niet om te bidden. ʿĀlamgīrī, Fatḥ al‑Qādir
Zodra de zieke de Kalima heeft gebeden, stop dan met luid bidden, maar als hij iets anders zegt, begin dan opnieuw met het bidden van de Kalima, want hun laatste woorden zouden “Lā ilāha illAllāhu Muḥammadur Rasūlullāh” moeten zijn. ʿĀlamgīrī, Johra
De persoon die de Kalima bidt en dicht bij de zieke staat, moet een vroom persoon zijn, niet iemand die blij zal zijn met de dood van de persoon. Daarom is het een zeer goede zaak om vrome mensen in de buurt te hebben en op dit moment Soera Yāsīn te laten bidden. Zoet ruikende parfum is Mustaḥabb, zoals lubān of wierookstokjes. ʿĀlamgīrī
Op het moment van overlijden kan een vrouw in haar menstruatiecyclus of bloeding na de geboorte aanwezig zijn. [Qāḍī Khan, Fatḥ al‑Qādir, ʿĀlamgīrī]. Als een vrouw echter klaar is met haar menstruatie of een persoon voor wie het verplicht is om te baden, moet eerst gebaad worden en mag anders niet aanwezig zijn. Ook moet je ervoor zorgen dat er geen foto’s of honden in huis zijn, want waar foto’s of honden zijn, komen de engelen van barmhartigheid niet binnen. Bid in de eindtijd zoveel mogelijk voor de stervende en voor jezelf en zeg niets slechts, want dit is de tijd waarin engelen ‘Āmīn’ zeggen op je gebeden. Wanneer je ziet dat de zieke persoon in extreme moeilijkheden verkeert, bid dan Surah Yāsīn of Surah Raʿd. Bahāre Sharīʿat
Als op de stervenstijd (Allāh Ta’ālā vergeef) een zin van kufr wordt gezegd, dan wordt geen fatāwā van kufr gegeven omdat ze misschien vanwege de moeilijkheid niet in hun zinnen zijn en het onbewust hebben gezegd. Durr‑e‑Mukhtār, Fatḥ al‑Qādir, ʿĀlamgīrī. En het is ook mogelijk dat je hun woorden niet volledig hebt begrepen. Bahāre Sharīʿat
4 Wat moet er gebeuren als de ziel is vertrokken uit het lichaam?
- Als de ziel naar buiten is gekomen, pak dan een brede strook stof en wikkel deze onder de kaak en over het hoofd en bind het vast zodat de mond niet openblijft.
- Sluit ook de ogen en strek de handen en voeten. (Deze handeling moet worden gedaan door degene in huis die dit het meest voorzichtig kan doen, ofwel vader ofwel zoon.) ʿĀlamgīrī, Johra
Welke du’ā wordt gezegd tijdens het sluiten van de ogen?
بِسْمِ اللَّهِ وَعَلَى مِلَّةِ رَسُولِ اللَّهِ، اللَّهُمَّ يَسِّرْ عَلَيْهِ أَمْرَهُ وَسَهِّلْ عَلَيْهِ مَا بَعْدَهُ، وَأَسْعِدْهُ بِلِقَائِكَ، وَاجْعَلْ مَا خَرَجَ إِلَيْهِ خَيْرًا مِمَّا خَرَجَ عَنْهُ.
“Bismillāhi wa ʿalā millati Rasūlillāh. Allāhumma yassir ʿalayhi amrahu wa sahhil ʿalayhi mā baʿdahu wa asʿid’hu biliqāʾika wajʿal mā kharaja ilayhi khayran mimmā kharaja ʿanhu.” Durr‑e‑Mukhtār, ʿĀlamgīrī, Fatḥ al‑Qādir
Regel: Leg iets zwaars op de maag van de overledene, zoals metaal of aarde, om opzwellen te voorkomen. [ʿĀlamgīrī] Zorg ervoor dat het niet zwaarder is dan nodig. Durr‑e‑Mukhtār, Bahār
Regel: Wikkel een doek om het hele lichaam en leg het lichaam op iets met vier poten zodat het niet aan de vloer vast nestelt. ʿĀlamgīrī
Regel: Zorg dat het wassen, kafan en de begrafenis snel worden gedaan, omdat hierop sterk de nadruk is gelegd in de Ḥadīth Sharīf. Johra, Fatḥ al‑Qādir
Regel: Als een zwangere vrouw is overleden en het kind beweegt in haar buik, moet de maag worden opengesneden aan de linkerkant en het kind eruit gehaald.
Regel: Als een vrouw leeft en haar kind in haar buik is overleden en dit fataal wordt voor de moeder, moet de maag worden opengesneden en het kind eruit gehaald. Als het kind echter leeft, mag de maag — ongeacht de moeilijkheid — niet worden gesneden. ʿĀlamgīrī, Durr‑e‑Mukhtār, Bahār