1 Wat zijn tekenen van het naderende overlijden?
- De neus zakt in
- De slapen trekken in
- De borstkas zakt
- De voeten worden slap en strekken zich
2 Wat te doen als het overlijden nadert?
- Leg de stervende met het gezicht naar de qiblah (Mekka)
- Laat hem/haar zachtjes de shahāda (geloofsgetuigenis) zeggen: Lā ilāha illā Allāh, Muḥammadur Rasūlullāh
- Herhaal dit niet dwingend als de persoon het al heeft uitgesproken
- Gebruik eventueel geurige wierook (zoals lubān)
- Verwijder afbeeldingen of afleidende voorwerpen uit de kamer
- Laat de omgeving rustig en vredig zijn
3 Wat te doen direct na het overlijden?
- Sluit de ogen van de overledene
- Bind de kaak en kin vast
- Strek de armen en benen
- Bedek het lichaam met een doek
- Zeg de volgende du’ā: “Bismillāhi wa ʿalā millati Rasūlillāh. Allāhumma yassir ʿalayhi amrahū wa sahhil ʿalayhi mā baʿdahū wa asʿidhu biliqāʾik wa ajʿal mā kharaja ilayhi khayran mimmā kharaja ʿanhu.”
(In de naam van Allāh en volgens de religie van de Boodschapper van Allāh. O Allāh, maak zijn zaak gemakkelijk, vergemakkelijk wat na de dood komt, schenk hem vreugde bij de ontmoeting met U, en laat wat hij tegemoet gaat beter zijn dan wat hij achterliet.)
- Informeer familie en vrienden
- Bereid de wassing (ghusl) en het kafan (lijkwade) voor
4 Mag er Qur’ān worden gereciteerd bij het lichaam?
Ja, het is toegestaan om Yāsīn of andere delen van de Qur’ān te reciteren bij het lichaam.
5 Ghusl (rituele wassing van de overledene)
- Ghusl is farḍ kifāyah (collectieve verplichting)
- Minimaal één persoon moet het uitvoeren; als niemand het doet, zijn allen zondig
6 Hoe wordt de ghusl verricht?
- Leg het lichaam op een verhoogd oppervlak
- Bedek de ʿawrah (schaamstreek)
- Was het lichaam met lauw water en zeep
- Begin met woedūʾ (zoals bij het gebed)
- Was het hoofd en de rechterzijde, daarna de linkerzijde
- Gebruik geurige stoffen zoals kamfer of lotusbladeren
- Droog het lichaam voorzichtig af
7 Kafan (lijkwade)
- Ook farḍ kifāyah
- Het is aanbevolen om het kafan wit en schoon te houden
8 Voor mannen (volgens de soennah):
- Izār – doek van schouders tot voeten
- Qamīs – hemd van schouders tot knieën
- Lifāfa – grote doek die het hele lichaam bedekt
9 Voor vrouwen:
- Izār – van borst tot voeten
- Qamīs – van schouders tot knieën
- Khimār – hoofddoek
- Lifāfa – grote doek om het hele lichaam
- Sīnaband – borstband
Als er niet genoeg stof is, volstaat één doek die het hele lichaam bedekt.
10 Het dragen van de baar en het graf
- Het is soennah dat vier mensen de baar dragen
- De dragers wisselen van positie
- De begrafenisstoet moet waardig en rustig zijn
- De overledene wordt met het gezicht naar de qiblah begraven
11 Salāt al-Janāzāh (dodengebed)
- Farḍ kifāyah
- Als niemand het verricht, zijn allen zondig
12 Hoe wordt het verricht?
- Vier takbīrāt (Allāhu Akbar)
- Geen rukū of sujūd
- Na de eerste takbīr: al-Fātiha
- Na de tweede: salawāt op de Profeet ﷺ
- Na de derde: du’ā voor de overledene
- Na de vierde: afsluiten met salām
13 Voorwaarden:
- De overledene moet moslim zijn
- Het lichaam moet aanwezig zijn
- Het lichaam moet gewassen en gewikkeld zijn
14 Wat zijn aanvullende voorwaarden voor het dodengebed?
Naast de algemene voorwaarden zijn er nog enkele specifieke:
- De overledene moet aanwezig zijn (geen afwezig gebed).
- Het lichaam of een deel ervan moet aanwezig zijn.
- De imam moet ter hoogte van het hoofd van de overledene staan.
- Het gebed moet plaatsvinden vóór de begrafenis.
- De overledene moet moslim zijn.
15 Voor wie wordt het dodengebed niet verricht?
- Voor opstandelingen die in rebellie zijn gestorven.
- Voor bandieten of moordenaars die tijdens hun misdaad zijn gedood.
- Voor hypocrieten of mensen die openlijk de islam hebben verlaten.
- Voor mensen die in zonde zijn gestorven zonder berouw, zoals zware misdadigers — hoewel het gebed niet verboden is, is het aanbevolen dat vooraanstaande personen het niet leiden, als afschrikking voor anderen.
16 Hoe wordt het dodengebed verricht?
- De imam staat bij het hoofd van de overledene (bij vrouwen: bij het middel).
- De aanwezigen maken de intentie: “Ik bid voor deze overledene, met vier takbīrāt, gericht tot Allāh, en ik volg de imam.”
- De imam zegt vier keer Allāhu Akbar, zonder rukū of sujūd.
- Na elke takbīr wordt het volgende gezegd:
- Al-Fātiha
- Salawāt op de Profeet ﷺ
- Du’ā voor de overledene
- Afsluiting met salām
17 Welke smeekbeden worden gezegd?
Voor een overleden kind: “Allāhumma ijʿalhu lanā farṭan wa dhukhran wa ajran wa shāfiʿan wa mujāban. Allāhumma thaqkil bihi mawāzīnana wa aʿẓim bihi ujūranā wa alḥiqhu biṣ-ṣāliḥīn.”
(O Allāh, maak dit kind voor ons een voorganger, een schat, een beloning, een voorspraak en een verhoorde. Verzwaar met hem onze weegschaal van goede daden, vergroot onze beloning, en verenig hem met de vromen.)
Voor een volwassen overledene zijn er langere dua’s die lof, vergeving en barmhartigheid vragen.