1 De vroegste werken over ikhtilāf
De vroegste verhandelingen over ikhtilāf werden geschreven door Abu Yusuf (overleden 798) en Muhammad Hassan Shaybani (overleden 803), beiden leerlingen van Abu Ḥanīfah (overleden 767), de grondlegger van de Hanafitische rechtsschool. In deze werken beschreven zij hun meningsverschillen met de Syrische rechtsschool van Awza‘i (overleden 777), met Ibn Abi Layla (overleden 765), de Omajjadische qadi van Kufa, en met de Malikitische rechtsgeleerden in Medina. Ook al-Shāfiʿī (overleden 820) wijdde hoofdstukken aan ikhtilāf in zijn werk Kitāb al-Umm en ontwikkelde zijn theorie over dit onderwerp verder in al-Risala.
2 Belangrijke klassieke werken over ikhtilāf
Het oudst bekende boek dat specifiek aan ikhtilāf is gewijd, werd geschreven door Muhammad b. Nasr al-Marwazi (overleden 905). Tot de bekende werken over dit onderwerp behoren Ikhtilāf al-Fuqahāʾ van Muhammad b. Jarir al-Tabari (overleden 922); het gelijknamige werk van Abu Ja‘far Ahmad b. Muhammad al-Tahawi (overleden 933); Kitāb al-Insaf fi ma bayn al-Ulama min al-Ikhtilāf van Ibn ‘Abd al-Barr (overleden 1077); Al-Insaf fi al-tanbih ‘ala asbab al-ikhtilāf van Abu Muhammad Abdullah b. al-Sayyid al-Batlimusi (overleden 1127); en Bidayat al-Mujtahid van Ibn Rushd (overleden 1198).
Tot de latere werken behoort Al-Insaf fi bayan sabab al-ikhtilāf van Shah Waliullah (overleden 1762), dat veelvuldig is gebruikt en geraadpleegd. Ook in recentere tijden bleef de belangstelling voor dit onderwerp bestaan. Werken als al-Fiqh ‘ala al-madhāhib al-arba‘a (1970) van Abdul Raḥmān Al-Juzayri, Athar al-Ikhtilāf fi’l-qawa‘id al-usuliyya fi Ikhtilāf al-fuqahāʾ (1972) van Mustafa Sa‘id al-Khann en Ādāb al-Ikhtilāf fi’l-Islam (1987) van Ṭāhā Jābir al-Alwani laten zien dat islamitische rechtsgeleerden zich tot op heden met ikhtilāf blijven bezighouden.
3 Ikhtilāf als natuurlijke vorm van diversiteit
De literatuur over ikhtilāf begint met de erkenning dat diversiteit een natuurlijk verschijnsel is dat zijn grondslag vindt in de leer van de Qur’ān. Deze werken benadrukken dat diversiteit een goddelijke zegen is, omdat mensen verschillen in hun vermogen om zaken te begrijpen en omdat zij in uiteenlopende sociale omstandigheden leven. De vroegste boeken over ikhtilāf bestaan voornamelijk uit verzamelingen van uiteenlopende juridische opvattingen van rechtsgeleerden. In latere werken ontwikkelden de samenstellers theorieën om deze verschillen te verklaren.
4 Twee benaderingen om juridische verschillen te verklaren
In deze verklaringen zijn ten minste twee benaderingen te onderscheiden.
De eerste benadering probeert de grondslag (sabab) van de meningsverschillen te verklaren aan de hand van verschillen in lokaal taalgebruik, gewoonten en de mate waarin rechtsgeleerden kennis hadden van de Hadith. De tweede benadering probeert de verschillende methoden in kaart te brengen die individuele rechtsgeleerden of rechtsscholen gebruikten bij hun juridische redeneringen. Ibn Rushd Bidayat al-Mujtahid biedt bijvoorbeeld een vergelijkende studie van ikhtilāf tussen de verschillende rechtsscholen. Ook Al-Fiqh ‘ala al-madhāhib al-arba‘a van Al-Juzayri en Al-Fiqh ‘ala al-madhāhib al-khamsa van Jawad Mughniya hebben een belangrijke bijdrage aan dit onderwerp geleverd. Zij brengen de meningsverschillen binnen de soennitische en Ja‘faritische rechtsscholen systematisch bijeen in de vorm van overzichtswerken over het islamitische recht.
5 Ikhtilāf in de algemene fiqh-literatuur
Naast deze specifieke literatuur over ikhtilāf vinden we in vrijwel ieder fiqh-werk bij talloze rechtskwesties vermeldingen van meningsverschillen tussen de rechtsgeleerden.
Deze waardering voor diversiteit is zo sterk dat zelfs werken die zijn geschreven vanuit het principe van het volgen (taqlid) van één bepaalde rechtsschool, evenals werken die de leerstellingen van rechtsscholen verzamelen — zoals de Fatawa Alamgiri — uitvoerig aandacht besteden aan de uiteenlopende opvattingen en meningsverschillen tussen rechtsgeleerden over de meeste juridische kwesties. De Fatawa Alamgiri werd samengesteld in opdracht van de Mogolkeizer Awrangzeb Alamgir (1617–1708) met als doel de rechtspraak in het zeventiende-eeuwse India te reguleren. Toch beschrijft ook dit werk uitgebreid de verschillende juridische opvattingen en meningsverschillen onder de rechtsgeleerden.
6 De bijzondere betekenis van Shah Waliullah
Van de hierboven genoemde werken is dat van Shah Waliullah bijzonder belangrijk voor de verdere ontwikkeling van de studie naar ikhtilaf. Shah Waliullah benaderde ikhtilāf opnieuw als een doctrine die zich in latere perioden had ontwikkeld binnen het kader van madhhab en taqlid. Volgens hem verschilden de moslims van de eerste generatie om verschillende redenen van mening. Een belangrijke reden was dat niet iedereen toegang had tot volledige kennis van de profetische Hadith. Ook verschilden hun vermogens om de teksten van de Hadith te onthouden en te bewaren. Daarnaast verschilden zij in de juridische waarde die zij aan iedere overlevering van de Sunnah toekenden. Hun criteria voor het bewaren en aanvaarden van overleveringen liepen uiteen. Sommigen gaven voorrang aan bepaalde overleveringen, terwijl anderen dat niet deden. Ook pasten zij soms verschillende vormen van redenering toe en kwamen zij op basis daarvan tot verschillende juridische regels. Als gevolg daarvan gebruikten zij hun eigen juridisch redeneringsvermogen bij concrete vraagstukken.
7 Shah Waliullah over het verschil tussen vroegere en latere ikhtilāf
Door de oorzaken van meningsverschillen onder de metgezellen te vergelijken met die van de latere rechtsgeleerden, concludeerde Shah Waliullah dat ikhtilāf in de latere perioden een negatieve uitwerking had gekregen. Volgens hem was het verschil van mening steeds verder verwijderd geraakt van de vorm waarin het in de beginperiode bestond, toen ikhtilāf voortkwam uit ijtihad — zelfstandig juridisch redeneren. In de periode na de opkomst van taqlid nam de praktijk van ikhtilāf af, omdat meningsverschillen steeds meer werden beperkt tot de leerstellingen van de afzonderlijke rechtsscholen, die vervolgens als uitspraken van de grondleggers van deze scholen werden gepresenteerd. Het strikt volgen van een rechtsschool (taqlid) had volgens Waliullah een nadelige invloed. De praktijk van ikhtilāf leidde daardoor steeds vaker tot conflicten en confrontaties tussen aanhangers van verschillende rechtsscholen.
8 Oorzaken van de achteruitgang van ikhtilāf
Shah Waliullah wees verschillende factoren aan die volgens hem verantwoordelijk waren voor deze achteruitgang. In deze periode werden debatten tussen de verschillende rechtsscholen steeds algemener. Rechtsgeleerden vergrootten de onderlinge verschillen uit om hun eigen rechtsschool te verdedigen en de superioriteit ervan aan te tonen. Hieruit ontstond een nieuwe wetenschap, ‘ilm al-khilaf, die door deelnemers aan deze juridische debatten grondig werd bestudeerd en beheerst. De rechtsgeleerden besteedden ondertussen steeds minder aandacht aan de oorspronkelijke grondslagen en bronnen van de juridische doctrines die door de grondleggers van de rechtsscholen waren ontwikkeld. Zij begonnen de verklaringen die eerdere rechtsgeleerden voor de onderlinge verschillen hadden gegeven, als historische feiten te beschouwen, zonder deze opnieuw kritisch te onderzoeken. Daarnaast verloren zij het onderscheid uit het oog tussen ra’y — beredeneerde juridische opvatting — en een letterlijke interpretatie van de teksten. Hierdoor vervielen zij steeds vaker in onnodige juridische spitsvondigheden en casuïstiek.