1 Inleiding
In deze les leer je hoe de Nederlandse belastingheffing werkt voor zowel ondernemers als bedrijven. Je ontdekt wat inkomstenbelasting is en welke regels gelden voor privégebruik van auto en woning binnen het ondernemingsvermogen. Ook maak je kennis met de vennootschapsbelasting, de belasting die bv’s en nv’s moeten betalen. Daarnaast leer je hoe voorlopige en definitieve aanslagen worden vastgesteld, waarom deze kunnen verschillen en hoe je ze kunt laten aanpassen. Na deze les begrijp je hoe belastingaangifte, bijtelling en aanslagen samenhangen en welke verplichtingen ondernemers en vennootschappen hebben richting de Belastingdienst.
2 Inkomstenbelasting (2026)
Inkomstenbelasting is de belasting die een individu betaalt over zijn eigen inkomen. Iedereen die werkt, moet deze belasting betalen: van zzp’er tot bankdirecteur. Dit valt onder de inkomsten in box 1.
Veranderingen inkomstenbelasting 2026
Vanaf 1 januari 2026 zijn opnieuw verschillende wijzigingen doorgevoerd in de inkomstenbelasting. Deze kunnen gevolgen hebben voor de belasting die u als ondernemer moet betalen.
Bijtelling privégebruik auto (2026)
Rijdt u privé met een auto die tot uw ondernemingsvermogen behoort? Dan moet u een bedrag bij de winst tellen voor het privégebruik, tenzij u kunt aantonen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé hebt gereden.
De bijtelling is een percentage van de cataloguswaarde van de auto. In 2026 zijn er opnieuw 2 tarieven: 16% en 22%, afhankelijk van de CO₂‑uitstoot. De uitstootgrenzen worden jaarlijks opnieuw vastgesteld.
Auto’s die vóór 2017 voor het eerst op naam zijn gesteld en onder de 25%‑bijtelling vielen, behouden dit percentage zolang de oorspronkelijke termijn nog loopt.
Bijtelling privégebruik woning (2026)
Woont u in een woning die tot uw ondernemingsvermogen behoort? Dan moet u een bedrag bij de winst tellen voor het privégebruik van uw woning: het woningforfait.
3 Vennootschapsbelasting (2026)
Vennootschapsbelasting is de belasting die een vennootschap moet betalen.
Inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting zijn aanslagbelastingen. U doet aangifte, waarna de Belastingdienst op basis van uw aangifte berekent hoeveel belasting u moet betalen. U ontvangt eerst een voorlopige aanslag, later een definitieve aanslag, en soms nog een navorderingsaanslag.
Bent u eigenaar van een bv of nv? Dan moet u voor uw bedrijf aangifte vennootschapsbelasting doen. Ook stichtingen en verenigingen moeten soms aangifte doen, afhankelijk van hun activiteiten.
Rechtsvormen zoals een bv en nv zijn altijd verplicht aangifte vennootschapsbelasting te doen. Een stichting, vereniging of vergelijkbare organisatie hoeft dit alleen in specifieke situaties.
4 Voorlopige aanslag (2026)
Een voorlopige aanslag kan om verschillende redenen worden opgelegd:
- Na een ingediende aangifte De Belastingdienst heeft uw aangifte ontvangen, maar nog niet inhoudelijk beoordeeld.
- Aan het begin van het kalenderjaar 2026 De Belastingdienst maakt een schatting van uw inkomsten op basis van uw meest recente belastingaanslag.
- Later in het jaar 2026 Als daar aanleiding toe is, bijvoorbeeld door gewijzigde omstandigheden.
Krijgt u maandelijks geld terug via een voorlopige aanslag inkomstenbelasting? Dan kan dit bedrag te hoog of te laag zijn. Om terugbetaling achteraf te voorkomen, kunt u een verzoek doen tot wijziging van de voorlopige aanslag. Dit kan ook als u recht hebt op een hogere terugbetaling.
5 Definitieve aanslag (2026)
Nadat u uw aangifte hebt verzonden, ontvangt u een definitieve aanslag. Hierbij wordt rekening gehouden met bedragen die u al hebt ontvangen of betaald via voorlopige aanslagen.