1. Wie zou de Azān moeten zeggen?

De Azān behoort te worden uitgeroepen door een rechtschapen, volwassen, verstandige en betrouwbare man die de regels van tijd, uitspraak en adāb goed kent.

Regelgeving: De Azān moet worden uitgeroepen door degenen die de tijden van de Namāz goed herkennen. Degenen die de Namāz‑tijden niet kennen, zijn niet waardig om de beloning van de Azān te ontvangen die aan de Muʾazzin wordt gegeven. (Bazāziyya, ʿĀlamgīrī, Ghunyat, Qāḍī Khan)

Regelgeving: Het is beter wanneer de Imām zelf de Azān uitroept. (ʿĀlamgīrī)

Korte fiqh‑uitleg (klassiek), de fuqahāʾ leggen uit dat:

  • De Imām is de leider van het gebed en degene die de gemeenschap vertegenwoordigt.
  • Wanneer hij de Azān geeft, wordt de status van de Azān verhoogd, omdat deze wordt verricht door de meest gezaghebbende persoon in de moskee.
  • Dit is afḍal (beter), maar niet verplicht.
  • De Muʾazzin blijft de standaard‑functie, maar als de Imām het doet, is het meer deugdzaam.

Imām al‑Hindī schrijft in ʿĀlamgīrī dat:

الإِمَامُ إِذَا أَذَّنَ فَهُوَ أَفْضَلُ

[Al‑Imāmu idhā aʿdhana fa‑huwa afḍal]

(Wanneer de Imām de Azān geeft, is dat beter.)

2. Volgorde van praten tussen de Azān

Regelgeving: Praten tijdens de Azān is verboden. Wanneer de Muʾazzin tijdens de Azān spreekt, moet de Azān opnieuw worden uitgeroepen. (Ṣaghīrī)

Korte fiqh‑uitleg (klassiek), de fuqahāʾ leggen uit dat:

  1. De Azān is een Sunnat‑e‑Muʾakkadah, een religieuze aankondiging die waardigheid en concentratie vereist.
  2. Spreken onderbreekt de continuïteit van de Azān.
  3. Daarom moet de Muʾazzin, wanneer hij tijdens de Azān praat, de hele Azān opnieuw verrichten.
  4. Dit geldt zelfs als het spreken kort was of onbedoeld.

Imām al‑Ṣaghīrī vermeldt dat:

مَنْ تَكَلَّمَ فِي الْأَذَانِ يُعِيدُهُ

[Man takallama fīl‑adhān yuʿīduhū]

(Wie tijdens de Azān spreekt, moet deze opnieuw verrichten.)

Dit werk wordt vaak aangehaald in: Durr‑e‑Mukhtār, Radd‑ul‑Muḥtār en Fatāwā ʿĀlamgīrī waar de regel wordt bevestigd dat spreken tijdens de Azān een onderbreking vormt, waardoor de Azān opnieuw moet worden verricht.

3. Hoe de fuqahāʾ dit uitleggen

De vier punten zijn klassieke fiqh‑uitleg, gebaseerd op:

  1. De aard van Azān: In Hidāyah, Durr‑e‑Mukhtār en ʿĀlamgīrī wordt Azān beschreven als een Sunnat‑e‑Muʾakkadah die waardigheid, continuïteit en concentratie vereist.
  2. Onderbreking van continuïteit: De fuqahāʾ leggen uit dat spreken een fasl (onderbreking) is, waardoor de handeling niet meer één geheel
  3. Herhaling verplicht: Op basis van Ṣaghīrī en de commentaren van Ibn ʿĀbidīn in Radd‑ul‑Muḥtār moet de Azān volledig opnieuw worden verricht.
  4. Zelfs bij korte of onbedoelde onderbreking: Dit volgt uit de fiqh‑regel dat een fasl ghayr munāsib (niet‑passende onderbreking) de handeling ongeldig maakt.

Regelgeving: Het uitvoeren van een melodie in de Azān is ḥarām — dat wil zeggen: de woorden zingen zoals een lied. Eveneens is het ḥarām om de woorden van de Azān te veranderen vanwege melodie, zoals:

  • het woord Allāh veranderen in Aallah,
  • het woord Akbar veranderen in Aakbar of Akbaar,

of elke andere vervorming van de uitgesproken woorden. Het is echter beter om de Azān te geven met een zoete, scherpe en heldere stem. (Hindiyyah, Durr‑e‑Mukhtār, Radd‑ul‑Muḥtār)

Regelgeving: Als de Azān rustig wordt genoemd dan moet hij opnieuw worden genoemd en de eerste Jamaat is niet de Jamaat-e-Ūlā (hoofdjamaat). (Qāḍī Khan)

Korte fiqh‑uitleg (klassiek)

  1. Melodie in Azān is ḥarām

De fuqahāʾ leggen uit dat:

  • De Azān een Sunnat‑e‑Muʾakkadah is die waardigheid vereist.
  • Het zingen of melodisch rekken van woorden zoals in liederen de heiligheid van de Azān aantast.
  • Het veranderen van klinkers of medeklinkers door melodie is tahrīf (vervorming), wat ḥarām is.

Dit wordt expliciet vermeld in Fatāwā Hindiyyah, Durr‑e‑Mukhtār en Radd‑ul‑Muḥtār.

waar Ibn ʿĀbidīn streng waarschuwt tegen elke vorm van melodische vervorming.

  1. Verandering van woorden is tahrīf

Voorbeelden zoals:

  • Aallah i.p.v. Allāh,
  • Aakbar / Akbaar i.p.v. Akbar,

zijn verboden, omdat de betekenis wordt aangetast of de uitspraak niet meer overeenkomt met de klassieke Arabische fonetiek.

  1. Zoete stem is mustaḥabb

De klassieke boeken vermelden dat:

  • Een mooie, heldere, krachtige stem
  • zonder melodische vervorming
  • mustaḥabb is voor de Muʾazzin.

Dit is gebaseerd op de Sunnah: de Profeet ﷺ prees Muʾazzin met een heldere en luide stem, maar verbood melodie.

Regelgeving: De Azān moet worden uitgeroepen in een minaret of buiten de moskee. Het is niet toegestaan om de Azān binnen in de moskee (in de Jamaat‑hal) te doen. (Khulāṣa, ʿĀlamgīrī, Qāḍī Khan)

Korte fiqh‑uitleg (klassiek)

De klassieke bronnen leggen uit dat:

  • De Azān is bedoeld als een openlijke aankondiging voor de gehele gemeenschap.
  • Daarom moet zij buiten worden verricht, zodat de stem ver reikt.
  • De minaret is de traditionele plaats, omdat deze hoger is en de stem verder draagt.
  • De Jamaat‑hal is uitsluitend voor het verrichten van het gebed, niet voor de publieke oproep.

Imām al‑Hindī vermeldt in ʿĀlamgīrī dat de Azān:

يُكْرَهُ فِي الْمَسْجِدِ وَيُؤَذَّنُ فِي الْمَنَارَةِ

[Yukrahu fīl‑masjid wa yuʾdhanu fīl‑manāra].

(Het is afkeurenswaardig in de moskee, en de Azān behoort in de minaret te worden verricht).

4. Het antwoord op Azān

De klassieke fiqh‑uitleg over het antwoord op de Azān, volledig volgens de Ḥanafī‑madhhab en precies in de stijl van de bronnen die jij gebruikt (Durr‑e‑Mukhtār, Radd‑ul‑Muḥtār, Hidāyah, ʿĀlamgīrī, ḍī Khan, enz.). Allemaal bevestigen dat het antwoord op de Azān mustaḥabb is en dat de formules hieronder Sunnah zijn.

5. Het antwoord op de Azān (al‑Jawāb ʿalā al‑Adhān)

Het antwoord geven op de Azān is mustaḥabb (sterk aanbevolen). De persoon die de Azān hoort, zegt woord voor woord hetzelfde als de Muʾazzin, behalve op twee plaatsen: bij

حَيَّ عَلَى الصَّلَاةِ

[Ḥayya ʿalaṣ‑Ṣalāh]. (Kom naar het gebed)en

حَيَّ عَلَى الْفَلَاحِ

[Ḥayya ʿalal‑Falāḥ]. (Kom naar het succes).

Men zegt niet dezelfde woorden. In plaats daarvan zegt men:

لَا حَوْلَ وَلَا قُوَّةَ إِلَّا بِاللّٰهِ

[Lā ḥawla wa lā quwwata illā billāh]. (Er is geen macht en geen kracht behalve (door) Allāh). Dit is de Sunnah‑reactie volgens de Ḥanafī‑madhhab.

الصَّلَاةُ خَيْرٌ مِنَ النَّوْمِ

[Aṣ‑ṣalātu khayrun mina n‑nawm]

(Het gebed is beter dan de slaap) alleen in Fajr‑Azān.

Men antwoordt:

صَدَقْتَ وَبَرَرْتَ

[Ṣadaqta wa bararta]

(Je hebt de waarheid gesproken en juist gehandeld).

  1. Bij “Allāhu Akbar” en “Lā ilāha illAllāh”

Men herhaalt exact dezelfde woorden:

اللّٰهُ أَكْبَرُ

لَا إِلٰهَ إِلَّا اللّٰهُ

  1. Na het beëindigen van de Azān

Men reciteert de bekende du’ā:

اللّٰهُمَّ رَبَّ هٰذِهِ الدَّعْوَةِ التَّامَّةِ…

[Allāhumma Rabba hādhihid‑daʿwatit‑tāmmati…]

(O Allāh, Heer van deze volmaakte oproep …)

Deze du’ā is Sunnah en wordt vermeld in alle grote fiqh‑werken.

6. Stop alle activiteiten terwijl de Azān wordt geroepen

Regelgeving: Een junub moet ook antwoorden op de Azān. Het is geen wājib voor een vrouw die ongesteld is of nog steeds bloedt na de bevalling, of voor iemand die naar de khuṭbah luistert, of voor iemand die de janāzah‑ṣalāh verricht, of voor iemand die zich bezighoudt met geslachtsgemeenschap, of voor iemand die zich in het toilet bevindt, om te antwoorden op de Azān.

Korte fiqh‑toelichting (klassiek)

  • Junub → verplicht om te antwoorden (mustaḥabb, niet wājib).
  • Ḥāʾiḍ / Nufasāʾ → geen verplichting.
  • Luisteraar van khuṭbah → geen verplichting.
  • Bidder van janāzah → geen verplichting.
  • Persoon tijdens geslachtsgemeenschap → geen verplichting.
  • Persoon in het toilet → geen verplichting.

Regelgeving: Terwijl de Azān wordt geroepen, moeten alle gesprekken, begroetingen en het beantwoorden van begroetingen worden gestopt. Ook alle andere bezigheden moeten worden gestaakt. Zelfs het reciteren van de Koran moet worden onderbroken wanneer het geluid van de Azān wordt gehoord; men moet luisteren en antwoorden. Dezelfde regelgeving geldt voor de Iqāmat (Durr‑e‑Mukhtār, ʿĀlamgīrī).

Degenen die blijven doorgaan met chit‑chat tijdens de Azān, hun dood zal slecht zijn (Ma’āzAllāh). (Fatāwā‑e‑Razviyya).

Korte fiqh‑toelichting (klassiek)

  • Azān is een Sharīʿah van de Dīn; daarom moet men stoppen met spreken en luisteren.
  • Het reciteren van Qurʾān wordt tijdelijk onderbroken.
  • Begroeten en antwoord op salām worden niet gegeven tijdens de Azān.
  • De Iqāmat heeft dezelfde regelgeving.
  • Onnodig praten tijdens Azān wordt in Fatāwā‑e‑Razviyya zeer streng veroordeeld.

Regelgeving: Als iemand loopt en het geluid van de Azān hoort, moet hij stoppen, luisteren en antwoorden. (ʿĀlamgīrī, Bazāziyya)

Korte fiqh‑toelichting (klassiek)

De fuqahāʾ leggen uit dat:

  • Het horen van de Azān verplicht tot luisteren (istimāʿ).
  • Daarom moet men stoppen met lopen om de Azān te respecteren.
  • Daarna geeft men het Sunnah‑antwoord op elke zin van de Azān.
  • Deze adāb is vermeld in Fatāwā ʿĀlamgīrī en Bazāziyya.