1 Deze les bevat korte uitspraken en hadīth die morele en spirituele lessen bieden:

  1. Allāh kijkt niet naar jullie uiterlijk of rijkdom, maar naar jullie harten en daden.
  2. Na het overlijden van een mens stoppen zijn daden, behalve drie zaken:
    • Doorlopende liefdadigheid (sadaqāh jāriyah)
    • Kennis waar anderen baat bij hebben
    • Een rechtschapen kind dat voor hem bidt
  3. Wie zelfs een korrel arrogantie in zijn hart heeft, zal het Paradijs niet betreden.
  4. Herinnering aan de dood versterkt het geloof en zuivert de ziel.
  5. Geduld en vertrouwen op Allāh zijn sleutels tot verlichting.
  6. Iemand die anderen helpt en goede daden verricht, is het dichtst bij Allāh.
  7. Wie zijn ouders respecteert en voor hen bidt, ontvangt zegeningen.
  8. Wie zijn tong bewaakt en geen roddel verspreidt, wordt als wijs beschouwd.
  9. Allāh accepteert geen gebed zonder oprechtheid, zelfs als het uiterlijk goed lijkt.
  10. Wie Allāh dankt en tevreden is met zijn lot, ontvangt overvloed en bescherming.
  11. Wanneer zonden toenemen, toont Allāh zijn woede en beeft de Troon.
  12. Wie de Qur’ān respecteert, ontvangt veiligheid en hulp in het hiernamaals.
  13. Wie de Qur’ān achteloos reciteert, mist de spirituele kracht ervan.

2 Smeekbeden na het gebed

Na het gebed wordt aanbevolen:

3× Istighfār: أَسْتَغْفِرُ اللَّهَ الَّذِي لَا إِلَهَ إِلَّا هُوَ الْحَيُّ الْقَيُّومُ وَأَتُوبُ إِلَيْهِ

“Astaghfirullah alladhī lā ilāha illā Huwa al-Hayyul-Qayyoum wa atūbu ilayh.”

  • 1× Āyat al-Kursī
  • 1× Sūrat al-Ikhlās, al-Falaq, en al-Nās
  • 33× SubhānAllāh
    33× Alhamdulillāh
    34× Allāhu Akbar

1×: لَا إِلَهَ إِلَّا اللهُ وَحْدَهُ لَا شَرِيكَ لَهُ، لَهُ الْمُلْكُ وَلَهُ الْحَمْدُ، وَهُوَ عَلَى كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ

“Lā ilāha illā Allāh waḥdahu lā sharīka lah, lahul-mulku wa lahul-ḥamdu wa huwa ʿalā kulli shayʾin qadīr.”

3 Extra smeekbeden

بِسْمِ اللهِ الَّذِي لَا إِلَهَ إِلَّا هُوَ الرَّحْمَنُ الرَّحِيمُ
“Bismillāh alladhī lā ilāha illā huwa al-Raḥmān al-Raḥīm.”

وَآخِرُ دَعْوَانَا أَنِ الْحَمْدُ للهِ رَبِّ الْعَالَمِينَ
وَصَلَّى اللهُ تَعَالَى عَلَى سَيِّدِنَا وَمَوْلَانَا مُحَمَّدٍ وَآلِهِ وَصَحْبِهِ وَابْنِهِ وَحِزْبِهِ أَجْمَعِينَ
بِرَحْمَتِكَ يَا أَرْحَمَ الرَّاحِمِينَ

  • “Allāhumma adhhib ʿannī al-hamma wa al-ḥuzn.”
  • Afsluiting: “Alḥamdulillāhi Rabbil ʿĀlamīn. Wa ṣallāAllāhu Taʿālā ʿalā Sayyidinā Muḥammad wa ālihi wa aṣḥābihi ajmain.”