1 Inleiding

In deze les leert de student de islamitische regels en adāb rondom rouw (ḥidād), huilen en emotionele uitingen na het overlijden van een dierbare. De student krijgt inzicht in wat voor vrouwen tijdens de rouwperiode verboden is, welke gedragingen door de Profeet ﷺ zijn aangemerkt als handelingen die tegen het geloof ingaan, en waarom bepaalde pre‑islamitische rouwgewoonten strikt verboden zijn. Daarnaast leert de student welke vormen van verdriet wél toegestaan zijn, welke uitspraken van de Profeet ﷺ hierover bestaan, en in welke gevallen het huilen van familieleden een negatieve invloed heeft op de overledene. Deze les vormt een essentieel onderdeel van de fiqh‑regels rondom overlijden en rouw.

2 Rouwen

Vrouwen worden geacht alle vormen van pracht en praal te vermijden als teken van ḥidād (rouw) voor hun mannen, kinderen en (bloed-)verwanten. Dit weerspreekt niet de aanbeveling voor geduld zolang de rouwperiode van drie dagen voor haar kinderen of (bloed-)verwanten en vier maanden en tien dagen voor haar man verstreken is.

Ḥazrat Umm ʿAtiyyah (raḍiyAllāhu ʿanha) zei: “Wij werden verboden te rouwen voor meer dan drie dagen voor een dode persoon, behalve voor een echtgenoot waarbij in dit geval de vrouw gedurende vier maanden en tien dagen niet toegestaan was mascara voor de ogen te zetten, parfum te gebruiken, gekleurde kleding te dragen behalve ʿasab‑kleding. Het was voor ons zelfs verboden om aan het eind van de menstruatietijd, na een bad, een klein beetje geur op te zetten.” Ṣaḥīḥ Bukhārī, Ṣaḥīḥ Muslim

3 Huilen

De Heilige Profeet Mohammed ﷺ heeft huilen en krijsen strikt verboden voor rouwklaag(st)ers. Vervolgens identificeert hij zulke praktijken als handelingen van kufr (ongeloof), omdat de ontevredenheid indiceert wat Allāh heeft bevolen. Imān (geloof) omvat het geloof dat Allāh de bron is van al het goede en dat al Zijn handelingen wijs zijn. Juiste vorm van Imān zal nooit toestaan zulke handelingen te verrichten.

Ḥazrat Abu Hurayrah (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalt dat de Profeet Mohammed ﷺ zei: “Er zijn twee praktijken gevonden onder mijn mensen, beide indiceren ongeloof: (1) bespottelijk maken van afkomst (van anderen) en (2) huilen om een overleden persoon.” Ṣaḥīḥ Muslim

“Onverkort, de overleden personen worden in het graf gestraft vanwege het huilen van hun familie (om hen).” Ṣaḥīḥ Bukhārī, Ṣaḥīḥ Muslim

Ḥazrat al‑Mughīrah (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalt dat de nobele Profeet Mohammed ﷺ zei: “De dode om wie gehuild wordt, wordt gepijnigd omwille van het huilen.” Ṣaḥīḥ Bukhārī

Ḥazrat ʿAbdullāh (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalt dat de nobele Profeet Mohammed ﷺ zei: “Hij die op de kaken (gezicht) slaat, kleding verscheurt en de tradities volgt van de Dag der Veronachtzaming behoort niet tot ons (zijn volgelingen).” Ṣaḥīḥ Bukhārī

De dode zal in twee gevallen lijden onder het gehuil van de (bloed-)verwanten:

  • wanneer de overleden persoon had gevraagd om huilen op zijn dood;
  • als de overleden persoon wist dat huilen een gewoonte was van zijn (bloed-)verwanten en hen niet had verboden om op zijn dood te huilen.

4 Slaan op de kaken (gezicht) en verscheuren van kleding

In de tijd waarin de nobele Profeet Mohammed ﷺ de Islam verkondigde, was de dagelijkse praktijk voor vrouwen in de rouw in Arabië om op hun kaken te slaan, te krabben en hun kleding te verscheuren. Deze handelingen werden strikt verboden evenals gelijksoortige praktijken die zelf bestraffing impliceren en het vernietigen van materieel vermogen. Deze praktijken verhogen de pijn en verdriet die de dood vergezellen, terwijl Islam juist deze handelingen wil verkleinen.

Ḥazrat Ibn Masʿūd (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de nobele Profeet Mohammed ﷺ zei: “Degene die op zijn gezicht slaat, kleding verscheurt of (anderen) uitnodigt (aanspoort) tot een anti‑islamitische slagzin, is niet van ons (behoort niet tot zijn volgelingen).” Ṣaḥīḥ Bukhārī, Ṣaḥīḥ Muslim

5 Het hoofd scheren of onverzorgd haar

In Islam zijn vrouwen gevraagd om verschillende vormen van pracht en praal te vermijden met de bedoeling onaantrekkelijk te zijn voor andere mannen gedurende hun rouwperiode, omdat het huwen gedurende deze periode verboden is. De reden voor het verbod gedurende de rouwperiode komt voort uit handelingen die geassocieerd kunnen worden met pre‑islamitische concepten. Ṣaḥīḥ Bukhārī, Ṣaḥīḥ Muslim