1. Inleiding uit Ihya Uloom-ud-Dīn
De geschiedenis van de Azān – de islamitische gebedsoproep – laat zien hoe deze vijf keer per dag vanuit moskeeën over de hele wereld wordt verkondigd om Allāh Ta’ālā te prijzen en Zijn Gebod aan de mensheid bekend te maken. Hij is immers de Schepper van alles, nog vóór er iets of iemand in het universum bestond. Alleen Allāh Ta’ālā bestond, en vervolgens schiep Hij alle dingen en levende wezens, één voor één of ineens, overeenkomstig Zijn Wens, Zijn Wil en Zijn Goddelijk Plan.
وَإِذَا نَادَيْتُمْ إِلَى ٱلصَّلاَةِ ٱتَّخَذُوهَا هُزُواً وَلَعِباً ذٰلِكَ بِأَنَّهُمْ قَوْمٌ لاَّ يَعْقِلُونَ
(En zij die, wanneer gij tot het gebed roept het tot spotternij en spel maken. Dit komt doordat zij een volk zijn dat niet begrijpt). Surah al-Māʾidah (de tafel), H5, vers 58
2. Uitmuntendheid van Azān volgens Imām al-Ghazālī (raḍiyAllāhu ʿanhu)
De Profeet Mohammed ﷺ zei: Drie personen zullen op de Dag des Oordeels op de berg van zwarte muskus verblijven. Zij zullen geen angst hebben voor verantwoording, en zij zullen geen vrees kennen totdat zij volledig bevrijd zijn van alles wat de mensen om hen heen treft. Het gaat om:
-
Degene die de Heilige Qur’ān reciteert uitsluitend om het welbehagen van Allāh Ta’ālā te zoeken, en die het gebed leidt van mensen die tevreden met hem zijn.
-
Degene die de Azān uitroept in de moskee om het plezier van Allāh Ta’ālā te verkrijgen, en die de mensen oproept tot Zijn Weg.
-
Degene die beproevingen ondervindt in zijn levensonderhoud, maar desondanks de daden van het Hiernamaals niet opgeeft terwijl hij zijn wereldse middelen zoekt.
De Profeet Mohammed ﷺ zei: Wanneer een mens, een djinn of welk schepsel dan ook de Azān van een Muʾazzin hoort, zal hij op de Dag van de Opstanding voor hem getuigen.
De Profeet Mohammed ﷺ zei verder: De Hand van de Barmhartige blijft op het hoofd van een Muʾazzin totdat hij zijn Azān voltooit.
Allāh Ta’ālā zegt: “Wie is beter in het verkondigen dan hij die tot Allāh roept en goede daden verricht?” Dit vers werd geopenbaard met betrekking tot de Muʾazzin.
De Profeet Mohammed ﷺ zei: “Wanneer je de Azān hoort, antwoord dan op wat de Muʾazzin zegt.” Zeg, wanneer hij reciteert: حَيَّ عَلَى الصَّلَاة (Hayya ʿalaṣ‑Ṣalāh). (Er is geen macht en geen kracht behalve door Allāh Ta’ālā).
Wanneer hij zegt: “Het gebed is begonnen”, zeg dan: “Moge Allāh Ta’ālā het gebed vestigen en de tong van de Muʾazzin behouden zolang de hemel en de aarde bestaan.”
Wanneer tijdens het Fajr‑gebed wordt gereciteerd: “Het gebed is beter dan slaap”, zeg dan: “U hebt de waarheid gesproken, u hebt goed gesproken en u hebt vermaning gegeven.”
En wanneer de Azān voltooid is, zeg:
اللَّهُمَّ رَبَّ هَذِهِ الدَّعْوَةِ التَّامَّةِ، وَالصَّلَاةِ الْقَائِمَةِ، آتِ مُحَمَّدًا الْوَسِيلَةَ وَالْفَضِيلَةَ، وَابْعَثْهُ مَقَامًا مَحْمُودًا الَّذِي وَعَدْتَهُ
[Allāhumma Rabba hādhihid‑daʿwatit‑tāmmati, waṣ‑ṣalāti al‑qāʾimati, āti Muḥammadan al‑wasīlata wal‑faḍīlata, wabʿath‑hu maqāman maḥmūdan alladhī waʿadtah].
(O Allāh Ta’ālā, Heer van deze volmaakte oproep en dit altijd levende gebed, schenk Mohammed ﷺ rang, middelen en eer, en verhef hem tot de verhevenheid die U hem hebt beloofd.)
3. De beloning van Azān
In de aḥādīth staat vermeld dat er een grote beloning is voor het uitroepen van de Azān. In één Hadith heeft de Heilige Profeet Mohammed ﷺ gezegd: “Als de mensen zouden weten hoeveel beloning er is voor het uitroepen van de Azān, dan zouden zij elkaar bevechten met zwaarden om deze eer te verkrijgen.” (Riwāʾ al‑Ḥamd)
Regelgeving (Ḥukm): Azān is een vastgestelde regelgeving in de islam. Dit betekent dat wanneer binnen een stad, plaats of dorp de mensen ophouden met het uitroepen van de Azān, de koning of de islamitische overheid hen kan verplichten om de Azān opnieuw te laten uitroepen.
En als zij niet meewerken, dan kan de Qāḍī (rechter) bevelen dat zij streng gestraft worden volgens de klassieke rechtsprincipes — omdat het volledig stopzetten van de Azān wordt beschouwd als het afschaffen van een zichtbaar symbool (Sharīʿah) van de Dīn.
Juridische toelichting: De fuqahāʾ bedoelen hiermee niet dat individuen worden geëxecuteerd omdat zij persoonlijk geen Azān zeggen. Het gaat om een collectieve overtreding: wanneer een gemeenschap als geheel een essentieel zichtbaar teken van de islam afschaft. In dat geval wordt de gemeenschap juridisch behandeld als een groep die een fundamenteel onderdeel van de religie verlaat.