Inleiding
De Ḥajj volgt een vaste, door de Sharīʿah bepaalde volgorde waarin elke handeling een specifieke betekenis en doel heeft. Een correcte uitvoering begint al vóór de reis, namelijk bij de Mīqāt: de grenzen waar de pelgrim verplicht is de staat van ihrām binnen te gaan. Het begrijpen van deze regels is essentieel, omdat een foutieve intentie of te late ihrām de geldigheid van de Ḥajj kan beïnvloeden. In deze les worden de volledige procedure van de Ḥajj en de belangrijkste voorschriften van de Mīqāt helder en systematisch uiteengezet.
De Ḥajj wordt pas verplicht (farḍ) wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Voorbereiding bij het naderen van de Mīqāt
Wanneer de pelgrim de Heilige Stad Mekka nadert en de mīqāt‑grens bereikt, dient hij zich in een staat van rituele reinheid te bevinden. Dit omvat:
- het verrichten van wudu’ en ghusl;
- het aanbrengen van toegestane zoete parfum vóór het aannemen van de ihrām;
- het aantrekken van de ihrām‑kleding;
- het verrichten van twee rakʿāt nafl‑gebed met de niyyah van ihrām.
Na het gebed reciteert de pelgrim de volgende du’ā:
اللَّهُمَّ إِنِّي أُرِيدُ الحَجَّ فَيَسِّرْ لِي وَتَقَبَّلْ مِنِّي
Allāhumma innī urīdu’l‑ḥajja fa‑yassir lī wa‑taqabbal minnī.
Vertaling: O Allah! Ik wens de Hadj te verrichten; maak het mij gemakkelijk en accepteer het van mij. Ik heb de niyyah gemaakt voor de Hadj en heb de ihrām uitsluitend voor Allāh Ta’ālā aangenomen.
Hierna reciteert de pelgrim de talbiyah met luide stem, ten minste driemaal achter elkaar:
لَبَّيْكَ اللَّهُمَّ لَبَّيْكَ، لَبَّيْكَ لَا شَرِيكَ لَكَ لَبَّيْكَ، إِنَّ الْحَمْدَ وَالنِّعْمَةَ لَكَ وَالْمُلْكَ، لَا شَرِيكَ لَكَ
Labbayka Allāhumma labbayk, Labbayka lā sharīka laka labbayk, Inna’l‑ḥamda wa’n‑niʿmata laka wa’l‑mulk, Lā sharīka lak.
Vanaf dit moment bevindt de pelgrim zich in de staat van ihrām en zijn de bijbehorende voorschriften van kracht.
Betekenis en functie van de Mīqāt
Het woord mīqāt betekent letterlijk “een aangewezen plaats”. In de islamitische sharia verwijst het naar de geografische grens waarbuiten het verboden is om de heilige gebieden van Mekka te betreden zonder ihrām. Zowel voor de Hadj als voor de ʿUmrah geldt dat iedere pelgrim vóór het bereiken van de mīqāt de ihrām moet aannemen.
De mīqāt‑punten zijn door de Profeet Mohammed ﷺ vastgesteld en vormen vaste grenzen voor pelgrims die uit verschillende windrichtingen en landen komen. In totaal zijn er vijf mīqāt‑locaties.
- De vijf Mīqāt‑punten
- Dhāt ʿIrq (ook: Zāt ʿIrq)
- Bestemd voor pelgrims uit Irak, Iran en degenen die dezelfde route volgen.
- Gelegen op 94 km ten noordoosten van Mekka.
- De locatie omvat drie sub punten: Maslak, ʿUmrah en Dhāt ʿIrq; het aannemen van ihrām bij elk van deze is geldig.
- Deze mīqāt wordt ook wel Dhāt Irq genoemd.
- Yalamlam
- Mīqāt voor pelgrims uit Jemen en degenen die via dezelfde zuidelijke route reizen.
- Gelegen op 92 km ten zuidoosten van Mekka.
- Wordt tevens gebruikt door pelgrims uit India, Pakistan, China en diverse Centraal‑Aziatische landen.
- Dhū’l‑Ḥulayfa (ook: Ābār ʿAlī)
- Mīqāt voor pelgrims die vanuit Medina naar Mekka reizen.
- Gelegen op 9 km van Medina en ongeveer 450 km van Mekka.
- Alle pelgrims die via Medina reizen, dienen hier de ihrām aan te nemen.
- De uitbreiding van de moskee heeft geen invloed op de geldigheid van de mīqāt‑grens.
- Juhfah
- Gelegen op 183 km ten noordwesten van Mekka.
- Bestemd voor pelgrims uit Syrië, Egypte, Jordanië, Afrika en andere landen die deze route volgen.
- Pelgrims die via deze corridor reizen, moeten vóór Juhfah de ihrām aannemen.
- Qarn al‑Manāzil
- Mīqāt voor pelgrims uit de regio Nadjd.
- Gelegen op 94 km ten oosten van Mekka, nabij de vallei van Ta’if.
- Pelgrims die deze route volgen, moeten hier de ihrām aannemen voordat zij het heilige gebied (ḥaram) betreden.
Samenvattende academische duiding
De mīqāt‑punten vormen een essentieel onderdeel van de juridische structuur van de Hadj en ʿUmrah. Zij markeren de overgang van de gewone staat naar de rituele staat van ihrām, waarin de pelgrim zich volledig wijdt aan de spirituele reis naar het Huis van Allāh Ta’ālā. Het niet naleven van de mīqāt‑regels leidt tot juridische consequenties binnen de fiqh, waaronder de verplichting tot het brengen van een dam (compensatie‑offer).
Wonen binnen de grenzen van de Mīqāt
Wanneer een persoon binnen de grenzen van een mīqāt woont—dat wil zeggen: binnen het gebied dat als Hill of Haram wordt beschouwd—dan gelden voor hem andere regels dan voor pelgrims die van buiten de mīqāt komen.
Korte, directe uitleg over Hill: In Mekka bestaat het begrip Hill (حِلّ), maar het is géén specifieke heuvel of gebouw. Het is een juridische zone rondom de Ḥaram van Mekka.
Wat betekent Hill in Mekka?
In de fiqh (met name bij de ḥajj en ‘umrah) wordt Mekka verdeeld in twee zones:
-
- Ḥaram‑gebied → het heilige, afgebakende gebied waar bepaalde regels gelden (zoals verbod op jagen, bomen kappen, enz.).
- Hill‑gebied → het gebied buiten de Ḥaram maar binnen de grenzen van de Miqāt.
Hill betekent letterlijk: toegestane zone. Het is dus een regio, geen specifieke plek.
Waar ligt het Hill‑gebied?
Het Hill‑gebied omvat o.a.:
-
- Tan‘īm (waar Masjid ‘Ā’ishah staat)
- Ji‘rānah
- Al‑Hudaybiyah
- Gebieden tussen de Ḥaram‑grens en de Miqāt‑grenzen
Deze plaatsen worden gebruikt door pelgrims die iḥrām willen aannemen voor ‘umrah zonder de Miqāt te verlaten.
Waarom is Hill belangrijk?
Voor iemand die in Mekka verblijft en een nieuwe ‘umrah wil doen:
-
- Je mag geen iḥrām aannemen binnen de Ḥaram.
- Je moet naar Hill gaan, zoals Tan‘īm, om daar iḥrām aan te nemen.
Daarom zeggen mensen vaak: “Ga naar Hill om iḥrām te nemen.”
Fiqh‑kader (Hanafi)
Volgens de Hanafi‑madhhab:
-
- Een inwoner van Mekka die ‘umrah wil doen, moet naar Hill.
- Iḥrām aannemen binnen de Ḥaram is niet geldig voor ‘umrah.
- De regel volgens de klassieke fiqh
Wie binnen de mīqāt woont, mag de ihrām aannemen vanuit zijn eigen woning wanneer hij de intentie heeft om de Hadj of ʿUmrah te verrichten.
Dit is gebaseerd op de uitspraak van de Profeet ﷺ: “En wie zich binnen deze grenzen bevindt, neemt de ihrām aan vanuit zijn eigen woonplaats.” (Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī)
Dit geldt voor inwoners van:
- Mekka (met specifieke regels voor ʿUmrah),
- de omliggende dorpen binnen de mīqāt‑cirkel,
- inwoners van Saoedi‑Arabië die binnen één van de mīqāt‑zones wonen.
Met andere woorden: zij hoeven niet naar een mīqāt‑punt te reizen, maar beginnen hun ihrām vanuit huis.
- De ihrām‑kleding
De ihrām bestaat uit twee opgenaaide doeken:
- De onderste doek (izār)
- In de volksmond bekend als tahband of tahmad.
- Dit is een lang, ongestikt stuk stof dat om het middel wordt gewikkeld.
- Het moet stevig worden gedragen zodat het lichaam bedekt van de navel tot onder de knieën.
- De bovenste doek (ridā’)
- Een tweede stuk stof, vaak aangeduid als chadar.
- Deze wordt om de schouders geslagen en moet beide schouders, de borst en de rug volledig bedekken.
- Tijdens bepaalde rituelen (zoals ṭawāf) wordt één schouder tijdelijk ontbloot volgens de sunnah (iḍṭibāʿ), maar dit geldt niet voor de gehele periode van ihrām.
Belangrijk
- De doeken moeten ongestikt zijn; dit betekent niet dat er geen naden mogen bestaan, maar dat het geen kledingstuk mag zijn dat om het lichaam is gevormd.
- De ihrām is een staat, niet slechts een kledingstuk; de kleding is slechts de uiterlijke manifestatie ervan.
Samenvattende duiding
Voor inwoners binnen de mīqāt‑grenzen geldt dat de woonplaats zelf fungeert als mīqāt. De verplichting om de ihrām vóór de mīqāt aan te nemen blijft bestaan, maar de geografische grens ligt voor hen reeds voorbij hun eigen woning. Hierdoor is het aannemen van de ihrām vanuit huis volledig rechtsgeldig en in overeenstemming met de profetische richtlijnen.