Allāmah prof. dr. Fazlur Raḥmān Anṣārī (ʿAlayhir Raḥmah) verklaarde in zijn toespraak dat de Ḥajj (de bedevaart naar Mekka) een van de fundamentele pijlers van de Islam vormt. Honderdduizenden moslims van uiteenlopende nationaliteiten en achtergronden, afkomstig uit alle lagen van de bevolking, begeven zich vanuit alle werelddelen naar de centrale moskee en het oudste huis van aanbidding ter wereld: de Kaʿbah. Deze viering en dit schouwspel zijn uniek in de geschiedenis van de mensheid; zij worden jaarlijks herhaald en bestaan reeds meer dan dertien (veertien) eeuwen. Iedere nauwgezette en vrome moslim en moslima koestert de wens om de zegeningen van de Ḥajj ten minste eenmaal in het leven te verwerven. Eenieder die over de middelen beschikt en het vereiste religieuze bewustzijn bezit, streeft ernaar het heilige bedevaartsoord te bereiken, ondanks de toenemende obstakels en moeilijkheden die de pelgrim op zijn weg kan tegenkomen. In landen waar beperkingen op Ḥajj‑reizen en deviezen bestaan of niet in aanvaardbare vorm aanwezig zijn, zijn er toch personen die deze deugd jaarlijks weten te vervullen.

Spirituele elevatie

De Ḥajj is primair een devotionele instelling en vormt als zodanig het hoogtepunt van de islamitische toewijding aan Allāh Ta’ālā in een ceremoniële context. Slogans, symbolen en rituelen hebben altijd een rol gespeeld in het religieuze en niet‑religieuze leven van de mens, ongeacht wat de ongodsdienstige daar tegenwoordig van moge denken. Deze elementen zijn echter nooit een doel op zichzelf; hun waarde en effectiviteit hangen steeds af van de onderliggende ideeën en concepten. Zij kunnen de uitdrukking zijn van zinloze grillen en mythische voorstellingen, maar ook de vertegenwoordigers van ware, verheven en nobele idealen.

Hoewel symbolen, rituelen en slogans ook in de Islam aanwezig zijn, onderscheiden zij zich door hun rationele en verheven karakter, in contrast met de irrationele of zelfs vernederende rituelen van andere religies. Als spirituele en ceremoniële praktijk dient de Ḥajj in dit licht te worden begrepen. Elke handeling die de pelgrim tijdens de Ḥajj verricht, is rijk aan betekenis en draagt de verwezenlijking van een welomschreven spirituele aspiratie in zich. Wanneer de pelgrim de Kaʿbah omcirkelt in het voorgeschreven aantal tawāf, met onbedekt hoofd en gehuld in een naadloos, ongestikt gewaad, en als een verliefde minnaar geabsorbeerd is in de contemplatie van zijn Geliefde en Schepper, toont hij zijn opgang van het collectieve niveau van het menselijk bestaan naar een hogere staat van spirituele verheffing, waarin hij zich bevestigt in zijn relatie tot Allāh. Dit geldt evenzeer voor de overige rituelen.

De Heilige Profeet Mohammed ﷺ heeft gewezen op het immense belang van de Ḥajj voor spirituele hervorming en transformatie. Alleen degenen die de Ḥajj verrichten met wijsheid, eer, geweten en inzicht in de vereiste geestelijke inspanning, verkrijgen de spirituele voordelen in volle omvang. De Ḥajj is een mijlpaal in het islamitische spirituele leven en dient als zodanig te worden beschouwd.

Bevestiging van menselijke gelijkheid en broederschap

De Islam is geen “persoonlijke religie” in de zin waarin sommige zielenheil‑tradities dat begrijpen. Het is een religie die de gehele samenleving omvat. Haar functie is de hervorming, omvorming en opbouw van zowel het individu als het sociale geheel. Zelfs de zuiver religieuze instellingen van de Islam hebben duidelijke maatschappelijke implicaties en functies. Een voorbeeld is het gebed (namāz), dat wellicht de meest persoonlijke en private religieuze handeling lijkt. In de Islam heeft het gebed echter een maatschappelijke functie die even nadrukkelijk is als de spirituele. De moskee is de enige plaats ter wereld waar het ideaal van broederschap daadwerkelijk en praktisch wordt gerealiseerd, doordat alle onderscheid naar kaste, ras, rang en kleur wordt opgeheven. Deze bevestiging van menselijke gelijkheid wordt de moslim vijfmaal daags opgelegd.

De Islam beperkt de praktische verwezenlijking van broederschap niet, maar breidt deze juist uit: van de dagelijkse lokale gebeden tot de grotere vrijdagcongregatie, van de stadsgemeenschap tot de wereldgemeenschap in Mekka tijdens de Ḥajj. Zo wordt de reikwijdte van deze bevestiging geleidelijk vergroot, totdat de moslimgemeenschap bereikt wat voor andere samenlevingen onmogelijk is gebleken: volmaakte menselijke gelijkheid en broederschap. De kritische oriëntalist Snouck Hurgronje merkte hierover op: “Has indeed been approached by Islam more nearly than any other religion; for the League of Nations founded on the basis of Muhammad’s religion takes the principle of the equality of all human races so seriously as to put other communities to shame.” The Ideal of a League of Human Races.

De praktische uitvoering van de Ḥajj

Iedere economisch draagkrachtige moslim is verplicht de Ḥajj te verrichten. In 2004/2005 reisden ruim 4,5 miljoen moslims naar Mekka in Saoedi‑Arabië, een historisch hoog aantal. De Ḥajj is de laatste onvoorwaardelijke verplichting die de moslim ten minste eenmaal in het leven moet vervullen. In Mekka bevindt zich de Kaʿbah, het huis van Allāh Ta’ālā. De pelgrim wordt Haji genoemd. Tijdens de eerste tien dagen van de bedevaart mag de Haji zijn haren en nagels niet knippen en moet hij zich onthouden van alle vormen van onfatsoenlijkheid.

De belangrijkste rituelen in deze periode omvatten: zevenmaal rond de Kaʿbah lopen, zevenmaal snel lopen tussen de heuvels Ṣafāʾ en Marwa, ongeveer vijf kilometer lopen naar Mina, vervolgens negen kilometer verder reizen naar de ʿArafāt vlakte om daar de middag door te brengen en een preek te beluisteren, en daarna terugkeren naar Mekka. Terug in Mekka brengt de Haji een offer ter herinnering aan de Profeet Abraham (ʿalayhis salām) en zijn bereidheid zijn zoon te offeren voor Allāh Ta’ālā. Daarna wordt de Kaʿbah opnieuw bezocht. Na deze tien dagen is de kern van de bedevaart voltooid en reist de Haji naar Medina om de tombe van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ te bezoeken.