1 Inleiding
Nadat een organisatie haar missie, visie en huidige situatie heeft geanalyseerd, ontstaat de vraag welke resultaten zij daadwerkelijk wil bereiken. In het beleidsvormingsproces vormen doelstellingen de verbinding tussen denken en doen. Zij vertalen abstracte ambities naar concrete gewenste uitkomsten. Vanuit beleidskundig perspectief kan een beleidsplan worden gezien als een poging om een bestaande situatie te veranderen in een gewenste situatie. Doelstellingen beschrijven deze gewenste situatie. Zonder doelstellingen is er geen duidelijke richting voor beleidsontwikkeling, geen basis voor besluitvorming en geen mogelijkheid om achteraf vast te stellen of beleid succesvol is geweest.
Strategische doelstellingen behoren daarom tot de kern van ieder beleidsplan. Zij geven antwoord op de vraag: “Welke situatie willen wij in de toekomst realiseren?”
2 De functie van doelstellingen binnen beleidsvorming
Binnen de beleidswetenschap worden doelstellingen beschouwd als de normatieve vertaling van een beleidsprobleem. Nadat is vastgesteld welke situatie ongewenst is, wordt bepaald welke situatie daarvoor in de plaats moet komen.
Stel dat uit een analyse blijkt dat een stichting jaarlijks vrijwilligers verliest. De probleemanalyse beschrijft dan de ongewenste situatie. De doelstelling beschrijft vervolgens de gewenste situatie, bijvoorbeeld een stabiel of groeiend vrijwilligersbestand. Doelstellingen vervullen verschillende functies binnen een beleidsplan. Allereerst hebben zij een richtinggevende functie. Zij geven aan waar de organisatie naartoe wil werken en helpen bij het maken van keuzes. Niet iedere activiteit, investering of samenwerking draagt immers bij aan dezelfde resultaten. Daarnaast hebben doelstellingen een coördinerende functie. Medewerkers, bestuurders en vrijwilligers kunnen hun werkzaamheden op elkaar afstemmen wanneer zij een gemeenschappelijk einddoel nastreven.
Ten slotte hebben doelstellingen een evaluatieve functie. Alleen wanneer vooraf duidelijk is vastgesteld wat men wil bereiken, kan achteraf worden beoordeeld of beleid effectief is geweest.
3 De relatie tussen missie, visie en doelstellingen
Doelstellingen ontstaan niet zelfstandig. Zij zijn afgeleid van de missie en visie van de organisatie. De missie beschrijft waarom de organisatie bestaat. De visie beschrijft welke gewenste toekomst wordt nagestreefd. Strategische doelstellingen vertalen deze toekomstvisie naar concrete resultaten die binnen een bepaalde periode moeten worden gerealiseerd. Er bestaat daarom een hiërarchische relatie tussen deze begrippen.
- De missie vormt het fundament van de organisatie.
- De visie beschrijft het gewenste toekomstbeeld.
De strategische doelstellingen bepalen welke resultaten noodzakelijk zijn om dat toekomstbeeld te verwezenlijken. Wanneer doelstellingen niet aansluiten bij de missie en visie, ontstaat een gebrek aan strategische samenhang. Organisaties kunnen dan wel activiteiten uitvoeren, maar deze dragen niet bij aan hun fundamentele opdracht.
4 Doelstellingen in de beleidstheorie
Binnen de rationele beleidstheorie worden doelstellingen beschouwd als een essentieel onderdeel van doelgericht handelen.
Deze benadering gaat ervan uit dat organisaties:
- een probleem identificeren;
- gewenste resultaten formuleren;
- maatregelen ontwikkelen;
- resultaten evalueren.
Doelstellingen vormen hierbij het referentiepunt voor alle verdere beleidskeuzes. Tegelijkertijd wijzen moderne bestuurskundige theorieën erop dat doelstellingen niet altijd volledig objectief zijn. Verschillende stakeholders kunnen verschillende opvattingen hebben over wat wenselijk is. Een gemeente kan bijvoorbeeld nadruk leggen op kostenbeheersing, terwijl cliënten vooral belang hechten aan kwaliteit van dienstverlening. De uiteindelijke doelstelling vormt vaak een compromis tussen verschillende belangen. Het formuleren van doelstellingen is daardoor niet uitsluitend een technische activiteit, maar ook een bestuurlijk en politiek proces.
5 Soorten doelstellingen
Binnen beleidsplannen worden verschillende niveaus van doelstellingen onderscheiden.
Strategische doelstellingen
Strategische doelstellingen hebben betrekking op de lange termijn. Zij beschrijven de belangrijkste resultaten die een organisatie in meerdere jaren wil realiseren. Voorbeeld: “De stichting wil de digitale zelfredzaamheid van ouderen in de regio substantieel vergroten.” Strategische doelstellingen zijn richtinggevend maar vaak nog relatief abstract.
Tactische doelstellingen
Tactische doelstellingen vertalen de strategie naar concrete aandachtsgebieden. Voorbeeld: “De stichting wil het bereik van haar digitale trainingen verdubbelen binnen drie jaar.” Deze doelstellingen maken de strategie beter bestuurbaar.
Operationele doelstellingen
Operationele doelstellingen hebben betrekking op de dagelijkse uitvoering. Voorbeeld: “In 2027 worden minimaal twintig trainingen georganiseerd voor senioren.” Deze doelstellingen zijn zeer concreet en direct meetbaar. Samen vormen deze drie niveaus een zogenaamde doelhiërarchie. Hogere doelen worden stap voor stap vertaald naar uitvoerbare activiteiten.
SMART-doelstellingen
Een van de bekendste methoden voor het formuleren van doelstellingen is het SMART-principe. Deze methode is gebaseerd op de gedachte dat doelstellingen alleen effectief zijn wanneer zij voldoende concreet zijn geformuleerd.
SMART staat voor:
- Specifiek
- Meetbaar
- Acceptabel
- Realistisch
- Tijdsgebonden
Het belang van SMART-formulering ligt vooral in de bestuurbaarheid van beleid. Wanneer een organisatie als doel formuleert: “Wij willen betere dienstverlening bieden,” blijft onduidelijk wat precies onder verbetering wordt verstaan. Een SMART-geformuleerde doelstelling zou kunnen luiden: “De klanttevredenheid stijgt van 7,1 naar minimaal 8,0 vóór 31 december 2028.” Hierdoor ontstaat duidelijkheid over het gewenste resultaat en kan de voortgang worden gemeten.
Doelstellingen en prestatiemanagement
Binnen modern management wordt steeds meer nadruk gelegd op resultaatgericht werken. Doelstellingen spelen hierbij een centrale rol. Prestatiemanagement richt zich op het sturen van organisaties op basis van beoogde resultaten. Hiervoor worden doelstellingen gekoppeld aan prestatie-indicatoren, ook wel Key Performance Indicators (KPI’s) genoemd. Een doelstelling beschrijft wat men wil bereiken. Een prestatie-indicator beschrijft hoe wordt gemeten of dit daadwerkelijk gebeurt. Wanneer een doelstelling bijvoorbeeld gericht is op het vergroten van vrijwilligersparticipatie, kunnen indicatoren bestaan uit:
- aantal actieve vrijwilligers;
- aantal nieuwe aanmeldingen;
- vrijwilligersretentie;
- vrijwilligerstevredenheid.
Deze indicatoren maken het mogelijk om beleidsresultaten systematisch te volgen.
Beleidsdoelen en maatschappelijke effecten
Bij beleidsvorming moet onderscheid worden gemaakt tussen output en outcome. Output verwijst naar de directe prestaties van een organisatie. Voorbeelden zijn:
- aantal trainingen;
- aantal bijeenkomsten;
- aantal publicaties.
Outcome verwijst naar de effecten die deze prestaties veroorzaken. Voorbeelden zijn:
- meer kennis;
- gedragsverandering;
- hogere zelfredzaamheid;
- grotere maatschappelijke participatie.
In de praktijk richten organisaties zich vaak sterk op output, omdat deze eenvoudig meetbaar is. Beleidskundig gezien is outcome echter belangrijker, omdat beleid uiteindelijk gericht is op maatschappelijke verandering. Een stichting die honderd trainingen verzorgt, heeft veel output gerealiseerd. Pas wanneer deelnemers hierdoor daadwerkelijk vaardiger worden, is sprake van outcome.
6 Kritische beschouwing
Hoewel doelstellingen onmisbaar zijn voor beleidsvorming, kennen zij ook beperkingen.
Niet alle maatschappelijke effecten zijn eenvoudig meetbaar. Sommige veranderingen worden pas zichtbaar op de lange termijn of worden beïnvloed door factoren waarop de organisatie weinig invloed heeft. Daarnaast kunnen organisaties te veel nadruk leggen op meetbare resultaten. Hierdoor ontstaat het risico dat alleen datgene aandacht krijgt wat eenvoudig kan worden geregistreerd. Deze kritiek staat bekend als de prestatieparadox. Organisaties sturen dan op indicatoren in plaats van op hun werkelijke maatschappelijke missie. Goed beleidsmanagement vereist daarom een evenwicht tussen meetbaarheid en inhoudelijke betekenis.
7 Conclusie
Strategische doelstellingen vormen de verbindende schakel tussen analyse en uitvoering. Zij vertalen missie en visie naar concrete gewenste resultaten die richting geven aan het handelen van de organisatie. Binnen de beleidstheorie vervullen doelstellingen een richtinggevende, coördinerende en evaluatieve functie. Door middel van een doelhiërarchie, SMART-formulering en prestatie-indicatoren kunnen organisaties hun beleid doelgericht uitvoeren en beoordelen. Tegelijkertijd moeten beleidsmakers zich bewust blijven van de beperkingen van meetbaarheid en ervoor zorgen dat doelstellingen blijven bijdragen aan de maatschappelijke betekenis van de organisatie.