Aqīda: Naar Zijn Kennis heeft Hij alles vastgesteld, het goede en slechte zoals die gebeuren en zoals het had moeten plaatsvinden. Het is niet zo, dat wij moeten doen wat Hij heeft voorgeschreven, maar Hij heeft geschreven zoals wij willen doen. Dus, als Allāh voor een bepaalde persoon slecht schreef, dan was het omdat die persoon slecht wilde doen. Als iemand goed wil doen, dan heeft Allāh het ook zo geschreven. Zijn schrijven dwingt niemand om iets te doen. Dit staat bekend als taqdīr (lotsbestemming).
Toelichting: De Heilige Profeet Mohammed ﷺ heeft gezegd, degene die taqdīr afwijst is net als de vuuraanbidders in deze natie.
Hierna wordt de kwestie van taqdīr besproken.
Veel mensen begaan zonden en zeggen dat het in hun taqdīr is, omdat Allāh dat zo heeft gewild. Dit is onjuist! Allāh met Zijn Zelfkennis wist dat die mensen zonde wilden begaan, dus schreef Hij wat die mensen wilden doen. Het is niet zo, dat Zijn schrijven hun gedwongen heeft tot het begaan van zonde. Met het volgende voorbeeld zal het begrip taqdīr worden uitgelegd. Een vijf jaar oude jongen staat voor een bus. Hij zegt tegen zijn broer: ‘Ik ga deze bus halen’. Zijn broer zegt: ‘Je gaat het niet halen’. De jongen probeerde het, maar hij kon de bus niet halen. De broer wist dat de jongen het niet zou halen, omdat hij wist dat hij zei dat de jongen de bus niet zou kunnen halen. Was de jongen niet in staat de bus te halen, omdat zijn broer zei dat hij niet in staat zou zijn, dit te doen? Absoluut niet.
Toelichting: U kunt nu beseffen dat wat wij ook willen, Allāh heeft Kennis daarvan. Allāh heeft deze Kennis geregistreerd op de Lauw-e-Maḥfūẓ (Welbewaarde Heilige Tafel) en dit is taqdīr.
Aqīda (Imān is van drie soorten): Mubram-e-Ḥaqīqī verwijst naar onvermijdelijk lotsbestemming en het is niet veranderbaar. Muʿallaq Maḥḍ, verwijst naar hetgeen blijkbaar in afwachting is van de boeken van de engelen en kan worden veranderd. Muʿallaq Shabi Ba Mubram, verwijst naar datgene wat niet evident in de boeken van de engelen is aangetoond, maar het is in de Kennis van Allāh, dat zij in afwachting van een situatie is (kan bijvoorbeeld gewijzigd worden door de smeekbeden van Allāh’s gekozen aanbidders).
Toelichting: Mubram-e-Ḥaqīqī kan niet worden gewijzigd. Als de vrome dienaren van Allāh van plan zijn te bemiddelen in deze zaken, dan wordt hun gedachten afgeleid van dergelijke kwesties. Toen de engelen met straf afdaalden op het volk van Profeet Loet (ʿalayhis salām), was Profeet Ibrahim (ʿalayhis salām) zeer barmhartig (zoals ook zijn naam Ibrahim ‘barmhartig vader’ betekent), en begon hij smeekbede te doen voor deze ongelovigen in het Hof van Allāh. Allāh Ta’ālā zegt: “Hij begon bij ons te protesteren over het volk van Loet”. In dit vers heeft de Heilige Qur’ān weerlegd, dat de meeste vrome dienaren van Allāh niets te zeggen hebben in Zijn Verheven Hof inzake de ongodsdienstige mensen. In dit vers weerlegt Allāh Ta’ālā hun valse overtuigingen door te laten zien, dat zij waarlijk grote recht hebben om gehoord te worden in Zijn Hof, want Hij zegt dat Ḥazrat Ibrahim (ʿalayhis salām) begon te protesteren tegen het volk van Loet (ʿalayhis salām).
In de Hadith Sharīf staat, dat in de nacht van Miʿrāj, de Profeet Mohammed ﷺ iemand met een zeer luide en hoorbare wijze tegen Allāh Ta’