Aqīda: Allāh Ta’ālā is Hayy (Levend) met andere woorden, Allāh Ta’ālā is Altijd bestaand en het leven van alles is in Zijn beheersing. Hij geeft leven aan wie Hij wil en leidt de dood naar wie Hij wil.

Aqīda: Hij is Qādir (heeft Macht) over alles wat mogelijk is. Er is niets mogelijk dat buiten zijn macht valt.

Aqīda: maqdūr verwijst naar die dingen die in Allāh’s qudrat (Macht) zijn. Het is niet nodig dat alles of enkele maqdūr dingen moeten komen te bestaan. Echter, alleen die dingen die mogelijk zijn, zijn maqdūr. Muḥāl of volstrekt onmogelijke dingen zijn niet maqdūr.

Toelichting: Een voorbeeld hiervan is dat als Allāh het wil, Hij een berg in goud kan veranderen of de hemel van robijnen maken, maar dit is niet zo. Daarom wil dat niet zeggen dat het moet kunnen. Het is Zijn Wil dat Hij tot stand brengt wat Hij wenst.

Aqīda: Allāh Ta’ālā is Al-Schitterend en de meest Bekoorlijk. Hij is vrij van alle tekorten en defecten. Het is absoluut onmogelijk dat er sprake kan zijn van eventuele tekorten of gebreken in Allāh. Allāh Ta’ālā is vrij van alle gebreken, zoals liegen, bedrog, wantrouwen, tirannie, onwetendheid, enz. Het zeggen dat liegen onder Zijn Qudrat valt in deze betekenis, dat Hij een leugen kan vertellen of om te zeggen dat het mogelijk is, is Muḥāl (absoluut onmogelijk), maar ook zeggen dat Allāh Ta’ālā een gebrek kan hebben is een verwerping van Allāh Ta’ālā. Om te denken, dat Allāh Ta’ālā ‘s Qudrat een tekort heeft of dat Hij geen macht heeft over een Muḥāl is volstrekt onjuist. Eer is beslist geen tekort in de Qudrat van Allāh. In werkelijkheid is het de zwakte en het gebrek aan dat muḥāl, dat het niet waard is een verbondenheid te hebben met de Qudrat van Allāh.

Aqīda: Het bestaan, macht, horen, zien, kalām (spraak), kennis en irādah (voornemen) zijn allen Zijn Attributen, maar Hij is niet afhankelijk van oren, ogen en de tong om te horen, zien of spreken, omdat deze alle fysieke vormen zijn en Allāh is vrij van elke fysieke vorm. Hij hoort de zwakste der geluiden en ziet de meest minste van de dingen, zelfs datgene wat niet kan worden gezien met de microscoop. Zijn zien en horen, is niet alleen beperkt tot deze, maar Hij is Alziende en Alhorende. Wij zeggen dus dat Allāh absoluut ziet en hoort.

Aqīda: Net als alle andere attributen is Zijn Kalām (Woorden en Spraak) ook Qadīm. Het is geen schepping. De Heilige Qur’ān is Allāh’s Kalām. Elke persoon die zegt dat de Qur’ān een schepping is, is een kāfir. Dit is bewezen door onze Imām-e-Aʿẓam Abu Ḥanīfah (raḍiyAllāhu ʿanhu) en alle andere Groot Imāms. Eigenlijk is de kufr van een dergelijk persoon bewezen door de Sahāba-e-Kirām (metgezellen van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ) Ridwānullāhi Ta’ālā Alayhim ajmaʿīn.

Aqīda: Zijn Kalām is vrij van geluid. De Qur’ān Sharīf die wij met onze tong reciteren en die we lezen uit de schriftelijke vorm is het eeuwige Kalām van Allāh, zonder geluid. Onze reciteren, schrijven en onze stemmen zijn hādīs (schepping). Met andere woorden, onze recitatie is schepping en wat wij hebben gereciteerd is Qadīm. Ons schrijven is hādīs en wat wij hebben geschreven is ongeschapen. Onze luisteren is schepping en wat wij gehoord hebben is ongeschapen. Ons geheugen is schepping en wat wij hebben onthouden is ongeschapen.

Aqīda: Allāh Ta’ālā ‘s Kennis omvat alles, ongeacht of deze volledig of gedeeltelijk is, of het aanwezig is, mogelijk is of volstrekt onmogelijk is. Met andere woorden, Hij wist altijd alles (Azalī), weet nog steeds alles en zal altijd alles weten. Dingen kunnen veranderen, maar Zijn Kennis kan niet veranderen. Hij is bewust van de angsten en gefluister van de harten. Er is geen beperking in Zijn Kennis.

Aqīda: Hij weet alles van de zichtbare en het verborgene. Ilm-e-Zāti (Zelfkennis) is Zijn unieke eigenschap. Een persoon, die Ilm-e-Zāti probeert te bewijzen, of het aanwezig is of verborgen is voor Allāh is een ongelovige. Ilm-e-Zāti betekent Allāh’s Eigen Kennis, die is ondenkbaar en eeuwig.

Aqīda: Hij is de Schepper van alles. Of het nu mensen zijn of activiteiten. Alles wat bestaat is geschapen door Allāh.

Aqīda: In werkelijkheid is het Allāh Die levensonderhoud geeft. De engelen, enzovoorts zijn slechts een manier en kanalen voor het afleveren van het levensonderhoud, enzovoorts.