De term Aqīda betekent ‘goed islamitisch geloof’.
Aqīda: Allāh Ta’ālā (Almachtige) is Eén. Hij heeft geen partners in werkelijkheid van Zijn Attributen, acties, bevelen of in Namen. Allāh is Wājib-ul-wujūd (Zijn Bestaan is absoluut). Zijn afwezigheid is absoluut onmogelijk (muḥāl). Allāh Ta’ālā is Qadīm (was er altijd, zal er altijd zijn en is geen schepping). Een andere naam hiervoor is Azalī en Abādi. Het is Allāh alleen, Die het waard is aanbeden te worden!
Toelichting: U moet weten en begrijpen, dat Allāh Ta’ālā alleen is. Met andere woorden, er is slechts één Allāh. Wanneer een persoon meent dat zijn “god” partners heeft, dan wordt met de god van hem niet Allāh bedoeld. Allāh heeft absoluut geen partner(s). Allāh is Almachtig en Wājib-ul-wujūd, dat betekent dat het Bestaan van Allāh Ta’ālā essentieel is. Met andere woorden, als iemand beweert dat zijn zogenaamde god niet aanwezig is, dan is het duidelijk dat daarmee niet Allāh is bedoeld, maar zijn afgod (wat volgens de islam niet bestaat). Allāh is Eén en Altijd Aanwezig.
Muḥāl wil zeggen dat wat nooit kan voorkomen, met andere woorden een andere god of het niet bestaan van Allāh Ta’ālā is muḥāl. Als wij zeggen dat Allāh Ta’ālā Qadīm is, wordt hiermee bedoeld dat Allāh Ta’ālā niet is geschapen. Allāh was er altijd en zal altijd zijn. Het is onze (Imān = diepste geloofsovertuiging) dat alleen Allāh waard is voor aanbidding.
Aqīda: Allāh Ta’ālā is vrij van noodzaak, met andere woorden, Allāh is niet afhankelijk van iemand of iets anders, eerder de gehele schepping is afhankelijk van Allāh Ta’ālā. Als wij zeggen dat Allāh Ta’ālā onafhankelijk is, dan betekent dit dat Allāh Ta’ālā van niemand en niets iets nodig heeft. Allāh Ta’ālā is dus niet afhankelijk van iemand of iets. Integendeel, elk atoom in de schepping is afhankelijk van de Enige Schepper (Allāh).
Toelichting: Er zijn mensen die denken dat Allāh Ta’ālā engelen enzovoorts geschapen heeft om bepaalde taken te verrichten, dit zou betekenen dat Allāh afhankelijk is van Zijn schepping door het laten uitvoeren van Zijn opdrachten. Dit is volstrekt onjuist (Allāh verbiedt ons om zo over Hem te denken). Allāh Ta’ālā schiep de engelen als Zijn dienaren en stelde hen in de gelegenheid Hem als hun Rabb (Heer) te dienen. Het zijn de engelen en andere scheppingen die afhankelijk zijn van Allāh en Allāh is zonder twijfel niet afhankelijk van iemand of iets.