1 Inleiding
Binnen de beleidswetenschap wordt beleid beschouwd als een samenhangend geheel van keuzes waarmee een organisatie maatschappelijke, bestuurlijke of organisatorische doelen nastreeft. Deze keuzes ontstaan niet willekeurig. Achter ieder beleidsvoornemen ligt een bepaalde opvatting over de rol van de organisatie, haar maatschappelijke legitimiteit en haar gewenste toekomstpositie.
De missie en visie vormen daarom het normatieve fundament van een beleidsplan. Zij bepalen vanuit welke waarden en uitgangspunten een organisatie handelt en welke toekomst zij wil realiseren. Zonder een expliciete missie en visie ontbreekt een referentiekader voor beleidsontwikkeling en ontstaat het risico dat beslissingen vooral worden ingegeven door incidenten, politieke druk of operationele behoeften.
2 De missie als bestaansgrond van de organisatie
De missie beschrijft de raison d’être van een organisatie. Binnen de organisatietheorie verwijst dit naar de fundamentele rechtvaardiging van het bestaan van een organisatie.
Volgens Drucker (1973) is de belangrijkste vraag die iedere organisatie moet beantwoorden: “What is our business?”
Deze vraag gaat niet over producten of activiteiten, maar over de maatschappelijke waarde die wordt gecreëerd.
Vanuit theoretisch perspectief vervult de missie drie functies. Allereerst heeft zij een legitimatiefunctie. De missie maakt zichtbaar waarom een organisatie bestaansrecht heeft en welke bijdrage zij levert aan haar omgeving. Daarnaast heeft de missie een richtinggevende functie. Zij vormt het uitgangspunt voor strategische en operationele besluitvorming.Ten slotte heeft de missie een identiteitsfunctie. Zij draagt bij aan een gedeeld organisatiebeeld onder medewerkers, bestuurders en stakeholders.
Een goed geformuleerde missie beschrijft daarom niet wat een organisatie doet, maar waarom zij bestaat.
3 De visie als toekomstconstructie
Waar de missie betrekking heeft op het heden en het bestaansrecht van de organisatie, richt de visie zich op de toekomst.
Binnen de strategische managementliteratuur wordt een visie beschouwd als een gewenste toekomstige toestand. De visie functioneert als een mentale projectie van een situatie die nog niet bestaat, maar die door middel van beleid en interventies gerealiseerd moet worden.
Een visie bevat altijd een normatief element. Zij beschrijft niet alleen hoe de toekomst eruit zal zien, maar vooral hoe de toekomst eruit zou moeten zien volgens de organisatie.
Daardoor verschilt een visie van een voorspelling. Een voorspelling probeert toekomstige ontwikkelingen te beschrijven. Een visie probeert toekomstige ontwikkelingen te beïnvloeden.
Vanuit theoretisch perspectief vervult de visie twee belangrijke functies.
Enerzijds creëert zij strategische richting. Zij bepaalt welke ontwikkelingen relevant zijn voor de organisatie en welke niet.
Anderzijds creëert zij samenhang tussen verschillende beleidsdomeinen. Financieel beleid, personeelsbeleid, informatiebeleid en kwaliteitsbeleid moeten uiteindelijk allemaal bijdragen aan dezelfde gewenste toekomst.
4 Missie en visie binnen het beleidsvormingsproces
Binnen de beleidscyclus worden verschillende fasen onderscheiden:
- Probleemanalyse
- Beleidsontwikkeling
- Besluitvorming
- Implementatie
- Evaluatie
De missie en visie bevinden zich als het ware boven deze gehele cyclus. Zij fungeren als normatief kader waarbinnen beleidskeuzes worden gemaakt.
Wanneer beleidsmakers bijvoorbeeld een probleem analyseren, gebeurt dit niet objectief of waardevrij. De organisatie bepaalt welke maatschappelijke ontwikkelingen belangrijk zijn vanuit haar missie en visie.
Hetzelfde geldt voor beleidsdoelstellingen. Doelen zijn pas betekenisvol wanneer zij bijdragen aan de maatschappelijke opdracht die in de missie is vastgelegd en aan het toekomstbeeld dat in de visie wordt beschreven.
5 Relatie met strategisch management
Binnen het strategisch management wordt vaak een hiërarchische relatie beschreven tussen missie, visie, strategie en uitvoering.
- De missie bepaalt waarom de organisatie bestaat.
- De visie bepaalt welke toekomstige situatie wordt nagestreefd.
- De strategie bepaalt hoe deze situatie kan worden bereikt.
- Het beleid vertaalt de strategie vervolgens naar concrete doelstellingen en maatregelen.
Hierdoor ontstaat een verticale samenhang. Wanneer een hogere laag ontbreekt of onvoldoende is uitgewerkt, verliezen de onderliggende lagen hun richting.
Een beleidsplan zonder duidelijke missie en visie is daarom vergelijkbaar met een routekaart zonder eindbestemming.
6 Missie, visie en stakeholdertheorie
Volgens de stakeholdertheorie van Freeman (1984) kan een organisatie niet uitsluitend handelen vanuit haar eigen belangen. Zij moet rekening houden met de verwachtingen van verschillende belanghebbenden, zoals burgers, cliënten, subsidiënten, vrijwilligers, medewerkers en samenwerkingspartners.
De missie en visie spelen hierbij een belangrijke rol.
Zij maken duidelijk welke belangen de organisatie centraal stelt en welke maatschappelijke waarde zij wil creëren. Daarmee vormen zij tevens een instrument voor verantwoording en legitimatie richting stakeholders.
Voor non-profitorganisaties en stichtingen is dit bijzonder relevant. Deze organisaties ontlenen hun legitimiteit immers niet aan aandeelhouderswaarde, maar aan maatschappelijke meerwaarde.
7 Kritische beschouwing
Hoewel vrijwel iedere organisatie beschikt over een missie en visie, blijkt uit onderzoek dat deze documenten in de praktijk regelmatig een symbolische functie hebben.
Zij worden wel geformuleerd, maar nauwelijks gebruikt bij beleidsvorming of besluitvorming. Hierdoor ontstaat een kloof tussen formeel beleid en feitelijk handelen.
Vanuit governanceperspectief is daarom niet alleen de kwaliteit van de missie en visie van belang, maar ook de mate waarin deze daadwerkelijk worden toegepast als beoordelingskader voor beleidskeuzes.
Een missie en visie zijn pas effectief wanneer zij zichtbaar doorwerken in doelstellingen, activiteiten, begrotingen, risicomanagement en evaluaties.
8 Conclusie
De missie en visie vormen het theoretische uitgangspunt van ieder beleidsplan. De missie legitimeert het bestaan van de organisatie en definieert haar maatschappelijke opdracht. De visie beschrijft een gewenste toekomstige situatie die richting geeft aan strategische keuzes. Samen vormen zij het normatieve kader waarbinnen beleidsvorming plaatsvindt. Zonder dit kader ontbreekt de samenhang tussen analyse, beleid, uitvoering en evaluatie, waardoor de kans op inconsistent en ineffectief beleid aanzienlijk toeneemt.
Dit is doorgaans het theoretische niveau dat van hbo-studenten wordt verwacht bij vakken als Strategisch Management, Bestuurskunde en Beleidskunde. De daaropvolgende lessen, zoals de analyse van de huidige situatie, strategische doelstellingen en risicomanagement, kunnen op dezelfde theoretische diepgang worden uitgewerkt.