1 Wat is rukū ‘?

Het buigen van het bovenlichaam zodat de handen de knieën bereiken.

2 Hoe verricht men rukū‘ correct?

De rug moet recht zijn, het hoofd niet te hoog of te laag, en de handen op de knieën.

3 Wat als iemand niet kan buigen?

Dan mag men een gebaar maken dat lijkt op buigen.

4 Wat is sujūd (neerwerpen)?

Het plaatsen van het voorhoofd en de neus op de grond, samen met handen, knieën en tenen.

5 Hoeveel keer moet men neerwerpen per rakaʿāt?

Twee keer per rakaʿāt.

6 Wat als men alleen het voorhoofd of de neus plaatst?

Als men een geldige reden heeft, is het voldoende. Zonder reden is het gebed ongeldig.

7 Wat als beide delen de grond raken?

Dan is de neerwerpen geldig.

8 Wat is de afstand tussen beide neerwerpingen?

Er moet een korte pauze zijn tussen beide, waarin men rechtop zit.

9 Mag men neerwerpen op een zacht oppervlak?

Ja, zolang het hoofd de grond raakt en niet te ver omhoog ligt.

10 Wat als de plek van neerwerpen hoger ligt dan de voeten?

Als het verschil te groot is, is het gebed ongeldig.

11 Wat is de laatste zit (qa‘da Ākhirah)?

De zit na de laatste rakaʿāt waarin men de tashahhud (getuigenis) uitspreekt.

12 Wat betekent “het verlaten van het gebed”?

Het beëindigen van het gebed met de groet “as-Salāmu ʿalaykum”.