1. Hoe moet een moslim over Allāh denken?
Een moslim dient de volgende overtuigingen over Allāh in gedachten te houden:

  1. De Eenheid van Allāh – Hij heeft geen deelgenoten, is geen vader van iemand, en is absoluut Eén.
  2. Alle lof behoort aan Allāh – Hij is de Almachtige.
  3. Hij is onafhankelijk – Hij heeft niemand nodig, terwijl de hele schepping afhankelijk is van Zijn Wil.
  4. Hij is eeuwig – Hij was altijd alleen, is de Eerste die bestond, en zal als enige overblijven wanneer alles vergaat.
  5. Hij beschikt over leven en dood – Hij laat leven en sterven naar Zijn Wil.
  6. Hij is de Machthebber – Hij heeft gezag over alles wat bestaat.
  7. Hij is Alhorende en Alwetende – Niets ontgaat Zijn kennis.
  8. Hij is Alziende – Niets is voor Hem verborgen.
  9. Hij brengt alles tot leven en bloei – Hij is de Bron van groei en ontwikkeling.
  10. Hij voorziet in levensonderhoud – Hij schenkt ons werk, middelen en bestaanszekerheid.

2. Waarmee ziet en hoort Allāh?
Allāh de Almachtige ziet en hoort niet zoals mensen dat doen. Hij heeft geen fysieke ogen of oren nodig. Hij spreekt ook, maar niet zoals de mens met een tong. Zijn eigenschappen zijn uniek en verheven boven menselijke beperkingen.