1 Inleiding
De student leert dat reinheid (tahārāh) de basis is van geloof. De student begrijpt dat liefde voor Allāh Ta’ālā begint met zuivering van de ziel, en dat deze zuivering start bij reinheid van het lichaam.
2 De liefde voor Allah Ta’ālā
Wij weten dat de liefde voor Allah Ta’ālā het hoogste doel is van een ware gelovige (soenniet). Het is enkel voor dit ene streefdoel dat hij zijn geloof in Hem bevestigt door afstand te nemen van alles wat niet naar Allah leidt.
3 De dynamiek van deze liefde
De liefde voor Allah Ta’ālā is niet iets levenloos en doelloos; het is dynamisch in de zin dat het vraagt om een volledige verandering in het leven en de leefwijze van de mens, verandering in zijn gedachten en ideeën, en verandering in zijn gedrag en uiterlijk.
4 Zuivering van de ziel
Iemand die beweert een gelovige in Allah Ta’ālā te zijn, heeft een groot deel van het werk te stellen met het oog op Zijn behagen. Hij moet zijn ziel zuiveren van alle slechte gedachten en fantasieën, zodat de liefde van Allah Ta’ālā in de hersenen, het hart en de ziel mag wonen.
Tenzij de ziel wordt gezuiverd van alle onzuiverheden, kan men geen heil bereiken. Dit staat bekend als tahārāh (reinheid) in de islam, en het is de hoeksteen van Imān, ook wel nifs-e-Imān (halve Imān).
Hazrat Abu Mālik al‑Ashʿarī (raḍiyAllāhu ʿanhu) berichtte dat de Boodschapper van Allāh Ta’ālā ﷺ zei: “Reinheid is de helft van het geloof. ‘Alhamdulillāh’ vult de weegschaal. ‘SubhānAllāh’ en ‘Alhamdulillāh’ vullen wat tussen de hemel en de aarde is. Het gebed is licht. Liefdadigheid is een bewijs (van geloof). Geduld is een verlichting. En de Qur’ān is een bewijs voor jou of tegen jou. Iedere mens begint zijn dag als verkoper van zijn ziel: hij bevrijdt haar óf vernietigt haar.” Sahih Muslim #223
5 Reinheid van het lichaam als eerste stap
Dit hoge doel van de zuivering van de ziel vereist opzettelijke en bewuste inspanningen, en een groot deel van het offer van de kant van de mens, en de meest elementaire stap op dit heilige pad is de reinheid van het lichaam.
Door het opleggen van hygiëne op het lichaam van de mens ontwaakt islam in hem tot de realisatie van het feit dat wanneer onzuiverheden op het lichaam van een mens voorkomen, zoals ongezonde effecten op zijn fysieke wezen en ‘roesten’ van zijn geestelijke gezondheid, zijn leven ook ellendig zou zijn wanneer zijn ziel is vervuild met onzuiverheden.
De werkwijze van de zuivering van de ziel dient daarom te beginnen met de reiniging van het lichaam.